Alle Begrippen + Theorieën
Persoonlijkheidspsychologie 2023/2024 (Had
zelf een 9 voor het tentamen!!)
Inhoudsopgave
Alle Begrippen + Theorieën Persoonlijkheidspsychologie 2023/2024 (Had zelf
een 9 voor het tentamen!!).............................................................................1
Begrippen...................................................................................................... 2
Week 1............................................................................................................................ 2
Week 2............................................................................................................................ 2
Week 3............................................................................................................................ 3
Week 4............................................................................................................................ 3
Week 5............................................................................................................................ 4
Week 6............................................................................................................................ 4
Theorieën...................................................................................................... 5
Week 1............................................................................................................................ 5
Week 2............................................................................................................................ 6
Week 3............................................................................................................................ 8
Week 4.......................................................................................................................... 10
Week 5.......................................................................................................................... 13
Week 6.......................................................................................................................... 15
, Begrippen
Week 1
Persoonlijkheid: de verzameling van psychologische kenmerken en
psychologische mechanismen die een individu typeren, die op relatief duurzame manier
georganiseerd zijn, en die de interactie van een persoon met de intrapsychische, fysieke en
sociaal omgeving beïnvloeden.
Psychologische mechanismen: de processen (informatie verwerken) van de persoonlijkheid.
Bestaan uit input, beslissingsregels en output.
Nomothetisch onderzoek: statistische vergelijking van individuen of groepen.
Idiografische onderzoek: onderzoek dat zich richt op een enkele participant en wat deze
participant uniek maakt. Bijv. een case studie van Einstein.
Persoonlijkheidsstaat: onze ABCD's op een bepaald moment.
ARAS: ascenderend reticulair activerend systeem, verantwoordelijk voor arousal, aandacht en
slaap-waak cyclus.
Limbisch systeem: systeem verantwoordelijk voor onder andere emotionele verwerking.
'Mensen met hoog neuroticisme hebben verhoogde reactiviteit in limbisch systeem.
De menselijke natuur: net zoals anderen
Individuele- en groepsverschillen: zoals sommige anderen
Individuele uniciteit: als geen ander, uniek.
Theoretische benadering: op basis van theorie en empirische studies worden belangrijke
eigenschappen bestudeerd.
Externe benadering: Known-groups paradigm. Begint met een groot aantal vragen, dan laat je
known-groep en normale mensen invullen. Het verschil met normale mensen wordt statistisch
getest, en de vragen die significant verschillen komen in de uiteindelijke vragenlijst.
Lexicale benadering: synoniemfrequentie en interculturele universaliteit geven aan hoe
belangrijk een trek is voor persoonlijkheid.
Consistentie: om een persoonlijkheidskenmerk te hebben, moet je consistent zijn in je gedrag
met betrekking tot het kenmerk.
Stabiliteit: individuen met een eigenschap zijn enigszins stabiel in de tijd met gedragingen die
verband houden met de eigenschap.
Individuele verschillen: mensen verschillen van elkaar in gedragingen die verband houden met
de eigenschap.
Gedragsactivatie: BAS, gevoelig voor positieve stimuli.
Gedragsinhibitie: BIS, gevoelig voor negatieve stimuli
Week 2
High stakes testing: situaties waarin testscores worden gebruikt om belangrijke beslissingen
over personen te nemen.
Social desirable responding: neiging tot positieve zelfevaluatie, hogere instemming met
wenselijke items zoals behulpzaam of hardwerkend.
Self-enhancement bias: de neiging van mensen om zichzelf op een gunstige manier te zien en
presenteren.
Referentiegroep effect: de neiging van mensen om hun zelfwaarneming te baseren op
vergelijkingen met anderen in de socioculturele referentiegroep.
Experience sampling: korte zelfrapportagevragenlijsten die meerdere keren per dag, gedurende
Persoonlijkheidspsychologie 2023/2024 (Had
zelf een 9 voor het tentamen!!)
Inhoudsopgave
Alle Begrippen + Theorieën Persoonlijkheidspsychologie 2023/2024 (Had zelf
een 9 voor het tentamen!!).............................................................................1
Begrippen...................................................................................................... 2
Week 1............................................................................................................................ 2
Week 2............................................................................................................................ 2
Week 3............................................................................................................................ 3
Week 4............................................................................................................................ 3
Week 5............................................................................................................................ 4
Week 6............................................................................................................................ 4
Theorieën...................................................................................................... 5
Week 1............................................................................................................................ 5
Week 2............................................................................................................................ 6
Week 3............................................................................................................................ 8
Week 4.......................................................................................................................... 10
Week 5.......................................................................................................................... 13
Week 6.......................................................................................................................... 15
, Begrippen
Week 1
Persoonlijkheid: de verzameling van psychologische kenmerken en
psychologische mechanismen die een individu typeren, die op relatief duurzame manier
georganiseerd zijn, en die de interactie van een persoon met de intrapsychische, fysieke en
sociaal omgeving beïnvloeden.
Psychologische mechanismen: de processen (informatie verwerken) van de persoonlijkheid.
Bestaan uit input, beslissingsregels en output.
Nomothetisch onderzoek: statistische vergelijking van individuen of groepen.
Idiografische onderzoek: onderzoek dat zich richt op een enkele participant en wat deze
participant uniek maakt. Bijv. een case studie van Einstein.
Persoonlijkheidsstaat: onze ABCD's op een bepaald moment.
ARAS: ascenderend reticulair activerend systeem, verantwoordelijk voor arousal, aandacht en
slaap-waak cyclus.
Limbisch systeem: systeem verantwoordelijk voor onder andere emotionele verwerking.
'Mensen met hoog neuroticisme hebben verhoogde reactiviteit in limbisch systeem.
De menselijke natuur: net zoals anderen
Individuele- en groepsverschillen: zoals sommige anderen
Individuele uniciteit: als geen ander, uniek.
Theoretische benadering: op basis van theorie en empirische studies worden belangrijke
eigenschappen bestudeerd.
Externe benadering: Known-groups paradigm. Begint met een groot aantal vragen, dan laat je
known-groep en normale mensen invullen. Het verschil met normale mensen wordt statistisch
getest, en de vragen die significant verschillen komen in de uiteindelijke vragenlijst.
Lexicale benadering: synoniemfrequentie en interculturele universaliteit geven aan hoe
belangrijk een trek is voor persoonlijkheid.
Consistentie: om een persoonlijkheidskenmerk te hebben, moet je consistent zijn in je gedrag
met betrekking tot het kenmerk.
Stabiliteit: individuen met een eigenschap zijn enigszins stabiel in de tijd met gedragingen die
verband houden met de eigenschap.
Individuele verschillen: mensen verschillen van elkaar in gedragingen die verband houden met
de eigenschap.
Gedragsactivatie: BAS, gevoelig voor positieve stimuli.
Gedragsinhibitie: BIS, gevoelig voor negatieve stimuli
Week 2
High stakes testing: situaties waarin testscores worden gebruikt om belangrijke beslissingen
over personen te nemen.
Social desirable responding: neiging tot positieve zelfevaluatie, hogere instemming met
wenselijke items zoals behulpzaam of hardwerkend.
Self-enhancement bias: de neiging van mensen om zichzelf op een gunstige manier te zien en
presenteren.
Referentiegroep effect: de neiging van mensen om hun zelfwaarneming te baseren op
vergelijkingen met anderen in de socioculturele referentiegroep.
Experience sampling: korte zelfrapportagevragenlijsten die meerdere keren per dag, gedurende