Hoofdstuk 1: Het recht...........................................................................................................................1
Hoofdstuk 2: Indelingen van het recht....................................................................................................2
Hoofdstuk 3: Nederland, een democratie...............................................................................................5
Hoofdstuk 4: De volksvertegenwoordiging.............................................................................................7
Hoofdstuk 5: De Regering.......................................................................................................................9
Hoofdstuk 6: wetgeving........................................................................................................................11
Hoofdstuk 7: Rechtsstaat en rechtspraak.............................................................................................15
Hoofdstuk 8: Gemeente, provincie en Europese Unie..........................................................................19
Hoofdstuk 9: De Grondrechten.............................................................................................................21
Hoofdstuk 1: Het recht
Politiemensen worden rechtshandhavers genoemd. De politie heeft als taak om erop toe te zien dat
de burgers zich aan het recht houden en in te grijpen als burgers dat niet doen.
1.2 Omschrijving en doel
Recht = het geheel van regels dat op een bepaald moment in de samenleving geldt.
Sommige regels worden opgelegd door de overheid. Deze regels bij elkaar vormen het juridisch
recht. Bij juridisch recht kijk je naar de procedure: het gaat om officiële overheidsregels die volgens
een voorgeschreven procedure tot stand zijn gekomen. (vb: voorrang bij zebrapad)
Burgers leggen zichzelf ook regels op. Deze regels zijn onderdeel van moreel recht. Hierbij kijk je naar
de inhoud van de regel. (vb: opstaan voor ouderen in de bus). Soms overlappen morele regels en
juridisch recht doordat morele regels worden opgenomen door de overheid.
Doel van recht: het ordenen van de samenleving. Het recht heeft een ordende taak. Het zorgt ervoor
dat mensen weten waar ze aan toe zijn. Het maakt de rechten en plichten duidelijk en maakt het
duidelijk wat ze van elkaar en de overheid kunnen verwachten. Het recht is de scheidsrechter.
Politiemensen worden ordehandhavers genoemd.
Inhoud recht: de overheid zoekt naar regels die eerlijk en rechtvaardig zijn en die zo veel mogelijk
rekening houden met de belangen van betrokkenen. Wat eerlijk en rechtvaardig is, is afhankelijk van
het morele recht in de samenleving. Dit morele recht wordt gevormd uit normen en waarden.
Normen en waarden zijn opvattingen wat wel en niet goed is.
Het juridisch recht weerspiegeld de opvattingen van de samenleving.
1.3 Wettelijke regels en andere regels
,Een rechtsregel is een wettelijke regel waaraan iedereen in NL is gebonden. Als iemand deze
overtreedt, velt de rechter daarover een oordeel.
Kenmerken van rechtsregels:
- Worden gemaakt door de overheid;
- Algemeen geldend zijn;
- Door de rechter worden gehandhaafd.
1.4 Bronnen van het recht
Rechtsbronnen zijn vindplaatsen van het recht.
Soorten rechtsbronnen:
- Wet
Wetboek van Strafrecht: gedragingen die strafbaar zijn;
Burgerlijk Wetboek: rechten en plichten van kopers en verkopers
Wegenverkeerswet 1994: regelingen voor wegverkeer
Opiumwet: omgang met bewustzijnsbeïnvloedende middelen (drugs) regelt.
- Jurisprudentie: verzameling van alle rechterlijke uitspraken. Hierin is te vinden hoe rechters
in de loop der jaren de wet hebben uitgelegd.
- Internationaal recht: regelt de relaties tussen onafhankelijke landen. Dit doen ze door het
sluiten van verdragen. Soms besluiten landen door een verdrag samen een organisatie op te
richten. (vb: verdrag over de Europese Unie dat een intensieve samenwerking regelt tussen
groot aantal Europese landen).
- De gewoonte: soms kan gewoonte die door veel mensen als recht wordt ervaren en die dus
ingeburgerd is en daarmee een bron van recht zijn geworden. (vb: handje klap).
Hoofdstuk 2: Indelingen van het recht
2.2 Vier rechtsgebieden
Het recht is ingedeeld in vier rechtsgebieden:
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
- Strafrecht
- Burgerlijk recht
Staatsrecht (organisatie van de overheid)
Het staatsrecht regelt de organisatie van en de verhoudingen tussen verschillende overheidsorganen
en bepaalt de positie van burgers in de staat. (vb: kiesrecht). De belangrijkste regels van het
staatsrecht staan in de grondwet. Internationaal recht valt ook hieronder.
In het staatsrecht wordt de plaats van de politie in onze samenleving beschreven. Het gaat dan
bijvoorbeeld om de vraag wie er verantwoordelijk is voor de politie en welke waarborgen ervoor zijn
dat de politie zich aan de wettelijke regels houdt.
Bestuursrecht (ordende taak overheid)
‘Besturen’ is het ordenen van de samenleving. Dit is een typische overheidstaak die bijvoorbeeld
bestaat uit het verstrekken van uitkeringen, aanstellen van (politie)ambtenaren etc. Het
bestuursrecht beschrijft dus de bestuurlijke taak van de overheid. Je vindt hier regels waaraan de
overheid zich moet houden als zij het land besturen. Ook horen bij het bestuursrecht zogenaamde
, ‘beginselen’ die ervoor moeten zorgen dat de overheid eerlijke en zorgvuldige besluiten neemt. Dit
zijn algemene regels die je niet altijd in de wet terugvindt.
De algemene wet bestuursrecht is de belangrijkste wet.
- Deze geeft regels voor de uitoefening van de bestuurstaak.
- Beschrijft wat een burger kan doen als hij het niet eens is met een besluit van een
overheidsorgaan.
Verschil staatsrecht & bestuursrecht
Het staatsrecht geeft een ‘organisatieplaatje’ van de overheid; het regelt de verhoudingen tussen de
verschillende organen van de overheid. Het bestuursrecht beschrijft hoe de overheid om moet gaan
met haar burgers als zij het land bestuurt.
Burgerlijk recht (rechtsrelaties tussen burgers)
In het burgerlijk recht worden de rechtsrelaties tussen burgers onderling geregeld. Het gaat hier in
veel gevallen om zaken die ons allemaal dagelijks raken, zoals wonen. De belangrijkste wet in het
burgerlijk recht is het Burgerlijk Wetboek. Daarin staan regels over koop, trouwen etc.
Kenmerkend voor het burgerlijk recht is dat de burgers zelf verantwoordelijk zijn, ook als een van de
partijen zich niet aan de regels houdt. Het initiatief ligt in het burgerlijk recht namelijk bij de partij die
zich onrechtvaardig behandeld voelt.
Let op! Burgerlijk recht wordt ook wel ‘civiel recht’ of ‘privaatrecht’ genoemd; deze begrippen
worden door elkaar gebruikt.
Strafrecht (gedragingen waarop straffen staan)
Het strafrecht geeft de overheid het recht om straf op te leggen aan personen die bepaalde
gedragingen verrichten. In het burgerlijk recht is er dus geen overheidsapparaat dat de naleving van
de wetten controleert. In strafrecht is dit anders. Het gaat hier om gedragingen waarop de overheid
straf heeft gesteld (vb: diefstal art. 310 WvS).
Bijzonder karakter strafrecht: er is een overheidsapparaat (politie) dat strafbare feiten en verdachten
daarvan opspoort, zodat de rechter zich hierover kan uitspreken.
Waarom doet de overheid dat wel in het strafrecht en niet in het burgerlijk recht? Dat heeft te maken
met de aard van de bepalingen in het strafrecht. De wetgever maakt van een gedraging alleen een
strafbepaling als hij dat voor de veiligheid en de rust in de samenleving van belang vindt.
Een belangrijk wetboek in het strafrecht is het Wetboek van Strafrecht waarin een groot aantal
strafbepalingen is opgenomen. Het Wetboek van Strafvordering geeft aan wat er gebeurt met
iemand die ervan wordt verdacht een strafbaar feit te hebben gepleegd, zoals autorijden met alcohol
op. Het Wetboek van Strafvordering geeft dus antwoord op vragen zoals: ‘Wanneer mag een
verdachte worden aangehouden?
Van de vier rechtsgebieden is het strafrecht voor de politie het belangrijkst.
2.3 Publiekrecht en privaatrecht
Gezagspositie versus géén gezagspositie overheid