Familie & gezin – deeltoets 1
Hoorcollege 1 – inleiding in de gezinspedagogiek
+
- McElwain, N. L., & Booth-LaForce, C. (2006). Maternal sensitivity to
infant distress and
nondistress as predictors of infant-mother attachment security.
- Joussemet, M., Landry, R., & Koestner, R. (2008). A self-
determination theory
perspective on parenting.
- Hoofdstuk 4 – pedagogische ideeën geschiedenis:
gehechtheidstheorie van John Bowbly en Mary Ainsworth
Toetsing
Deeltoets 1: stof van college 1 t/m 5
(50% van eindcijfer)
Deeltoets 2: stof van college 6 t/m 10
(50% van eindcijfer)
Beiden 20 tot 24 meerkeuze vragen
John Bowbly (1907-1990)
Onderzocht afectieloos karakter = kinderen die niet in
staat zijn een emotionele band
Bowbly’s collega’s met anderen aan te
gaan.
beweerden doordat
ouders van de kinderen
hen hadden verlaten.
Bowlby’s theoretisch kader:
Boeken trilogie: 1. Attachment, 2. attachment and loss, 3. separation
Environment of evolutionary adaptness = kader waarin kind
beschermd is tegen onveiligheden, zolang het goed gehecht is
Gehechtheidsgedrag, volgens Bowbly:
5 instinctieve, aangeboren componenten:
1. Zuigen
2. Grijpen
3. Volgen
4. Huilen
5. Lachen
Nuttig zodat contact met moeder behouden wordt, of hersteld als
het wordt verbroken
, Evolutionaire verklaring: om te blijven voortbestaan/ voortplanten
44 diefjes = onderzoek in kliniek: 44 delinquente jongeren en 44 niet
delinquente jongeren, maar wel met emotionele problemen.
Meer dan de helft van de delinquente jongeren werden op vroege
leeftijd (tijdelijk) gescheiden van moeder hierdoor
‘afectieloosheid’
Cupboard love theory (baatzuchtige liefde) = het idee dat moeder het
kind voedt; omdat moeder fysiologische behoeftes van het kind vervult
leert het kind dat moeder de bron is van alle bevrediging en liefde
Harry Harlow (Amerikaanse dierpsycholoog); bevestigd cupboard
love theorie d.m.v. het apen experiment Hij liet baby apen de
keuze maken tussen een mechanische nep apen-moeder en een
zachte nep apen-moeder. Zij kozen allemaal voor de zachte,
knuffelige moeder. (voorkeur voor zachte moeder)
Ethologie = benadering binnen de biologie
Ethologen bestuderen dierlijk gedrag in een natuurlijke omgeving en
stellen hierbij ‘waarom’ vragen
o ‘hoe draagt gedrag bij aan overleving?’
o ‘welke situatie/ stimuli roept dit gedrag op?’
Konrad Lorenze = Oostenrijkse zoöloog en ornitholoog
Bedacht imprinting = pasgeboren (kauwen, andere dieren)
herkennen niet direct hun eigen soort, maar raken sterk gehecht aan
het eerst bewegende object in de omgeving
Mary Ainsworth (1913-1999)
Onderzocht de security theory = je bent mentaal gezond
als je genoeg zelfvertrouwen hebt om de consequenties
van je beslissingen of daden te accepteren, óf als je
iemand in je nabije omgeving kan vertrouwen dit voor jou
te doen.
Kind wat volledig op moeder kan vertrouwen is
secure
Iemand die precies weet wat hij doet is secure
Security is in; familiare sfeer, vrienden groep, werk,
hobby’s, geloofsovertuiging
, Strange situation procedure (SSP) = Instrument om de gehechtheid
bij jonge kinderen te meten schaal van niet, tot heel secure.
Moeder en kind bevinden zich in een voor hun vreemde ruimte.
Vervolgens wordt er een onbekend persoon in de ruimte gezet en
wordt moeder gevraagd om de ruimte 2x kort te verlaten. Er wordt
gelet op de reactie van het kind wanneer moeder terugkeert.
Gedrag waar op wordt gelet:
o Nabijheid en contact zoeken/ behouden v.s. vermijden en
weerstand
o Troostbaarheid
o Exploratiegedrag (ontdekken) van het kind
Schaal:
o B = veilig gehecht
o A = onveilig, vermijdend gehecht
o C = onveilig, ambivalent gehecht
Sensitiviteit
Een secure infant-caregiver hechtheidsrelatie is een ontwikkeling mijlpaal
van babytijd die nog ver tot de volwassenheid invloed heeft.
Na 3/7 maanden laten baby’s voorkeuren zien in hechtheidsgedrag
naar de verzorgers
Moederlijke gevoeligheid voor leed op leeftijd van 6 maanden
voorspelt veilige hechting op 15 maanden
Moederlijke gevoeligheid op niet-leed voorspelt niks
Gevoeligheid op 15 maanden voorspelt niks significants, dus
hechting op vroege leeftijd is het belangrijkst
Opvoedtaken per ontwikkelingsfase
Opvoedtaken in de babytijd:
(sensitiviteit)
Vier domeinen van opvoedgedrag:
verzorgende opvoeding (in fysieke
behoeften voorzien)
sociale opvoeding (interpersoonlijk
gedrag bevorderen en begeleiden)
didactische opvoeding (stimulatie
om wereld te begrijpen)
materiele opvoeding (fysieke
uitdaging en begeleiding)
kerntaak voor ouders: sensitief zijn
Sensitiviteit = het vermogen om signalen van het kind waar te nemen,
juist te interpreteren en er correct op te reageren
Hoorcollege 1 – inleiding in de gezinspedagogiek
+
- McElwain, N. L., & Booth-LaForce, C. (2006). Maternal sensitivity to
infant distress and
nondistress as predictors of infant-mother attachment security.
- Joussemet, M., Landry, R., & Koestner, R. (2008). A self-
determination theory
perspective on parenting.
- Hoofdstuk 4 – pedagogische ideeën geschiedenis:
gehechtheidstheorie van John Bowbly en Mary Ainsworth
Toetsing
Deeltoets 1: stof van college 1 t/m 5
(50% van eindcijfer)
Deeltoets 2: stof van college 6 t/m 10
(50% van eindcijfer)
Beiden 20 tot 24 meerkeuze vragen
John Bowbly (1907-1990)
Onderzocht afectieloos karakter = kinderen die niet in
staat zijn een emotionele band
Bowbly’s collega’s met anderen aan te
gaan.
beweerden doordat
ouders van de kinderen
hen hadden verlaten.
Bowlby’s theoretisch kader:
Boeken trilogie: 1. Attachment, 2. attachment and loss, 3. separation
Environment of evolutionary adaptness = kader waarin kind
beschermd is tegen onveiligheden, zolang het goed gehecht is
Gehechtheidsgedrag, volgens Bowbly:
5 instinctieve, aangeboren componenten:
1. Zuigen
2. Grijpen
3. Volgen
4. Huilen
5. Lachen
Nuttig zodat contact met moeder behouden wordt, of hersteld als
het wordt verbroken
, Evolutionaire verklaring: om te blijven voortbestaan/ voortplanten
44 diefjes = onderzoek in kliniek: 44 delinquente jongeren en 44 niet
delinquente jongeren, maar wel met emotionele problemen.
Meer dan de helft van de delinquente jongeren werden op vroege
leeftijd (tijdelijk) gescheiden van moeder hierdoor
‘afectieloosheid’
Cupboard love theory (baatzuchtige liefde) = het idee dat moeder het
kind voedt; omdat moeder fysiologische behoeftes van het kind vervult
leert het kind dat moeder de bron is van alle bevrediging en liefde
Harry Harlow (Amerikaanse dierpsycholoog); bevestigd cupboard
love theorie d.m.v. het apen experiment Hij liet baby apen de
keuze maken tussen een mechanische nep apen-moeder en een
zachte nep apen-moeder. Zij kozen allemaal voor de zachte,
knuffelige moeder. (voorkeur voor zachte moeder)
Ethologie = benadering binnen de biologie
Ethologen bestuderen dierlijk gedrag in een natuurlijke omgeving en
stellen hierbij ‘waarom’ vragen
o ‘hoe draagt gedrag bij aan overleving?’
o ‘welke situatie/ stimuli roept dit gedrag op?’
Konrad Lorenze = Oostenrijkse zoöloog en ornitholoog
Bedacht imprinting = pasgeboren (kauwen, andere dieren)
herkennen niet direct hun eigen soort, maar raken sterk gehecht aan
het eerst bewegende object in de omgeving
Mary Ainsworth (1913-1999)
Onderzocht de security theory = je bent mentaal gezond
als je genoeg zelfvertrouwen hebt om de consequenties
van je beslissingen of daden te accepteren, óf als je
iemand in je nabije omgeving kan vertrouwen dit voor jou
te doen.
Kind wat volledig op moeder kan vertrouwen is
secure
Iemand die precies weet wat hij doet is secure
Security is in; familiare sfeer, vrienden groep, werk,
hobby’s, geloofsovertuiging
, Strange situation procedure (SSP) = Instrument om de gehechtheid
bij jonge kinderen te meten schaal van niet, tot heel secure.
Moeder en kind bevinden zich in een voor hun vreemde ruimte.
Vervolgens wordt er een onbekend persoon in de ruimte gezet en
wordt moeder gevraagd om de ruimte 2x kort te verlaten. Er wordt
gelet op de reactie van het kind wanneer moeder terugkeert.
Gedrag waar op wordt gelet:
o Nabijheid en contact zoeken/ behouden v.s. vermijden en
weerstand
o Troostbaarheid
o Exploratiegedrag (ontdekken) van het kind
Schaal:
o B = veilig gehecht
o A = onveilig, vermijdend gehecht
o C = onveilig, ambivalent gehecht
Sensitiviteit
Een secure infant-caregiver hechtheidsrelatie is een ontwikkeling mijlpaal
van babytijd die nog ver tot de volwassenheid invloed heeft.
Na 3/7 maanden laten baby’s voorkeuren zien in hechtheidsgedrag
naar de verzorgers
Moederlijke gevoeligheid voor leed op leeftijd van 6 maanden
voorspelt veilige hechting op 15 maanden
Moederlijke gevoeligheid op niet-leed voorspelt niks
Gevoeligheid op 15 maanden voorspelt niks significants, dus
hechting op vroege leeftijd is het belangrijkst
Opvoedtaken per ontwikkelingsfase
Opvoedtaken in de babytijd:
(sensitiviteit)
Vier domeinen van opvoedgedrag:
verzorgende opvoeding (in fysieke
behoeften voorzien)
sociale opvoeding (interpersoonlijk
gedrag bevorderen en begeleiden)
didactische opvoeding (stimulatie
om wereld te begrijpen)
materiele opvoeding (fysieke
uitdaging en begeleiding)
kerntaak voor ouders: sensitief zijn
Sensitiviteit = het vermogen om signalen van het kind waar te nemen,
juist te interpreteren en er correct op te reageren