Samenvatting Engels Examen - VMBO 4
Het Engels examen in leerjaar 4 vmbo bestaat meestal uit leesvaardigheid,
luistervaardigheid, schrijfvaardigheid, grammatica/woordenschat en
spreekvaardigheid. Hieronder vind je een gedetailleerde uitleg per onderdeel, inclusief tips
en voorbeelden.
1. Leesvaardigheid (Reading)
● Je krijgt teksten met meerkeuze- en open vragen.
● Belangrijke leesstrategieën:
○ Skimmen: snel de tekst doornemen om de hoofdgedachte te begrijpen.
○ Scannen: gericht zoeken naar specifieke informatie.
○ Intensief lezen: elke zin goed begrijpen voor gedetailleerde vragen.
● Veelvoorkomende tekstsoorten: nieuwsberichten, blogs, advertenties, brieven en
recensies.
● Let op signaalwoorden zoals however (echter), for example (bijvoorbeeld), therefore
(dus).
2. Luistervaardigheid (Listening)
● Luisterfragmenten met vragen over de inhoud.
● Tips:
○ Luister naar sleutelwoorden en toonhoogte (emotie en bedoeling van de
spreker).
○ Noteer snel de belangrijkste informatie.
○ Begrijp de context: waarover praten ze en in welke situatie?
3. Schrijfvaardigheid (Writing)
● Je moet korte teksten of e-mails schrijven.
● Structuur voor een formele e-mail:
○ Aanhef: Dear Sir/Madam,
○ Inleiding: leg kort uit waarom je schrijft.
○ Hoofdtekst: geef informatie of stel vragen.
○ Afsluiting: Yours sincerely, of Best regards, gevolgd door je naam.
● Veelvoorkomende onderwerpen: solliciteren, klagen, informatie vragen.
4. Grammatica & Woordenschat
● Veelgebruikte grammaticale onderwerpen:
○ Tegenwoordige tijd (I work, he works).
○ Verleden tijd (I worked, he went).
○ Toekomende tijd (I will go, I am going to).
○ Voorzetsels (in, on, at).
○ Vraagzinnen (Where do you live?).
● Belangrijke woorden en uitdrukkingen:
○ Veelvoorkomende werkwoorden: to be, to have, to do, to go, to make.
○ Basiswoorden over school, reizen, werk en gezondheid.
5. Spreekvaardigheid (Speaking)
, ● Je moet een korte presentatie houden of een gesprek voeren.
● Tips:
○ Oefen met veelgebruikte zinnen.
○ Probeer fouten niet te veel te corrigeren, blijf praten.
○ Gebruik verbindingswoorden: First of all, Then, Finally.
1. Leesvaardigheid (Reading)
Tijdens het examen krijg je teksten met meerkeuze- en open vragen. Je moet de tekst goed
begrijpen om de juiste antwoorden te kunnen geven.
Belangrijke leesstrategieën:
● Skimmen: Snel de tekst doorlezen om de hoofdgedachte te begrijpen. Kijk naar
titels, tussenkopjes en eerste/laatste zinnen van alinea’s.
● Scannen: Zoek gericht naar een specifiek woord of stukje informatie. Handig bij
vragen die vragen naar bijvoorbeeld een datum, naam of reden.
● Intensief lezen: Elke zin goed begrijpen om een gedetailleerde vraag te
beantwoorden.
Veelvoorkomende tekstsoorten:
● Nieuwsartikelen
● Advertenties
● Brieven en e-mails
● Blogs
● Recensies (boek-, film- of productreviews)
Signaalwoorden (Belangrijk voor het begrijpen van verbanden in de
tekst):
● Tegenstelling: but, however, on the other hand, although
● Voorbeelden: for example, such as
● Oorzaak-gevolg: because, therefore, as a result
● Conclusie: in conclusion, finally
Voorbeeldvraag:
"What is the main idea of paragraph 3?"
● Tip: Lees de eerste en laatste zin van de alinea aandachtig door.
2. Luistervaardigheid (Listening)
Je moet geluidsfragmenten beluisteren en daar vragen over beantwoorden. Dit kunnen
gesprekken, interviews of aankondigingen zijn.
Het Engels examen in leerjaar 4 vmbo bestaat meestal uit leesvaardigheid,
luistervaardigheid, schrijfvaardigheid, grammatica/woordenschat en
spreekvaardigheid. Hieronder vind je een gedetailleerde uitleg per onderdeel, inclusief tips
en voorbeelden.
1. Leesvaardigheid (Reading)
● Je krijgt teksten met meerkeuze- en open vragen.
● Belangrijke leesstrategieën:
○ Skimmen: snel de tekst doornemen om de hoofdgedachte te begrijpen.
○ Scannen: gericht zoeken naar specifieke informatie.
○ Intensief lezen: elke zin goed begrijpen voor gedetailleerde vragen.
● Veelvoorkomende tekstsoorten: nieuwsberichten, blogs, advertenties, brieven en
recensies.
● Let op signaalwoorden zoals however (echter), for example (bijvoorbeeld), therefore
(dus).
2. Luistervaardigheid (Listening)
● Luisterfragmenten met vragen over de inhoud.
● Tips:
○ Luister naar sleutelwoorden en toonhoogte (emotie en bedoeling van de
spreker).
○ Noteer snel de belangrijkste informatie.
○ Begrijp de context: waarover praten ze en in welke situatie?
3. Schrijfvaardigheid (Writing)
● Je moet korte teksten of e-mails schrijven.
● Structuur voor een formele e-mail:
○ Aanhef: Dear Sir/Madam,
○ Inleiding: leg kort uit waarom je schrijft.
○ Hoofdtekst: geef informatie of stel vragen.
○ Afsluiting: Yours sincerely, of Best regards, gevolgd door je naam.
● Veelvoorkomende onderwerpen: solliciteren, klagen, informatie vragen.
4. Grammatica & Woordenschat
● Veelgebruikte grammaticale onderwerpen:
○ Tegenwoordige tijd (I work, he works).
○ Verleden tijd (I worked, he went).
○ Toekomende tijd (I will go, I am going to).
○ Voorzetsels (in, on, at).
○ Vraagzinnen (Where do you live?).
● Belangrijke woorden en uitdrukkingen:
○ Veelvoorkomende werkwoorden: to be, to have, to do, to go, to make.
○ Basiswoorden over school, reizen, werk en gezondheid.
5. Spreekvaardigheid (Speaking)
, ● Je moet een korte presentatie houden of een gesprek voeren.
● Tips:
○ Oefen met veelgebruikte zinnen.
○ Probeer fouten niet te veel te corrigeren, blijf praten.
○ Gebruik verbindingswoorden: First of all, Then, Finally.
1. Leesvaardigheid (Reading)
Tijdens het examen krijg je teksten met meerkeuze- en open vragen. Je moet de tekst goed
begrijpen om de juiste antwoorden te kunnen geven.
Belangrijke leesstrategieën:
● Skimmen: Snel de tekst doorlezen om de hoofdgedachte te begrijpen. Kijk naar
titels, tussenkopjes en eerste/laatste zinnen van alinea’s.
● Scannen: Zoek gericht naar een specifiek woord of stukje informatie. Handig bij
vragen die vragen naar bijvoorbeeld een datum, naam of reden.
● Intensief lezen: Elke zin goed begrijpen om een gedetailleerde vraag te
beantwoorden.
Veelvoorkomende tekstsoorten:
● Nieuwsartikelen
● Advertenties
● Brieven en e-mails
● Blogs
● Recensies (boek-, film- of productreviews)
Signaalwoorden (Belangrijk voor het begrijpen van verbanden in de
tekst):
● Tegenstelling: but, however, on the other hand, although
● Voorbeelden: for example, such as
● Oorzaak-gevolg: because, therefore, as a result
● Conclusie: in conclusion, finally
Voorbeeldvraag:
"What is the main idea of paragraph 3?"
● Tip: Lees de eerste en laatste zin van de alinea aandachtig door.
2. Luistervaardigheid (Listening)
Je moet geluidsfragmenten beluisteren en daar vragen over beantwoorden. Dit kunnen
gesprekken, interviews of aankondigingen zijn.