vaarbewijs hst 2
Rechtse schroef heeft kleinste draaicirkel over links.
Rechtse schroef grootste draaicirkel over rechts.
Linkse schroef kleinste draaicirkel over rechts.
Linkse schroef grootste draaicirkel over links.
Twee hoofdvormen van het varen met een motorboot
A. varen met een roer en een vast opgestelde motor en schroef
B. varen met een buitenboord motor of hekaandrijving
A. varen met een roer en een vast opgestelde motor en schroef
Roerdruk: is het water dat langs het roerblad stroomt om ervoor te zorgen dat het roer
werkt. het schroefwater zorgt voor extra druk
Hoe sneller de boot gaat door het water → hoe meer roerdruk → beter bestuurbaar
Bakboord = links stuurboord = rechts
bij stuurboord roer gaat de boot:
- met de voorkant naar rechts
- roerblad naar rechts waardoor de achterkant van de boot naar links geduwt wordt
om te sturen met minder snelheid gebruik je:
- wieleffect: ( alleen boten met een vaste schroef (geen buitenboord motor)) de
zijwaartse kracht die de schroef af geeft. een rechtse schroef gaat automatisch →
achterkant stuurboord en voorkant bakboord. Achteruit varend is het wieleffect veel
sterker. Met een rechtse schroef draait het linksom achterkant - bakboord en
voorkant - stuurboord → tegenovergestelde met linkse schroef
- kunstmatige roerdruk
- boeg en hekschroef
je hebt 2 soorten schroeven, maar de werking blijft hetzelfde → door ronddraaien krijg je
voortstuwende beweging ga je vooruit → ze leveren ook zijwaartse kracht
1. linkse schroef → draait linksom (achterom rechts)
2. rechtse schroef → draait rechtsom (achterom links)
met een rechtse schroef bij voorkeur aan bakboord afmeren
en
met de rechtse schroef is de kleinste draaicirkel over links
tegenovergestelde linkse schroef
met een linkse schroef bij voorkeur aan stuurboord afmeren en kleinste draaicirkel over rechts
keren in nauw water waar je niet een rondje kan maken moet je al snel achteruit
houdt rekening met het wieleffect (vooral achteruit)
met rechtse schroef - ga je eerst naar rechts - dan achteruit en je wordt door het wieleffect
rechtgetrokken
met een rechtse schroef bij keren in een nauw vaarwater - vaar eerst naar de
linkerzijde - daarna naar rechts - dan achteruit
op stromend water oversteken → moet je altijd (met veel stroming veel) tegen de stroming
in sturen
, kunstmatige roerdruk: deze schroef zit voor het roer doordat dit draait stroomt er veel
stroming water langs het roer en krijg je kunstmatige roerdruk
boeg en hekschroef: zijn schroeven die haaks op de lengterichting van een schip staan.
Boegschroef = vooraan -- hekschroef = achteraan
‘boegschroef bakboord’ = de boegschroef de voorkant naar bakboord duwt (hekschroef
hetzelfde)
met weinig snelheid kan je met de boeg en hekschroef toch goed manoeuvreren.
vb → je vaart motorboot met rechtse schroef + boegschroef = je wilt keren?
je weet rechtse schroef kleinste draaicirkel links →hoe gaat de boegschroef helpen? → je laat de boegschroef de
voorkant naar bakboord duwen
met de hekschroef kun je het achterschip naar bakboord en stuurboord laten gaan ( geen
wieleffect)
B varen met een buitenboord motor of hekaandrijving
gaat makkelijk of via gashendel of via stuurwiel.
varen met hekaandrijving is eigenlijk hetzelfde als de normale wijzen → alleen als de motor
uitvalt kun je niet varen en niet sturen.
er is geen wieleffect bij een buitenboord motor / hekdrive
boten met 2 schroeven kunnen met de gashendel manoeuvreren → linkse schroef sneller
draaien = bocht naar rechts
voortros: lijn van voorkant schip naar voren
voorspring: lijn van voorkant schip naar achteren
achtertros: lijn van achterkant schip naar achter
achterspring: lijn van achterkant schip naar voren
middenbolder spring: lijn van middenschip naar voor of achter
hogerwal: de wal waar de wind vandaan komt
lagerwal: de wal waar de wind naartoe waait
loefzijde: de zijde van het schip waar de wind tegenaan waait
lijzijde: de zijde van het schip waar de wind vanaf waait
verlijeren: je door de wind naar lijzijde laten varen
bolder: bevestigingspunt → gemaakt om een touw aan vast te maken
liever mogelijk om tegen de wind of stroming te (ankeren of afvaren)
Situatie eerst vastmaken
wind of stroming van voren voortros
wind of stroom van achter achtertros
hogerwal (lastig) voorspring
in een box voorspring
(tussen andere boten)
Rechtse schroef heeft kleinste draaicirkel over links.
Rechtse schroef grootste draaicirkel over rechts.
Linkse schroef kleinste draaicirkel over rechts.
Linkse schroef grootste draaicirkel over links.
Twee hoofdvormen van het varen met een motorboot
A. varen met een roer en een vast opgestelde motor en schroef
B. varen met een buitenboord motor of hekaandrijving
A. varen met een roer en een vast opgestelde motor en schroef
Roerdruk: is het water dat langs het roerblad stroomt om ervoor te zorgen dat het roer
werkt. het schroefwater zorgt voor extra druk
Hoe sneller de boot gaat door het water → hoe meer roerdruk → beter bestuurbaar
Bakboord = links stuurboord = rechts
bij stuurboord roer gaat de boot:
- met de voorkant naar rechts
- roerblad naar rechts waardoor de achterkant van de boot naar links geduwt wordt
om te sturen met minder snelheid gebruik je:
- wieleffect: ( alleen boten met een vaste schroef (geen buitenboord motor)) de
zijwaartse kracht die de schroef af geeft. een rechtse schroef gaat automatisch →
achterkant stuurboord en voorkant bakboord. Achteruit varend is het wieleffect veel
sterker. Met een rechtse schroef draait het linksom achterkant - bakboord en
voorkant - stuurboord → tegenovergestelde met linkse schroef
- kunstmatige roerdruk
- boeg en hekschroef
je hebt 2 soorten schroeven, maar de werking blijft hetzelfde → door ronddraaien krijg je
voortstuwende beweging ga je vooruit → ze leveren ook zijwaartse kracht
1. linkse schroef → draait linksom (achterom rechts)
2. rechtse schroef → draait rechtsom (achterom links)
met een rechtse schroef bij voorkeur aan bakboord afmeren
en
met de rechtse schroef is de kleinste draaicirkel over links
tegenovergestelde linkse schroef
met een linkse schroef bij voorkeur aan stuurboord afmeren en kleinste draaicirkel over rechts
keren in nauw water waar je niet een rondje kan maken moet je al snel achteruit
houdt rekening met het wieleffect (vooral achteruit)
met rechtse schroef - ga je eerst naar rechts - dan achteruit en je wordt door het wieleffect
rechtgetrokken
met een rechtse schroef bij keren in een nauw vaarwater - vaar eerst naar de
linkerzijde - daarna naar rechts - dan achteruit
op stromend water oversteken → moet je altijd (met veel stroming veel) tegen de stroming
in sturen
, kunstmatige roerdruk: deze schroef zit voor het roer doordat dit draait stroomt er veel
stroming water langs het roer en krijg je kunstmatige roerdruk
boeg en hekschroef: zijn schroeven die haaks op de lengterichting van een schip staan.
Boegschroef = vooraan -- hekschroef = achteraan
‘boegschroef bakboord’ = de boegschroef de voorkant naar bakboord duwt (hekschroef
hetzelfde)
met weinig snelheid kan je met de boeg en hekschroef toch goed manoeuvreren.
vb → je vaart motorboot met rechtse schroef + boegschroef = je wilt keren?
je weet rechtse schroef kleinste draaicirkel links →hoe gaat de boegschroef helpen? → je laat de boegschroef de
voorkant naar bakboord duwen
met de hekschroef kun je het achterschip naar bakboord en stuurboord laten gaan ( geen
wieleffect)
B varen met een buitenboord motor of hekaandrijving
gaat makkelijk of via gashendel of via stuurwiel.
varen met hekaandrijving is eigenlijk hetzelfde als de normale wijzen → alleen als de motor
uitvalt kun je niet varen en niet sturen.
er is geen wieleffect bij een buitenboord motor / hekdrive
boten met 2 schroeven kunnen met de gashendel manoeuvreren → linkse schroef sneller
draaien = bocht naar rechts
voortros: lijn van voorkant schip naar voren
voorspring: lijn van voorkant schip naar achteren
achtertros: lijn van achterkant schip naar achter
achterspring: lijn van achterkant schip naar voren
middenbolder spring: lijn van middenschip naar voor of achter
hogerwal: de wal waar de wind vandaan komt
lagerwal: de wal waar de wind naartoe waait
loefzijde: de zijde van het schip waar de wind tegenaan waait
lijzijde: de zijde van het schip waar de wind vanaf waait
verlijeren: je door de wind naar lijzijde laten varen
bolder: bevestigingspunt → gemaakt om een touw aan vast te maken
liever mogelijk om tegen de wind of stroming te (ankeren of afvaren)
Situatie eerst vastmaken
wind of stroming van voren voortros
wind of stroom van achter achtertros
hogerwal (lastig) voorspring
in een box voorspring
(tussen andere boten)