100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Binnenlands Bestuur (MAN-BCU192)

Puntuación
-
Vendido
4
Páginas
55
Subido en
13-03-2025
Escrito en
2024/2025

Samenvatting van de hoorcolleges van Binnenlands Bestuur en de twee boeken die worden voorgschreven, namelijk de bestuurlijke kaart en lokaal bestuur. Ik heb het tentamen behaald met een 8,5.

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
13 de marzo de 2025
Número de páginas
55
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Hoorcollege 1 & 2 (geschiedenis van het openbaar bestuur in Nederland &
inleiding)


Openbaar bestuur in enge zin = alle instellingen die bindende beslissingen kunnen nemen voor
een samenleving.
➢ Gefinancierd door algemene middelen (belasting, premies of overheidssubsidies)
➢ Basis in de wet en dus een publiekrechtelijke grondslag
➢ Doel is het publiek algemeen belang behartigen




Openbaar bestuur in ruime zin = alle instellingen die publieke taken uitvoeren, maar de
organisaties doen zelden aan de 3 kenmerken in enge zin.




Ontwikkelingen in het openbaar bestuur kunnen we verklaren door:
• Bureaucratisering/rationalisering -> informeel naar regels en procedures
• Oorlogsvoering

Na de middeleeuwen was Nederland in bezit van Spanje. Er was geen saamhorigheid

Door de 80 jarige oorlog kwamen er radicale bewegingen bij elkaar. Dit waren landheren die zich
afzette tegen Spanje en ook het protestante geloof wilde de macht van de kerk overmijten.

Makelaarsstaat – periode I – 1555 tot 1795 (indirect en collegiaal bestuur) > bottom up
Het noordelijke stuk (7 provinciën) waren niet meer afhankelijk van Spanje. Dit heeft geleidt tot
het ontstaan van het Republiek der Verenigde Nederlanden. De republiek was een
statenbond/confederatie met vergaande autonomie voor de provincies en steden. Het openbaar
bestuur ontwikkeld zich van onderaf. Het openbaar bestuur was een uitbreiding van de

,hofhouding in verschillende gewesten (bestuur was op regionaal niveau, maar werkte concreet
op lokaal niveau).

Elke regio had zijn eigen soevereiniteit, maar ze kwamen wel samen bij de Staten-Generaal om
te overleggen. Er kwam een overlegtraditie, aangezien de provincies wisten dat ze moesten
onderhandelen en consensus moeste krijgen om samen iets groots te bereiken (zoals defensie).
Er was geen grondwet. Er was geen lager of hoger bestuur. Als bestuurder was je actief op alle
niveaus (eigen gewest en Staten-Generaal). Het waren colleges met een aantal mensen die
besluiten namen. Bestuur en recht lagen in één hand. Ze maakte regels, maar spraken ook recht.

Er was geen uniformiteit, omdat de gewesten hun eigen bestuur konden inrichten. De overheid
had een beperkte rol. Het ging vooral over toezicht en vergunningverlening. Het meeste werd aan
maatschappelijke zelforganisatie overgelaten. Het was niet democratisch, maar oligarchisch,
want het grote deel van de bevolking kwam er niet aan te pas. Ook was er een maatschappelijk
middenveld, want rijke burgers stichtte veel voorzieningen (voor onderwijs, armenzorg, etc.) Dit
was privaat geregeld. Er waren voornamelijk politici en weinig ambtenaren, want er was niet veel
uit te voeren.

Burgerinvloed was via rekesten (= verzoekschrift gericht tot het bevoegde rechterlijke of
bestuurlijke gezag).

Overeenkomsten met het huidige bestel:
- Polderen (consensus zoeken)
- Maatschappelijke zelforganisatie (mantelzorg. In de makelaarsstaat ook meer met
belasting, defensie, etc)
- Decentralisatie (was in de makelaarsstaat sterker)
- Samenwerking tussen publieke en private initiatieven

Verschillen met het huidige bestel:
- Invloed van de EU
- Constitutionele monarchie VS republiek
- Volksvertegenwoordiging word nu gekozen
- Grondwet

Nationalisatie – periode II – 1798 tot 1848 (van statenbond naar eenheidsstaat) > top down
Napoleon wilde zijn gebied verder uitbreiden. Nederland is toen onderdeel geweest van de
Franse koninkrijk. Dit heeft Nederland in een eenheidsstaat gebracht.

Door de Franse is vooral centralisatie en modernisering ontstaan van het staatsbestel. Door de
slag die is verloren werd de macht van Frankrijk ingeperkt. Toen werd de stadhouder, Willem van
Oranje, als koning benoemd. Dit is door politieke onderhandeling ontstaan (1815). Hier kwam
dan ook een grondwet, een eerste en tweede kamer (ook voor België). Uiteindelijk had de koning
wél de absolute macht (1815). De Belgische revolutie komt en word eigen land in 1830. Om te
voorkomen dat Koning Willem I niet oncontroleerbaar aan de macht blijft ontstaat er een nieuwe
grondwet en ontstaat er een echte infrastructuur met grenzen, staatsinrichting, etc. (1848). Door
de Grondwet ontstond er ministeriele verantwoordelijkheid. De ministers waren geen dienaren
meer van de koning, maar enkel verantwoording verschuldigd aan de Staten-Generaal. De
koning was nu dus enkel onderdeel van de regering.

,De soevereiniteit kwam op nationaal niveau te liggen. Er was een hoge mate van centralisatie. Er
waren hiërarchische lijnen. Er kwam uniformering (zelfde inrichting in dorpen en steden).
Bureaucratisering door straatnamen, burgerlijke stand, etc. Door de Franse overheersing is de
rechtelijke macht volgens het Franse systeem ingericht. Hierdoor kwam er een scheiding tussen
bestuur en rechtspraak. Er kwam een eenhoofdig gezag, dus niet meer met college. Er waren
burgemeester en ministeries. Dit zijn allemaal ingrepen van bovenaf.

We hebben het hier over de nachtwakersstaat. De overheid trok iets meer taken naar zich toe
(dus uit het privaat halen), maar nog steeds weinig. Er was voorzichtig een begin van de sociale
kwesties. Er was beperkt kiesrecht (man en hoeveelheid geld). Tussen 1800 – 1810 was er een
grote groei van ambtenaren (door de bureaucratisering).

Specialisatie – Periode III – 1848 tot 1980 (van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat) > top
down
In deze periode kwam er een definitieve keuze voor een stelsel. Nederland was religieus erg
divers. Er waren grote afstanden tussen het land en lastig om overal te komen. Er waren vooral
veel arbeiders en boeren. De economische macht ligt vooral in het westen. In 1850 verschuift dit
langzaam door de uitvinding van de trein, ook ontstond hier de tijd en de Nederlandse standaard
taal. In de 19e eeuw was de. Er werd een Nederlandse identiteit gecreëerd. Er was nog wel een
grote verdeling in dat het zuiden katholiek was en noorden protestant. Dit leidde tot de zuilen.

Door de grondwet van 1848 is er een basisstructuur ontstaan, zoals democratische rechtstaat,
huis van Thorbecke en constitutionele monarchie. In de grondwet is er gekozen voor een
gedecentraliseerde eenheidsstaat, dus er is geen sprake van een strakke hiërarchische lijn, maar
juist de bestuurslagen die ook bepaalde maten van autonomie hebben. De bestuurslagen
houden elkaar in evenwicht. De koning word hier helemaal ingeperkt. Algemeen kiesrecht en
legitimiteit beginsel kwamen ook. De sociale kwesties van de overheid worden groter. Er komen
veel ministeries en opnieuw een grote groei van ambtenaren. De overheidsbemoeienis ging
sneller door de economische crisis na de tweede wereldoorlog.

Er is dus ontwikkeling van bovenaf. De rijksoverheid neemt taken die eerder op lokaal niveau
werden uitgevoerd (dit komt door de rechtszekerheid, dus gelijkheid)

Waarborgstaat – Periode IV – 1980 tot heden (verzorgingsstaat naar waarborgstaat) > bottom up
& top down
Er is wisselend stemgedrag en versplintering. Er is een kloof tussen politiek en de burgers. Er is
beleidsinvloed vanuit Europa, maar ook handel kansen door de europeanisering. Er is een
netwerksamenleving (dus horizontalisering).

Er ontstaat New Public Management denken. De overheid red het niet alleen door bezuinigingen,
maar het moet anders worden georganiseerd. Er moet meer gebruik worden gemaakt van lokaal
niveau. Hier ontstond de decentralisatie. Er ontstond privatisering en deregulering van publieke
diensten. Er wordt de nadruk gelegd op efficiëntie en effectiviteit. Ook werd er meer neergelegd
naar de markt. De basis van Thorbecke is er nog steeds, maar we gaan van de algemene centrale
instituties naar meer specifieke en decentrale instellingen (de aparte uitvoeringsorganisaties). Er
is samenwerking met bedrijven en burgers. In de periodes hiervoor was er voor juridisering (er

, werd gevraagd naar mensen met een rechten studie). Tegenwoordig wordt er anders over het vak
nagedacht dan juridisch, maar ambtelijk vakmanschap en bestuurskundig.

De ontwikkeling komt van boven en onder. Taken worden door het rijk afgestaan. De inwoners
willen meer inspraak hebben. Er worden daardoor andere keuzes gemaakt in verhouding tussen
de bestuurslagen en de rol tussen burgers en bestuurders. Er is een golfbeweging in centralisatie
en decentralisatie.

Kenmerken van Nederlands openbaar bestuur:
• Constitutionele monarchie = koning is staatshoofd en zijn handelen is gebonden aan een
grondwet
• Rechtsstaat = overheidshandelen is gebonden aan de regels van het recht. Dit heet ook
wel legaliteitsbeginsel: de overheid mag alleen handelen op grond van wettelijke
bevoegdheden. Ook beschikken burgers over grondrechten.
• Gedeeltelijke scheiding der machten: de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende
macht zijn in sterke mate afhankelijk van elkaar en controleren elkaar.
• Scheiding van kerk en staat: er is geen staatskerk
• Parlementair stelsel: de bevolking kiest rechtstreeks het hoogste besluitvormende
orgaan (dus de tweede kamer). Pijlers van een parlementair stelsel zijn:
- Dualistisch: de volksvertegenwoordiging is onafhankelijk van de regering en ministers
kunnen geen deel uit maken van de Staten-Generaal (andere naam voor het
Nederlandse parlement). Dus een duidelijke scheiding tussen de regering (uitvoeren) en
het parlement (wetten).
• Nederlandse bevolking kiest GEEN bestuurders: de leden van de gemeenteraden
benoemen de wethouders.
• Evenredige vertegenwoordiging: het aantal zetels voor een partij in overeenstemming is
met de aanhang van die partij onder de bevolking. Er is geen kiesdrempel (partijen
hoeven geen minimale stemmenpercentage te bereiken om een zetel te behalen).
• Gedecentraliseerde eenheidsstaat: er is sprake van een rijksoverheid die zaken aan
lagere overheden kan opleggen, maar er zijn ook taken, verantwoordelijkheden en
bevoegdheden overgedragen aan lagere overheden.
• Constitutioneel hof niet aanwezig: een constitutioneel hof is dat er een onafhankelijke
rechterlijke instantie wetten gaat toetsen aan de Grondwet. De wetgever moet zelf
zorgen dat de wetten grondwettelijk zijn.
• Geen juryrechtspraak: Nederland heeft geen jury’s betrokken bij een rechtspraak. Je hebt
alleen een onafhankelijke en deskundige rechter.
• Functioneel bestuur: bestuursorganen die een beperkt, wettelijk vastgelegd takenpakket
hebben, zoals waterschap.
• Europese Unie: Nederland maakt deel uit van de EU. De Europese wetgeving heeft
voorrang boven de nationale wetgeving.
$7.18
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
lisa1012

Conoce al vendedor

Seller avatar
lisa1012 Saxion Hogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
5
Miembro desde
6 año
Número de seguidores
0
Documentos
4
Última venta
1 semana hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes