Voorbeeldvraag college 1
Wanneer Jon Snow denkt “de winter komt”, dan is “de winter komt”...
a) ... een emotie met een kwalitatieve ervaring.
b) ... een quale die over iets gaat.
c) ... een mentale toestand met intentionaliteit.
d) ... een cognitieve toestand zonder intentioneel object.
Voorbeeldvraag college 2
Het behaviorisme…
a)maakt een categoriefout volgens Ryle, omdat het ervan uitgaat dat de geest en
het gedrag hetzelfde zijn
b)verhoudt zich tot het functionalisme zoals Berkeleys idealisme zich verhoudt tot
het dualisme van Descartes
c)is meer wetenschappelijk dan het idealisme omdat het de geest ernstig neemt
d)maakt het onmogelijk om het interne mentale leven van dieren te
bestuderen
Voorbeeldvraag college 3
Geeft het JUISTE antwoord aan. Wat is een correct voorbeeld van superveniëntie?
a)De zangeres supervenieert op haar repertoire van liedjes
b)De stad supervenieert op de rangschikking van de gebouwen
c)De politie supervenieert op de connecties tussen criminelen
d)De geest supervenieert op gedragspatronen
Voorbeeldvraag college 4
Wanneer de geest meervoudig realiseerbaar is, dan betekent dit dat...
a) ... de assumptie dat het fysieke het mentale determineert fout is.
b) ... enkel connectionistische modellen een juiste beschrijving van de geest
opleveren.
c) ... Shakey de robot geen mentale toestanden kent.
d) ... het brein de geest realiseert zoals water vloeibaarheid realiseert.
Voorbeeldvraag college 5
Een propositionele attitude ...
a) ... is steeds geassocieerd met een subjectieve ervaring of quale.
b) ... kan door een Turing machine gerealiseerd worden volgens de geestbrein
identiteitstheorie. c) ... is identiek aan een neuraal netwerk volgens het
connectionisme.
d) ... wordt niet geëlimineerd volgens het functionalisme.
Voorbeeldvraag college 6
Het pariteitsprincipe ...
a) ... ondersteunt de Frankenstein hypothese.
b) ... vormt sterk bewijs voor de belichaamde, gesitueerde en de uitgebreide
geest hypothese.
c) ... vormt een argument voor het connectionisme omdat cognitie plaats kan
vinden in een neuraal netwerk buiten het lichaam.
d) ... heeft tot gevolg dat de geest-brein identiteitstheorie geen
correcte benadering is van de menselijke cognitie.
,Voorbeeldvraag college 7
Welke van de volgende drie disciplines behoort niet tot de natuurlijke methode?
a) fenomenologie
b) psychologie
c) psychiatrie
d) deze drie disciplines behoren alle drie tot de natuurlijke methode
Voorbeeldvraag college 8
Volgens O’Regan en Noë- de verdedigers van de skill theory- laten de resultaten
van experimenten met veranderingsblindheid zien…
a) Dat de representaties in onze geest niet gedetailleerd zijn.
b) Dat er geen representaties in onze geest zijn.
c) Dat fenomenaal bewustzijn niet bestaat.
d) Dat we onbewust gedetailleerde representaties in onze hersenen hebben
en dat alleen representaties die bewust worden niet gedetailleerd zijn.
Voorbeeldvraag college 9
Het idee dat aandacht een biased competition-mechanisme is, betekent dat…
a) ... aandacht concurreert voor mentale middelen met andere cognitieve
processen zoals verwachtingen, geheugen en emoties.
b) … aandacht niet gerelateerd is aan actie omdat het onvrijwillig is.
c) ... de beslissing welke informatie aandachtig wordt ervaren, en
andere niet, bevooroordeeld is door iemands doelen, verwachtingen en
andere mentale toestanden.
d) … aandacht samen met bewustzijn is geëvolueerd om een organisme zoveel
mogelijk voordeel te geven in concurrentie met andere organismen.
Voorbeeldvraag college 10
Gebruik het geval van gespleten brein patiënten om uit te leggen waarom het
soms moeilijk is om fenomenologie serieus te nemen. Leg uit wat gespleten brei
patiënten zijn (1 punt) en waarom het moeilijk is hun fenomenologische
rapporteringen te begrijpen (1 punt) en serieus te nemen (3 punten).
Voorbeeldvraag college 11
‘Zodra het mogelijk is, al ik mijn brein uploaden op een computer en dan zal ik
eeuwig leven’ zegt Robert. Wat kan je, op basis van deze uitspraak, zeggen over
de manier waarop Robert denkt over het zelf?
a. Roberts interpretatie van het zelf behoort tot de categorie van
bundeltheorieën.
b. Net als Metzinger, gelooft Robert dat er enkel een fenomenaal zelf is maar
geen echte zelf.
c. Robert verdedigt een uitgebreide notitie van het zelf.
d. Roberts interpretatie van het zelf behoort tot de categorie van
egotheorieën.
Voorbeeldvraag college 12
Volgens libertarisme:
a. Is determinisme waar en bestaat vrije wil
b. Is determinisme onwaar en bestaat vrije wil niet
c. Is determinisme waar en bestaat vrije wil niet
d. Is determinisme onwaar en bestaat vrije wil
,Voorbeeldvraag college 13
Welk van de volgende uitspraken is waar?
a) Bewust inessentialisten zijn steeds ook illusionisten over bewustzijn.
b) Als we bewijzen dat bewustzijn een gevolg is van natuurlijke selectie, bewijzen
we ook dat het een functie heeft.
c) Zelfs als onze fenomenologie van bewustzijn berust op illusie, dan
kan deze toch nog evolutionair voordelig zijn.
d) Terwijl we met zekerheid kunnen zeggen of een andere mens bewustzijn heeft,
is dat niet het geval bij niet-menselijke dieren.
, College 1
Filosofie = kritisch denken over de psychologie.
Filosofie: conceptueel onderzoek en verheldering, geldigheidswetenschap,
perspectiefwisseling, zoektocht naar waarheid
1. Conceptueel onderzoek
Sellars gaat over: manifest (alledaags) wereldbeeld vs. wetenschappelijk
wereldbeeld
Bijv. Water vs. H2O
Vraag stellen aan volkspsychologie
2. Conceptuele verheldering
Het gebruik van concepten verhelderen, concepten bijstellen op basis van wat de
wetenschap ons kan vertellen.
3. Geldigheidswetenschap
Fundamentele concepten oorzaak-gevolg centraal, causaliteit
David Hume: vindt causaliteit niet in realiteit, kunnen niet waarnemen.
Schrijven het toe aan
realiteit op basis van vaak waargenomen correlaties.
4. Perspectiefwisseling
5. Zoektocht naar de waarheid
Getraind in overtuigingskracht.
Socrates: gaat om de waarheid.
We vinden de waarheid misschien niet altijd, maar we moeten er wel
naar zoeken
(onwaarheden ontmaskeren).
Lichaam-geest probleem (mind-body problem)
Bijv: hoe leiden fysieke gebeurtenissen/acties tot percepties, verlangens,
gedachten en
andersom?
Kern debat: hoe verhoudt lichaam en geest zich tot elkaar? Hoe past de geest in
de fysieke wereld?
Geest
Collectie van mentale toestanden. Initiële indeling:
Bewuste ervaringen
Qualia: de ‘hoe het is’, de kwalitatieve en subjectieve aspecten van
ervaringen.
(‘hoe het is’ van echolocatie bij vleermuizen, wij weten niet wat
het is maar
hebben wel bewustzijn. Zelfde met de smaak van koffie,
subjectief)