100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Caso

Alle WC uitwerkingen incl. uitleg strafprocesrecht

Puntuación
-
Vendido
4
Páginas
64
Grado
8-9
Subido en
20-03-2025
Escrito en
2024/2025

Dit document bevat een uitgebreide en correcte uitwerking van de verplichte opdrachten van het vak strafprocesrecht. Daarnaast is de uitleg van mr. Milic per week uitgewerkt.

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
20 de marzo de 2025
Número de páginas
64
Escrito en
2024/2025
Tipo
Caso
Profesor(es)
Milic
Grado
8-9

Temas

Vista previa del contenido

WC Strafprocesrecht

Week 1: Opsporing, controle en nemo tenetur-beginsel
Aantekeningen:
Definitie strafprocesrecht: het strafprocesrecht bepaalt hoe en door wie wordt
onderzocht of een strafbaar feit is begaan en door wie en naar welke maatstaven
daarover en over de daaraan te verbinden strafrechtelijke sancties worden beslist
(zie: Corstens/Borgers & Kooijmans 2021, p.7). Het strafprocesrecht vormt een brug
tussen het gepleegde strafbare feit en de sanctie. Strafproces vangt aan met
voorbereidend onderzoek art. 132 Sv (bijvoorbeeld het opsporingsonderzoek art. 132
a Sv), dit gaat vooraf aan het onderzoek ter terechtzitting.

Het opsporingsonderzoek art. 132a Sv bestaat uit 3 componenten (i) onderzoek in
verband met strafbare feiten (ii) onder gezag van de OvJ (iii) met als het nemen van
strafvorderlijke beslissingen (dit zijn dus niet alleen sancties, maar ook bijvoorbeeld
de beslissing tot aanhouding). Opsporingsbegrip is neutraal, kennelijk is niet vereist
dat er sprake is van een verdenking in de zin van art. 27 Sr voor opsporing.
Bepaalde vormen van controle, kunnen ook worden aangemerkt als opsporing, want
de politie is niet altijd strafbare feiten aan het opsporen, zie art. 3 Politiewet voor de
algemene taakstelling van de politie: taak om te zorgen voor een handhaving van de
rechtsorde. De politie kan dus ook surveilleren, rondkijken, controle. Binnen dit
verband van controle kun je onderscheid maken tussen:
 Preventieve controle (gelijk aan toezicht): hierbij moet je denken aan
bestuursrechtelijke handhaving, bijvoorbeeld handhaven op vergunningen.
 Repressieve controle: ziet op het daaraan voorafgaand ontdekken van
strafbare feiten, bijvoorbeeld de alcoholverkeerscontrole. Terwijl er kennelijk
onderzoek wordt verricht, want je organiseert een alcoholfuik i.v.m. strafbare
feiten. Opsporingsambtenaren (de politie) vallen onder het gezag van de OvJ,
naar aanleiding van die controle zal een strafvorderlijke beslissing worden
genomen. Ofwel er is controle, maar stikt genomen is dit opsporing art. 132a
Sv.

Het opsporingsbegrip markeert het beginpunt van strafvordering in de zin van art. 1
Sv, dan komen alle waarborgen tot leven. De betrokkene heeft veel meer
rechtsbescherming, dan in een bestuursrechtelijke procedure.

Hoe zit het in het geval een agent zowel met toezicht op opsporing is belast, hoe kun
je bepalen of die activiteit opsporing of toezicht oplevert? Je kijkt naar het doel, het
doel staat centraal, met welk doel wordt de controle ingezet. Als het doel is om
strafvorderlijke beslissingen te nemen dan is er opsporing.

Toezichtcontrole kan wel aanleiding geven om te gaan opsporen. Daartoe worden
een drietal termen gebruikt: sfeercumulatie, sfeerovergang en voortgezette
toepassing.

Toepassen van de begrippen: sfeerovergang, sfeercumulatie en voortgezette
toepassing op de casus: zie dia voor casussen
1. Sfeerovergang: er is eerst sprake van toezicht o.g.v. AWR en er ontstaat een
verdenking, waardoor je overgaat in opsporing. Je gaat over van de ene sfeer in de
andere sfeer, binnen deze casus blijft dit allemaal binnen het bereik van dezelfde
wet, dit noem je zuivere sfeerovergang.

,2. Sfeercumulatie: opsporing en toezicht lopen samen, beide sferen lopen samen.
Worden door elkaar heen toegepast gedurende de opsporing.
3. Voortgezette toepassing, Hij verricht toezicht obv bijzondere wet: AWR, en dat
toezicht doet een vermoeden rijzen dat er een strafbaar feit is gepleegd buiten het
bereik van die bijzondere wet waarop hij aan het controleren was. Dit noem je
sfeerovergang in de zin van voortgezette toepassing.  HR Geweer: als je per
toeval een feit ontdekt, in het kader van Drankwet, stuit hij op vuurwapen dat buiten
bereik Drankwet ligt, dan mag je de bevoegdheden voortzetten voor dit strafbare feit
dit als je per toeval dit feit ontdekt.
 let op: gaat hier om dat je toevallig iets ontdekt, het is anders als je bewust iets
ontdekt.

Opdracht 1
Zorg dat u antwoord kunt geven op de volgende vragen. Deze vragen komen aan de orde bij
een spontane opdracht in de werkgroep.
a. Wat wordt in het Wetboek van Strafvordering onder opsporing verstaan?
Het begrip ‘opsporing’ is neergelegd in art. 132a Sv: het onderzoek in verband met strafbare
feiten onder gezag van de OVJ met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen.
Bestaat dus uit 3 elementen: (i) onderzoek ivm strafbare feiten, (ii) onder gezag van de OVJ
en (iii) met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen.
b. Wat is het onderscheid tussen opsporing, toezicht en controle?
Opsporing is een middel voor het handhaven van wettelijke voorschriften vanuit het
strafrecht met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen. Toezicht is een middel
voor het handhaven van wettelijke voorschriften vanuit het bestuursrecht. Bij controle worden
er activiteiten verricht door personen die uitsluitend met toezicht belast zijn.
c. Leg gemotiveerd uit wat voortgezette toepassing, sfeerovergang en sfeercumulatie
inhouden.
Voortgezette toepassing is de situatie waarbij de opsporingsbevoegdheid wordt toegepast in
het kader van een bijzondere wet, maar tijdens deze toepassing wordt een ander strafbaar
feit geconstateerd dat buiten het bereik van die wet ligt. In HR Geweer is bepaald dat een
opsporingsambtenaar zijn bevoegdheden mag blijven toepassen wanneer hij per toeval op
een strafbaar feit stuit dat buiten het bereik van de bijzondere wet ligt op basis waarvan hij
op dat moment optreedt. Bij sfeerovergang gaat toezicht op het moment van de verdenking
over in een opsporing. Sfeercumulatie houdt in dat wanneer een persoon al wordt verdacht
van een strafbaar feit er nog steeds gebruik gemaakt mag worden van
controlebevoegdheden, mits de waarborgen (die horen bij het verdachtebegrip) in acht
worden genomen.

Casus De Foodstrip
Politieambtenaren John van Eck en Jacqueline Heesbeen rijden op 9 december 2021 naar de
Foodstrip in Amsterdam. De Foodstrip, een verzameling fastfoodrestaurants, is een
zogenaamde ‘sleutelplaats’: een plaats waar criminelen elkaar veelvuldig ontmoeten voor de
overdracht van wapens, drugs en grote geldbedragen. Zo’n overdracht gebeurt ter plaatse of
op een locatie waar men gezamenlijk heengaat nadat op de Foodstrip contact is gelegd. Als
John en Jacqueline op ongeveer vijftig meter van de Foodstrip geparkeerd staan, zien zij een
Volkswagen. De Volkswagen wordt geparkeerd en er stappen drie onbekende mannen uit.
Twee van deze onbekende mannen stappen vervolgens in een Peugeot met twee inzittenden
die ook op de Foodstrip geparkeerd staat. John’s speciale camera met ANPR-techniek3 leest
het kenteken van de Peugeot. Het blijkt om een huurauto te gaan. Het is John en Jacqueline
ambtshalve bekend dat criminelen veelvuldig gebruik maken van huurauto’s om opsporing te
bemoeilijken. John en Jacqueline besluiten de Peugeot en de Volkswagen, die inmiddels
achter elkaar van de Foodstrip wegrijden, te volgen en zien even later dat de auto’s worden

,geparkeerd voor een flat in Amsterdam-Zuidoost. Vier mannen gaan de flat binnen en één
man blijft in de Volkswagen. Ongeveer een half uur later verlaten de twee onbekende mannen
de flat en stappen in bij de bestuurder van de Volkswagen. John en Jacqueline zien dat de
Volkswagen een manoeuvre maakt die zij herkennen als een manoeuvre die wordt gebruikt
om te constateren of een auto wordt gevolgd. “Hier zit een luchtje aan”, zegt John. De agenten
besluiten de officier van justitie te bellen. De officier constateert dat er niet genoeg is om over
te gaan tot aanhouding of staande houding en draagt John en Jacqueline op een controle op
grond van artikel 160 lid 1 jo. lid 4 WVW 1994 uit te voeren. Kort na dit telefoongesprek
geven John en Jacqueline de Volkswagen een stopteken. Jacqueline vordert inzage in het
rijbewijs en de kentekenpapieren van de bestuurder. John schijnt met een zaklamp door de
zijruit onder de bijrijdersstoel. John ziet onder de bijrijdersstoel een groot ingetapet blok
liggen, lijkend op een blok cocaïne. De drie mannen worden vervolgens aangehouden voor
het overtreden van de Opiumwet. Na onderzoek aan het inbeslaggenomen blok blijkt het
inderdaad om cocaïne te gaan.

Opdracht 2
(i) Geef gemotiveerd en in de vorm van een betoog uw oordeel over de rechtmatigheid van
de verkeerscontrole. ii) Stel dat de bestuurder voordat de verkeerscontrole werd uitgevoerd,
wél als verdachte kon worden aangemerkt. Staat dit in de weg aan het uitoefenen van deze
controlebevoegdheid? Let op: u hoeft dus niet in te gaan op de rechtmatigheid van de
aanhouding (artikel 53 Sv).

Het arrest dat hierbij hoort is HR Dynamische verkeerscontrole
In casus: agenten zijn bij de Foodstrip, zien een auto, scannen dat kenteken blijkt van
verhuurbedrijf dat bekend staat aan criminelen te verhuren, gaan achtervolgen en houden in
de gaten, bellen vervolgens OvJ, de OvJ zegt niet voldoende voor redelijk vermoeden en
zegt regel maar een verkeerscontrole art. 160 WvW en houdt hem ‘per toeval aan. Mocht het
inzetten van de verkeerscontrole al, gebruik je die niet voor een ander doel dan waarvoor die
gegeven is? De HR zegt in HR Dynamische verkeerscontrole: je mag die controle gebruiken
voor aan ander doel dan waarvoor die gegeven is, mits je ook daadwerkelijk doet wat die
verkeerscontrolebevoegdheid daadwerkelijk van jou vereist: vragen om kenteken- en
rijbewijs, dat je daarnaast nog andere doelen hebt, doet niet af aan de rechtmatigheid. Er is
pas schending beginsel van ‘detournement de pouvoir’ (ook wel zuiverheid van oogmerk
genoemd) op het moment dat die bevoegdheid uitsluitend wordt ingezet voor een ander doel
dan waarvoor deze is gegeven. Is dus geen strenge beperking, kost weinig moeite om te
vragen naar kenteken- en rijbewijs.

In onze casus geen verdenking, wat nu als er wel een verdenking is en je dan een
verkeerscontrole verricht? Hier gebruik je HR Controle vs. Opsporing (maar hetzelfde
staat ook in HR Dynamische verkeerscontrole): het bestaan van een redelijk vermoeden
dat iemand zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit niet in de weg staat aan het
uitoefenen van controlebevoegdheden door politieambtenaren, mits bij aanwending van die
bevoegdheden tegenover een verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen
in acht worden genomen.

Er kan zich een ander probleem voordoen, dit houdt verband met het feit dat veel van
controle- of toezicht controle kennen een zogeheten medewerkingsplicht, als je dit niet doet
ben je strafbaar. O.g.v. 5:20 awb moet je alle medewerking verlenen, anders voldoe je niet
aan ambtelijk bevel en ben je strafbaar art. 84 Sv. Maar, er geldt nemo tenetur beginse,
wordt ontleend aan art. 6 EVRMl = je hoeft niet mee te werken aan je eigen veroordeling.
Hoef je dan niet mee te werken? Je moet hiervoor de reikwijdte en betekenis van het nemo
tenetur-beginsel duiden.

, Opdracht 3
Wat zijn de instapvoorwaarden om een beroep te kunnen doen op het nemo tenetur-
beginsel?

Er moet in de eerste plaats sprake zijn van een bepaalde vorm van dwang/druk. In welke
situaties moet die dwang/druk zijn uitgeoefend? Er moet sprake zijn van een strafrechtelijke
procedure + diegene moet er op de hoogte van zijn dat er een procedure tegen hem loopt
(ook wel ‘criminal charge’ volgens het art. 6 EVRM). Dan komt het nemo teneturbeginsel in
zicht. EHRM zegt je moet hierna nog kijken of het onder druk/dwang verkregen materiaal niet
alsnog buiten de reikwijdte van nemo tenetur valt, dit heeft met de wil van de verdachte te
maken ten opzichte van het materiaal.

Het nemo teneturbeginsel
Algemeen:
 Niet verplicht om mee te werken aan zijn eigen veroordeling
 Zwijgrecht en pressieverbod
 Medewerkingsverbod?


Instapvoorwaarden zijn dus:
 Dwang/druk
 Criminal charge art. 6 EVRM

Op wat voor soort materiaal ziet het nemo teneturbeginsel niet?
Nemo teneturbeginsel houdt voornamelijk verband met de verklaringsvrijheid, dus onder
dwang verkrijgen van wilsafhankelijk materiaal zoals verklaringen (mondeling als
schriftelijk).
DNA, vingerafdrukken, bloed of urine zijn wilsonafhankelijk materiaal, omdat het in fysieke
gewoon onafhankelijk bestaat onafhankelijk van jou wil. Het is er gewoon. Integenstelling tot
een verklaring, dat is wilsafhankelijk, je kunt iemand zodanig onder druk zetten, maar als je
dat niet doet kan ik dat niet verkrijgen. Nemo teneturbeginsel ziet in beginsel niet op onder
dwang verkrijgen en gebruiken van wilsonafhankelijk materiaal, dit mag je afdwingen (EHRM
Saunder)

Hoe zit het dan met documenten? Dit is wilsonafhankelijk, want het document bestaat. Dit ligt
anders als er sprake is van een ‘fishing expedition’, je mag volgens het EHRM niet zomaar
vissen naar documenten (zie EHRM Funke). Op het moment dat je documenten afdwingt,
dan zul je moeten aantonen dat die dwang gericht is op specifieke ‘pre-existing documents’
(waarvan je dus op de hoogte bent van het bestaan en relevant zijn voor het onderzoek), het
ontstaan van die documenten is niet het gevolg van de dwang die is toegepast.

Als de verkrijgingswijze in strijd is met art. 3 EVRM, maakt het niet uit of het gaat om
wilsafhankelijk/wilsonafhankelijk materiaal, dan valt het altijd binnen de reikwijdte van nemo
teneturbeginsel (dit volgt uit EHRM Jalloh t. Duitsland, waarbij verdachte drugs had ingeslikt
en er braakmiddel werd toegediend om de drugs te verkrijgen, de drugs zijn
wilsonafhankelijk want die bestaan). In principe bescherm nemo tenetur niet tegen
wilsonafhankelijk materiaal, maar in dit geval wel door drie argumenten:
1.De informatie kan zelfstandig dienen als bewijsmateriaal, zonder nader forensisch
onderzoek
2.De mate van dwang lag in Jalloh t. Duitsland significant hoger dan normaliter nodig om
wilsonafhankelijk materiaal te verkrijgen, er was meer dan slechts een geringe
inmenging van fysieke integriteit.
3.De verkrijgingswijze was in strijd met art. 3 EVRM
$18.64
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
jmschoon Tilburg University
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
127
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
2
Documentos
26
Última venta
2 días hace

4.3

16 reseñas

5
9
4
3
3
3
2
1
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes