Penologie en victimologie:
Module 5: inleiding tot victimologie:
Victimologie = de wetenschappelijke studie van slachtoffers +
slachtofferschap:
Penologie = de wetenschappelijke studie van bestraffing van
normoverschrijdend gedrag
Slachtofferschap:
→ Behoorlijk deel van de bevolking krijgt wel eens te maken met
ernstige of minder ernstige vormen van criminaliteit, of van andere
gebeurtenissen (natuurramp, ongeluk, intimidatie, pesten…)
Slachtofferschap – verklaringen:
Onderzoek vanaf halfverwege 20ste eeuw:
- Tot dan enkel focus op de daders bij verklaringen over
ontwikkeling van criminaliteit
Klassieke studies in de jaren ’50:
- Speculatieve studie:
Von Hentig: typologieën van slachtoffers en
risicogroepen: jongeren, ouderen, vrouwen,
immigranten, depressieven, hebzuchtige mensen
- Empirisch onderzoek gebaseerd op politiegegevens:
Wolfgang (onderzoek naar moord): victim precipitation =
slachtoffer geeft (on)bewust aanleiding tot het delict
- Kritiek: victim blaming = betekent dat het slachtoffer van een
misdrijf of ongewenst gedrag de schuld krijgt van wat hen is
overkomen, in plaats van de dader verantwoordelijk te stellen
Bv: waarom droeg je die kleding? Waarom liep je daar alleen ’s
nachts?
Grondiger victimologisch onderzoek vanaf 1970:
- Klassieke theorieën: bepaalde situaties vergroten de
gelegenheid tot het plaatsvinden van een criminele
gebeurtenis (situationele invalshoek):
Leefstijltheorie (micro-niveau: individuele verschillen
kijken in leefstijl en gedrag)
Routine-activiteitentheorie (macro-niveau: sociale
context en omstandigheden):
a) Gemotiveerde daders = bereid om een misdaad te
plegen
b) Geschikte doelwitten = iemand/iets dat
aantrekkelijk en makkelijk toegankelijk is
1
, c) Afwezigheid goede bescherming = geen
beveiliging/toezicht om de misdaad te voorkomen
= worden samen benoemd als de algemene
gelegenheidstheorie, met de 3 risicofactoren op
individueel en contextueel niveau individu
Slachtofferschap – verklaringen (algemene gelegenheidstheorie: Cohen en
collega’s):
→ Determinanten van slachtofferschap:
Aantekeningen bij een moord – algemene gelegenheidstheorie:
Avond
Alleen in het appartement
Oudere, herstellende vrouw
Juwelen
Werkzaamheden (toegang tot gebouw)
Geen camerabewaking (wel camera aan overkant)
VS- jaren ’60:
→ De VS werden in de jaren ’60 van vorige eeuw gekenmerkt door een
afname van sociale problemen (armoede, werkloosheid, sociale
ongelijkheid,..) Wat gebeurde met de criminaliteitscijfers?
2
Module 5: inleiding tot victimologie:
Victimologie = de wetenschappelijke studie van slachtoffers +
slachtofferschap:
Penologie = de wetenschappelijke studie van bestraffing van
normoverschrijdend gedrag
Slachtofferschap:
→ Behoorlijk deel van de bevolking krijgt wel eens te maken met
ernstige of minder ernstige vormen van criminaliteit, of van andere
gebeurtenissen (natuurramp, ongeluk, intimidatie, pesten…)
Slachtofferschap – verklaringen:
Onderzoek vanaf halfverwege 20ste eeuw:
- Tot dan enkel focus op de daders bij verklaringen over
ontwikkeling van criminaliteit
Klassieke studies in de jaren ’50:
- Speculatieve studie:
Von Hentig: typologieën van slachtoffers en
risicogroepen: jongeren, ouderen, vrouwen,
immigranten, depressieven, hebzuchtige mensen
- Empirisch onderzoek gebaseerd op politiegegevens:
Wolfgang (onderzoek naar moord): victim precipitation =
slachtoffer geeft (on)bewust aanleiding tot het delict
- Kritiek: victim blaming = betekent dat het slachtoffer van een
misdrijf of ongewenst gedrag de schuld krijgt van wat hen is
overkomen, in plaats van de dader verantwoordelijk te stellen
Bv: waarom droeg je die kleding? Waarom liep je daar alleen ’s
nachts?
Grondiger victimologisch onderzoek vanaf 1970:
- Klassieke theorieën: bepaalde situaties vergroten de
gelegenheid tot het plaatsvinden van een criminele
gebeurtenis (situationele invalshoek):
Leefstijltheorie (micro-niveau: individuele verschillen
kijken in leefstijl en gedrag)
Routine-activiteitentheorie (macro-niveau: sociale
context en omstandigheden):
a) Gemotiveerde daders = bereid om een misdaad te
plegen
b) Geschikte doelwitten = iemand/iets dat
aantrekkelijk en makkelijk toegankelijk is
1
, c) Afwezigheid goede bescherming = geen
beveiliging/toezicht om de misdaad te voorkomen
= worden samen benoemd als de algemene
gelegenheidstheorie, met de 3 risicofactoren op
individueel en contextueel niveau individu
Slachtofferschap – verklaringen (algemene gelegenheidstheorie: Cohen en
collega’s):
→ Determinanten van slachtofferschap:
Aantekeningen bij een moord – algemene gelegenheidstheorie:
Avond
Alleen in het appartement
Oudere, herstellende vrouw
Juwelen
Werkzaamheden (toegang tot gebouw)
Geen camerabewaking (wel camera aan overkant)
VS- jaren ’60:
→ De VS werden in de jaren ’60 van vorige eeuw gekenmerkt door een
afname van sociale problemen (armoede, werkloosheid, sociale
ongelijkheid,..) Wat gebeurde met de criminaliteitscijfers?
2