ORGANISATIEONTWIKKELING
H1: DE IDENTITIEIT VAN DE ORGANISATIE: HET
FUNDAMENT
1. INLEIDING
We bestuderen de verschillen en gelijkenissen tussen missie gedreven organisaties die een sociaal doel
voor ogen houden en profit organisaties waar winstmaximalisatie het primaire doel is.
Daarna duiken we dieper in de missie gedreven organisaties en leggen we het fundament van een
organisatie bloot. Binnen het fundament onderscheiden we 3 elementen:
- Missie
- Visie
- Kernwaarden
Dit fundament vormt de basis waarop alle (strategische) keuzes worden gemaakt. Enkele belangrijke
vragen die hierbij opduiken:
- Wat is de bestemming en de bestaansreden van een organisatie?
- Wat is de unieke bijdrage van de organisatie ten dienste van de omgeving? Of wat komt de
omgeving tekort, als deze organisatie ophoudt te bestaan?
2. WAT ZIJN ORGANISATIES?
We maken allemaal deel uit van diverse samenlevingsverbanden en zijn dus op die manier verbonden aan
het vasteland. Op dat vasteland, in onze samenleving, komen we in contact met, maken we gebruik van of
engageren we ons in een veelheid van organisaties. De invloed van organisaties in onze samenleving en in
ons leven is groot.
2.1 KENMERKEN VAN EEN ORGANISATIE
Organisaties zijn functioneel en regelen het sociale leven en het dagelijkse gedrag van individuen.
Verschillende organisaties hebben tot doel om kinderen mee op te voeden, te onderwijzen, te
ondersteunen... zodat ze later kunnen deelnemen aan de samenleving.
Verbonden zijn in/met organisaties is een constante in jouw verdere levensloop. Verschillende aspecten
van het dagelijkse leven worden opgenomen door heel verschillende organisaties.
Organisatie → Grieks: organon = werktuig of hulpmidden
Organisatie is dus een hulpmiddel om een doel te bereiken
In een organisatie komen en werken mensen samen aan éénzelfde doel of ze delen dezelfde missie. We
spreken over missie gedreven organisaties wanneer een organisatie een duidelijk sociaal doel voor ogen
heeft en dus impact wil maken om van de wereld/maatschappij een betere plaats te maken voor iedereen.
1
,Organisaties zijn:
- Menselijke samenwerkingsverbanden
- Gericht op het realiseren van een duidelijk doel
- Ontworpen als systemen van bewust gestructureerde en gecoördineerde activiteiten
- Verbonden met een externe omgeving
2.2 SOCIAL PROFIT VERSUS PROFIT ORGANISATIES
Vaak verwijzen naar orthopedagogische sector als de social
profit sector → containerbegrip voor tal van organisaties die
hoofdzakelijk diensten leveren met een maatschappelijk nut
- Profit: winstmaximalisatie zodat het bedrijf kan blijven
voortbestaan
- Social-profit/missie gedreven organisaties: geen
winstmaximalisatie, maar streven maatschappelijke en
sociale doelen na
o Vallen vaak onder de vzw-wetgeving
2.3 ORGANISATIEONTWIKKELING, WAT?
De cursus is opgebouwd aan de hand van de 3 belangrijke basiscomponenten van organisaties (Roskam)
1) De organisatie en de omgeving
Elke organisatie heeft specifieke bestaansreden →
neergeschreven in de missie
- Waarom is die specifieke organisatie nodig in de
samenleving
- Welk sociaal doel en impact wil die organisatie
realiseren in onze samenleving
Organisaties ontwikkelen een strategie waarin ze
nadenken, vastleggen en focussen op wat ze wel en niet gaan doen en hoe ze de dingen willen aanpakken
om de missie concreet te kunnen waarmaken.
Missie gedreven organisaties → in directe verbinding met de omgeving waarin ze actief zijn. ze willen de
omgeving zelf beïnvloeden, maar ondergaan ook invloed vanuit die omgeving
2) De organisatie en structuur
De organisatie beschikt over een specifieke structuur waarin mensen specifieke taken, rollen en
bevoegdheden krijgen binnen de organisatie om de missie te kunnen waarmaken.
3) De organisatie en het menselijk kapitaal
Menselijk kapitaal = heel belangrijk om impact te kunnen hebben. Om de missie waar te maken, moeten
mensen worden aangeworven, opgeleid en beloond om motivatie en succes te behouden. Organisaties
draaien om samenwerking en wederzijdse afhankelijkheid. Leiderschap is hierin onmisbaar, want elke
organisatie wordt door mensen gestuurd.
2
,Kort samengevat: Missie gedreven organisaties hebben een sociaal doel voor ogen en willen een duurzame
impact hebben op de samenleving of iets betekenen voor de specifieke doelgroep waarvoor ze werken. Om
deze doelen te kunnen halen is een gepaste organisatiestructuur belangrijk waarin de rollen, taken en
functies vastliggen. Eenmaal de structuur duidelijk is, moeten de juiste mensen op de juiste plaats
aangetrokken en gezet worden om deze doelstellingen van de organisatie te verwezenlijken(Roskam, 2023)
3. HET GROTE WAAROM: MISSIE, VISIE EN KERNWAARDEN
Om goed te weten wat ze kunnen betekenen voor die omgeving en hoe ze op uitdagingen flexibel moeten
inspelen of zich ertegen moeten beschermen, hebben organisaties nood aan een sterk fundament of een
‘gevoel van bestemming’. Waarom doen we wat we doen?
Nadenken over deze fundamentele vraag is een noodzakelijke stap om verdere beslissingen aan af te
toetsen en om te weten welke richting of focus je als organisatie moet kiezen om te kunnen doen wat je wil
en moet doen
Dit fundament bestaat uit:
1) De missie (wat-vraag)
a. Wat is de bestaansreden van een organisatie? Wat is de unieke bijdrage van de organisatie
ten dienste van de omgeving? Of wat komt de omgeving tekort, als deze organisatie
ophoudt te bestaan?
2) Visie en kernwaarden (waarom-vraag)
a. Waarom doen we wat we doen? Wat is de bestemming, de droom van de organisatie?
3) Strategie (hoe-vraag)
a. Hoe willen we bereiken wat we willen en moeten bereiken met onze organisatie?
Bij het ontwikkelen van een strategie komt het erop neer om een
duurzaam evenwicht te vinden binnen het spanningsveld van wat
we kunnen, wat we moeten en wat we willen doen in de
organisatie. Deze drie vragen vormen samen de strategische
driehoek.
We willen tot een evenwicht komen tussen:
- Onze dromen (de gewenste toekomst):
o De doelen van de organisatie (welke toekomst
willen wij voor de organisatie realiseren?)
- En wat verwacht de ruimere omgeving en de concurrentie van ons (de noodzakelijke toekomst):
o De omgevingsvereisten (wat moeten wij voor onze omgeving realiseren?)
- Onze capaciteiten en vaardigheden (de mogelijke toekomst):
o De mogelijkheden waarover de organisatie beschikt (wat kunnen wij met de beschikbare
middelen realiseren?) (Hebben we voldoende bekwaam personeel, logistieke ruimte om
te werken, ...)
Om doelen, omgeving en middelen met elkaar in evenwicht te brengen, dient elke organisatie keuzes te
maken. Kiezen is het hart van elk strategisch proces. Slaag je als organisatie erin om doordachte en
strategische keuzes te maken dan kan je komen tot de kern: de maakbare toekomst.
Strategisch management start bij het bepalen van de wenselijke toekomst. De doelen van de organisatie:
3
, - Welke toekomst willen wij voor de organisatie realiseren?
- Vastleggen van eindbestemming (zie doel op schatkaart)
De missie, visie/kernwaarden, organisatiedoelen, waarden en normen (de gewenste bedrijfscultuur)
duiden we aan als de sturende elementen in de strategie want zij geven aan in welke richting het bestuur
van een organisatie de organisatie wil sturen
3.1 MISSIE
= Zegt wat de organisatie wil doen en het vormt de kern van het bestaansrecht van een organisatie. Een
missie is in principe tijdloos en geworteld in het ontstaansverleden, en richt de blik naar binnen: wie zijn
we? Waarom bestaan we? Wat doen we? Een missie vat de essentie van de organisatie samen, en focust
op de eindbedoeling.
De missie van een organisatie bestaat uit 4 onderling versterkende basiselementen of antwoorden op deze
vier vragen:
- Waaromvraag:
o Waarom bestaat de organisatie -Welke behoefte vult de organisatie in?
- Waar-vraag:
o Binnen welke actiedomeinen is de organisatie actief inde omgeving? Sociale sector?
Milieu? Erfgoed? ...
- Wat-vraag:
o Wat willen ze bereiken, wat zijn de doelen van de organisatie? Wat onderscheidt deze
organisatie van andere organisaties binnen een bepaald domein of sector?
- Hoe-vraag:
o Welke waarden en normen streeft de organisatie na. Welke waarden zijn belangrijk in de
organisatiecultuur? Ze vertolken de morele en ethische principes die centraal staan
binnen de organisatie.
De 7 kenmerken van een goede missie – MISSION-kenmerken:
1) Marktgeoriënteerd
a. Met de missie toon je dat je wil inzetten op de behoeften en
wensen van de klant/cliënt
2) Inspirerend
a. Een goede missie gaat de omgeving inspireren. Een goede missie
moet ook haar eigen medewerkers motiveren.
3) Summier
a. Maak jouw missie beknopt en kort; Beknopt: kort, duidelijk en Leesbaar: zorg dat de
doelgroep je missie begrijpt, begrijpbaar taalgebruik
4) Specifiek
a. goede missies dienen richtinggevend te zijn voor het concrete, dagdagelijkse handelen en
voor de dagelijkse besluitvorming. Goede missies beschrijven de uitdaging, het project
van de organisatie in concrete, meetbare of in elk geval observeerbare termen. Concreet:
voldoende algemeen maar toch duidelijk wat de doelgroep en de doelstelling is
5) IJverig
a. Een goede missie moet ijverig en ambitieus zijn. Tegelijk blijft ze wel realistisch
6) Omstreden
a. goede missies creëren een klimaat voor permanent debat en discussie over de aard en de
opdracht van de organisatie
4
H1: DE IDENTITIEIT VAN DE ORGANISATIE: HET
FUNDAMENT
1. INLEIDING
We bestuderen de verschillen en gelijkenissen tussen missie gedreven organisaties die een sociaal doel
voor ogen houden en profit organisaties waar winstmaximalisatie het primaire doel is.
Daarna duiken we dieper in de missie gedreven organisaties en leggen we het fundament van een
organisatie bloot. Binnen het fundament onderscheiden we 3 elementen:
- Missie
- Visie
- Kernwaarden
Dit fundament vormt de basis waarop alle (strategische) keuzes worden gemaakt. Enkele belangrijke
vragen die hierbij opduiken:
- Wat is de bestemming en de bestaansreden van een organisatie?
- Wat is de unieke bijdrage van de organisatie ten dienste van de omgeving? Of wat komt de
omgeving tekort, als deze organisatie ophoudt te bestaan?
2. WAT ZIJN ORGANISATIES?
We maken allemaal deel uit van diverse samenlevingsverbanden en zijn dus op die manier verbonden aan
het vasteland. Op dat vasteland, in onze samenleving, komen we in contact met, maken we gebruik van of
engageren we ons in een veelheid van organisaties. De invloed van organisaties in onze samenleving en in
ons leven is groot.
2.1 KENMERKEN VAN EEN ORGANISATIE
Organisaties zijn functioneel en regelen het sociale leven en het dagelijkse gedrag van individuen.
Verschillende organisaties hebben tot doel om kinderen mee op te voeden, te onderwijzen, te
ondersteunen... zodat ze later kunnen deelnemen aan de samenleving.
Verbonden zijn in/met organisaties is een constante in jouw verdere levensloop. Verschillende aspecten
van het dagelijkse leven worden opgenomen door heel verschillende organisaties.
Organisatie → Grieks: organon = werktuig of hulpmidden
Organisatie is dus een hulpmiddel om een doel te bereiken
In een organisatie komen en werken mensen samen aan éénzelfde doel of ze delen dezelfde missie. We
spreken over missie gedreven organisaties wanneer een organisatie een duidelijk sociaal doel voor ogen
heeft en dus impact wil maken om van de wereld/maatschappij een betere plaats te maken voor iedereen.
1
,Organisaties zijn:
- Menselijke samenwerkingsverbanden
- Gericht op het realiseren van een duidelijk doel
- Ontworpen als systemen van bewust gestructureerde en gecoördineerde activiteiten
- Verbonden met een externe omgeving
2.2 SOCIAL PROFIT VERSUS PROFIT ORGANISATIES
Vaak verwijzen naar orthopedagogische sector als de social
profit sector → containerbegrip voor tal van organisaties die
hoofdzakelijk diensten leveren met een maatschappelijk nut
- Profit: winstmaximalisatie zodat het bedrijf kan blijven
voortbestaan
- Social-profit/missie gedreven organisaties: geen
winstmaximalisatie, maar streven maatschappelijke en
sociale doelen na
o Vallen vaak onder de vzw-wetgeving
2.3 ORGANISATIEONTWIKKELING, WAT?
De cursus is opgebouwd aan de hand van de 3 belangrijke basiscomponenten van organisaties (Roskam)
1) De organisatie en de omgeving
Elke organisatie heeft specifieke bestaansreden →
neergeschreven in de missie
- Waarom is die specifieke organisatie nodig in de
samenleving
- Welk sociaal doel en impact wil die organisatie
realiseren in onze samenleving
Organisaties ontwikkelen een strategie waarin ze
nadenken, vastleggen en focussen op wat ze wel en niet gaan doen en hoe ze de dingen willen aanpakken
om de missie concreet te kunnen waarmaken.
Missie gedreven organisaties → in directe verbinding met de omgeving waarin ze actief zijn. ze willen de
omgeving zelf beïnvloeden, maar ondergaan ook invloed vanuit die omgeving
2) De organisatie en structuur
De organisatie beschikt over een specifieke structuur waarin mensen specifieke taken, rollen en
bevoegdheden krijgen binnen de organisatie om de missie te kunnen waarmaken.
3) De organisatie en het menselijk kapitaal
Menselijk kapitaal = heel belangrijk om impact te kunnen hebben. Om de missie waar te maken, moeten
mensen worden aangeworven, opgeleid en beloond om motivatie en succes te behouden. Organisaties
draaien om samenwerking en wederzijdse afhankelijkheid. Leiderschap is hierin onmisbaar, want elke
organisatie wordt door mensen gestuurd.
2
,Kort samengevat: Missie gedreven organisaties hebben een sociaal doel voor ogen en willen een duurzame
impact hebben op de samenleving of iets betekenen voor de specifieke doelgroep waarvoor ze werken. Om
deze doelen te kunnen halen is een gepaste organisatiestructuur belangrijk waarin de rollen, taken en
functies vastliggen. Eenmaal de structuur duidelijk is, moeten de juiste mensen op de juiste plaats
aangetrokken en gezet worden om deze doelstellingen van de organisatie te verwezenlijken(Roskam, 2023)
3. HET GROTE WAAROM: MISSIE, VISIE EN KERNWAARDEN
Om goed te weten wat ze kunnen betekenen voor die omgeving en hoe ze op uitdagingen flexibel moeten
inspelen of zich ertegen moeten beschermen, hebben organisaties nood aan een sterk fundament of een
‘gevoel van bestemming’. Waarom doen we wat we doen?
Nadenken over deze fundamentele vraag is een noodzakelijke stap om verdere beslissingen aan af te
toetsen en om te weten welke richting of focus je als organisatie moet kiezen om te kunnen doen wat je wil
en moet doen
Dit fundament bestaat uit:
1) De missie (wat-vraag)
a. Wat is de bestaansreden van een organisatie? Wat is de unieke bijdrage van de organisatie
ten dienste van de omgeving? Of wat komt de omgeving tekort, als deze organisatie
ophoudt te bestaan?
2) Visie en kernwaarden (waarom-vraag)
a. Waarom doen we wat we doen? Wat is de bestemming, de droom van de organisatie?
3) Strategie (hoe-vraag)
a. Hoe willen we bereiken wat we willen en moeten bereiken met onze organisatie?
Bij het ontwikkelen van een strategie komt het erop neer om een
duurzaam evenwicht te vinden binnen het spanningsveld van wat
we kunnen, wat we moeten en wat we willen doen in de
organisatie. Deze drie vragen vormen samen de strategische
driehoek.
We willen tot een evenwicht komen tussen:
- Onze dromen (de gewenste toekomst):
o De doelen van de organisatie (welke toekomst
willen wij voor de organisatie realiseren?)
- En wat verwacht de ruimere omgeving en de concurrentie van ons (de noodzakelijke toekomst):
o De omgevingsvereisten (wat moeten wij voor onze omgeving realiseren?)
- Onze capaciteiten en vaardigheden (de mogelijke toekomst):
o De mogelijkheden waarover de organisatie beschikt (wat kunnen wij met de beschikbare
middelen realiseren?) (Hebben we voldoende bekwaam personeel, logistieke ruimte om
te werken, ...)
Om doelen, omgeving en middelen met elkaar in evenwicht te brengen, dient elke organisatie keuzes te
maken. Kiezen is het hart van elk strategisch proces. Slaag je als organisatie erin om doordachte en
strategische keuzes te maken dan kan je komen tot de kern: de maakbare toekomst.
Strategisch management start bij het bepalen van de wenselijke toekomst. De doelen van de organisatie:
3
, - Welke toekomst willen wij voor de organisatie realiseren?
- Vastleggen van eindbestemming (zie doel op schatkaart)
De missie, visie/kernwaarden, organisatiedoelen, waarden en normen (de gewenste bedrijfscultuur)
duiden we aan als de sturende elementen in de strategie want zij geven aan in welke richting het bestuur
van een organisatie de organisatie wil sturen
3.1 MISSIE
= Zegt wat de organisatie wil doen en het vormt de kern van het bestaansrecht van een organisatie. Een
missie is in principe tijdloos en geworteld in het ontstaansverleden, en richt de blik naar binnen: wie zijn
we? Waarom bestaan we? Wat doen we? Een missie vat de essentie van de organisatie samen, en focust
op de eindbedoeling.
De missie van een organisatie bestaat uit 4 onderling versterkende basiselementen of antwoorden op deze
vier vragen:
- Waaromvraag:
o Waarom bestaat de organisatie -Welke behoefte vult de organisatie in?
- Waar-vraag:
o Binnen welke actiedomeinen is de organisatie actief inde omgeving? Sociale sector?
Milieu? Erfgoed? ...
- Wat-vraag:
o Wat willen ze bereiken, wat zijn de doelen van de organisatie? Wat onderscheidt deze
organisatie van andere organisaties binnen een bepaald domein of sector?
- Hoe-vraag:
o Welke waarden en normen streeft de organisatie na. Welke waarden zijn belangrijk in de
organisatiecultuur? Ze vertolken de morele en ethische principes die centraal staan
binnen de organisatie.
De 7 kenmerken van een goede missie – MISSION-kenmerken:
1) Marktgeoriënteerd
a. Met de missie toon je dat je wil inzetten op de behoeften en
wensen van de klant/cliënt
2) Inspirerend
a. Een goede missie gaat de omgeving inspireren. Een goede missie
moet ook haar eigen medewerkers motiveren.
3) Summier
a. Maak jouw missie beknopt en kort; Beknopt: kort, duidelijk en Leesbaar: zorg dat de
doelgroep je missie begrijpt, begrijpbaar taalgebruik
4) Specifiek
a. goede missies dienen richtinggevend te zijn voor het concrete, dagdagelijkse handelen en
voor de dagelijkse besluitvorming. Goede missies beschrijven de uitdaging, het project
van de organisatie in concrete, meetbare of in elk geval observeerbare termen. Concreet:
voldoende algemeen maar toch duidelijk wat de doelgroep en de doelstelling is
5) IJverig
a. Een goede missie moet ijverig en ambitieus zijn. Tegelijk blijft ze wel realistisch
6) Omstreden
a. goede missies creëren een klimaat voor permanent debat en discussie over de aard en de
opdracht van de organisatie
4