Module I. (Algemeen financieel) Boekhouden
1 Deel I. Vaste Activa
Vaste activa: omvatten de bezittingen die de vennootschap duurzaam aanwendt voor de
bedrijfsuitoefening
Financiële vaste activa: zijn duurzame beleggingen in aandelen of in vastrentende effecten zoals
obligaties van andere ondernemingen
Materiële vaste activa: zijn tastbaar van aard; immateriële (en financiële) vaste activa zijn niet
tastbaar van aard
- In bezit voor lange periode
- Ter ondersteuning productie en verkoop goederen en diensten
- Niet bestemd voor verkoop in kader normale bedrijfsactiviteit
- Bestemming beïnvloedt classificatie -> Vrachtwagen in transportbedrijf: vaste activa
-> Vrachtwagen bij vrachtwagenproducent: voorraad
- Classificatie Materiële vaste activa op MAR: 22 -> 27
1.1 Waardering materiële vaste activa bij verwerving
=> Aanschaffingswaarde
Aanschaffingsprijs
= aankoopprijs plus bijkomende kosten om het goed bedrijfsklaar te maken (transport, installatie,
import belastingen,…)
Dt 2300 Machine
Ct 4400 Handelsschulden
Vervaardingsprijs
- Boeking in twee stappen, bijvoorbeeld voor gebouw:
Dt 6XXX Kosten
Ct 4XXX Schulden
Dt 2210 Gebouwen
Ct 7200 Geproduceerde vaste activa
- Keuze tussen integrale of variabele kostprijsmethode
Inbrengwaarde
= waarde inbreng in natura door aandeelhouder
,1.2 Waardering materiële vaste activa na verwerving
=> Aanschaffingswaarde aangepast door afschrijvingen
1.2.1 Kasaanpak (cash basis)
Onder de kasaanpak worden kosten van een actief geboekt als het actief wordt betaald (GEEN
afschrijvingen)
voldoet niet aan het principe van de overeenstemming (matching)
1.2.2 Toerekeningsaanpak (accrual basis)
Onder de toerekeningspak worden kosten van een actief geboekt als het
actief wordt gebruikt/verbruikt om opbrengsten te genereren volgens het
matchingprincipe
→ kosten spreiden over gebruiksduur (= periode waarin opbrengsten worden gerealiseerd)
Nieuwe aankoop
Dt 2400 Rollend materiaal 30.000
Ct 4400 Handelsschuld 30.000
Afschrijving
Dt 6302 Afschrijvingen 5.000
Ct 2409 Rollend materieel – gecum. Afsch. 5.000
= Contrarekening steeds eindcijfer 9 bij tekenrekening aanschaffingswaarde
!! Nettoboekwaarde = Aanschaffingswaarde – gecumuleerde afschrijvingen
Maar: het is niet zo dat op ELK ogenblik de NBW van een materieel vast actief gelijk is aan het verschil
tussen de oorspronkelijke aanschaffingswaarde en de gecumuleerde afschrijvingen ->
herwaarderingen en waardeverminderingen kunnen ook voorkomen!!!
*Enkel materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden afgeschreven
- Bijvoorbeeld: gebouwen, machines (onderhevig aan slijtage en/of technische veroudering)
- Niet: terreinen
Ook immateriële activa kunnen worden afgeschreven
*Het bepalen van de afschrijvingskost vergt een aantal gegevens:
1) Afschrijfbare bedrag (AB)
= Gedeelte van de aanschaffingswaarde dat gedurende de gebruiksduur van het goed als kost
wordt geboekt in de RR
- Aanschaffingswaarde minus restwaarde => AB = AW – RW
2) Restwaarde (RW):
= het bedrag dat de vennootschap kan verkrijgen uit de verkoop van het goed aan het einde
van zijn gebruiksduur
- Bijvoorbeeld: €30.000 (AW) - €5.000 (RW) = €25.000 (AB)
3) Waarschijnlijke gebruiksduur (n)
-Aantal periodes waarover we het goed afschrijven
*Afschrijvingen dienen op systematische wijze te gebeuren
,1.3 Lineaire vs degressieve afschrijving
1.3.1 Lineaire afschrijving
- Afschrijvingen gelijk in elke periode
- Filosofie: Vaste activa genereren in elke periode zelfde opbrengsten
1.3.2 Degressieve afschrijving
- Afschrijvingen afnemend
- Filosofie: Vaste activa genereren in eerste periodes meer opbrengsten & compensatie voor hogere
kosten van onderhoud en herstelling in latere periodes
, 1.4 Fiscale aspecten rond afschrijvingen
Fiscus staat enkel lineaire methode toe
- Degressieve afschrijvingsmethoden zorgen voor een sneller (maar niet meer!) belastingvoordeel
- Als bedrijfseconomische afschrijvingen > fiscaal toegestane afschrijvingen
Indien de fiscus een kleinere afschrijvingsmogelijkheid biedt dan boekhoudkundig verantwoord,
dan moeten de boekingen gebeuren volgens de bedrijfseconomisch aanvaarde afschrijvingen,
ongeacht het fiscale standpunt
- Vennootschap wordt belast volgens wat fiscaal is toegestaan
- Fiscus legt minimum afschrijfperiodes & maximum afschrijvingspercentages op
1.5 Aanpassingen van het afschrijvingsschema
De volgens het oorspronkelijke afschrijvingsplan geboekte afschrijvingen MOGEN worden
teruggenomen wanneer blijkt dat ten gevolge van gewijzigde economische of technologische
omstandigheden een te snelle afschrijving heeft plaatsgehad.
1.6 Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa (rekening 21)
= Identificeerbare ontastbare componenten die een duurzame waarde hebben voor de onderneming
en gebruikt worden voor de bedrijfsactiviteit.
mogen niet worden geherwaardeerd!!
Voorbeelden: 210 Kosten van ontwikkeling ; 211 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken ;
212 Goodwill ; 213 Vooruitbetalingen op IV
1.6.1 Kosten van ontwikkeling (210)
*Kosten van onderzoek – Kosten in verband met oorspronkelijk en planmatig onderzoekswerk
waarvan de onderneming verwacht dat het zal leiden tot nieuwe kennis die ze kan aanwenden voor
producten, productiemethodes, markttechnieken en dergelijke.