1. Algemene constructieve kenmerken van een funderingsconstructie
Een funderingsconstructie (onderbouw) is het deel van een bouwwerk onder maaiveld
dat de lasten van het gebouw overbrengt naar de bodem. Belangrijke kenmerken en
eisen zijn onder andere:
• Draagkracht & stabiliteit: De fundering moet voldoende draagkracht hebben
om het gewicht en de gebruiksbelastingen van het gebouw veilig op de
ondergrond over te dragen. Ze voorkomt dat de toelaatbare gronddruk wordt
overschreden en moet zetting (met name ongelijkmatige zettingen)
minimaliseren. Zonder goede fundering kan een gebouw ongelijk verzakken of
bezwijken.
• Spreiding van belastingen: De fundering spreidt de belastingen uit over een
groter bodemoppervlak, zodat de spanningen in de grond beneden de
toelaatbare waarde blijven. Hierdoor worden grote lokale drukspanning en
daardoor zettingen beperkt.
• Aanpassing aan ondergrond: Het funderingstype wordt gekozen op basis van
grondsoort en grondwaterstand ter plaatse. Een goede fundering is afgestemd op
de draagkrachtige laag (diepte en sterkte) en houdt rekening met grondwater
(bijv. vorstgevoeligheid, opwaartse druk). Ook omgevingsfactoren (naburige
gebouwen, infrastructuur) spelen mee bij de keuze.
• Constructieve onderdelen: Een fundering bestaat uit onderdelen zoals
funderingsbalken of stroken, funderingsplaten of poeren, en eventueel palen.
Vaak is er een werkvloer of zandbed als vlakke ondergrond voor de fundering en
ter bescherming tijdens de bouw. Bij gebouwen met kruipruimte vormt de
beganegrondvloer deel van de onderbouw.
• Bescherming tegen vocht en vorst: De fundering moet bestand zijn tegen
omgevingsinvloeden. Zo wordt doorgaans een aanlegdiepte van minimaal ca.
0,8 m aangehouden om onder de vorstgrens te komen (voorkomt vorstschade).
Bij gemetselde muren wordt vaak een trasraam (waterdichte onderste lagen
baksteen) toegepast om optrekkend grondvocht te keren. Verder moet hout in
funderingen (zoals oude houten palen) onder de grondwaterspiegel blijven om rot
door zuurstof te voorkomen.
• Centrale functie: De fundering draagt bij aan de stabiliteit van het bouwwerk.
Ze voorkomt differente zettingen die scheurvorming kunnen veroorzaken.
Funderingen verbinden soms ook gebouwonderdelen: funderingsbalken verdelen
belastingen en houden alles samen. Constructieve dilataties (voegen) worden
toegepast tussen gebouwdelen op verschillende funderingen om spanningen
door ongelijkmatige zetting te voorkomen.
Daarnaast is het in de kruipruimte (indien aanwezig) van belang dat deze geventileerd
wordt. Een kruipruimte is vaak vochtig door verdamping van grondwater; ventilatie via
roosters of open stootvoegen zorgt voor afvoer van vochtige lucht en gassen (zoals