Historische criminologie:
1. Inleiding:
1.1 Waarom en hoe het verleden bestuderen:
Verleden is niet Geschiedschrijving:
Term ‘geschiedenis’ verwijst naar beide
Fundamenteel onderscheid tussen verleden en wat historici daarover schrijven
Geschiedschrijving= constructie van taal/tekst
- 1 historisch werk is 1 ‘lezing’ van (delen van) verleden
- ≠ versies met ≠ klemtonen (afhankelijk van achtergrond)
Bepaalde groepen/gebeurtenissen uit verleden afwezig of ‘verborgen’ in geschiedschrijving
Vrouwen, minderheden, lagere sociale klassen komen weinig voor
Leidt tot dominante versies
Rol van het verleden:
Ons persoonlijk verleden vormt ons, maakt wat wij zijn (of we dat nu willen of niet)
Ons bewustzijn: vanuit ons verleden gericht op toekomst => menselijk bewustzijn altijd
tijdelijk
Naast ieder individu houdt ook iedere gemeenschap zich met haar collectieve verleden bezig
Geschiedschrijving zonder nut:
Sommige historici: “nuttig zijn hoeft niet”
Verleden bestuderen omwille van zichzelf: weergeven “wie es eigentlich gewesen”
Verhalen maken die mensen amuseren/inspireren
Aangename bezigheid/status voor historici
VB: Daniel Smail
Post-moderne historici: “anything goes”
Geschiedenis schrijven is hetzelfde als verhalen schrijven à alles kan
Niet ‘anything goes’!:
Geschiedschrijving niet onschuldig: niet alle verhalen gelijke stem/impact
Gebruik/misbruik verleden: macht, controle, beïnvloeding
Veel volkeren proberen zich ‘de’ geschiedenis toe te eigenen uit ideologische motieven
Geschiedschrijving heeft wel nut:
Beschrijven:
Voorkomen dat we vergeten (VB: Holocaust)
Lessen trekken à voorbeeldfunctie
- Welke lessen precies hangt af van historicus/tijdvak
- Of leren we daar weinig uit (VB: visie Churchill)
Minstens complexiteit blootleggen: mythen doorprikken/nuanceren
Verklaren (via verleden heden beter begrijpen):
Ontwikkelingen ontdekken/verklaren
Verandering: verschuiving, omwentelingen, groei
Continuïteit: terugkerende patronen/verbanden of ‘rode draad’
Inzicht in samenhang/proces à besef complexiteit
Kritisch: wat zit er achter actuele fenomenen, hoe gegroeid?
Mogelijke scenario’s voor toekomst:
- Hoe verleden heden bepaalt is indicatie wat in toekomst zal doorwerken
- Wat niet bepaald is door verleden is open voor keuze
1
, Beperkingen geschiedschrijving:
Historici zelf niet vrij van common sense/stereotypen
Geen toekomstvoorspellingen, wel schetsen (on)mogelijke scenario’s
Geen pasklare antwoorden op vraag aan sociale wetenschappers: ‘what works?’
Opgelet voor determinisme (er zijn steeds alternatieve wegen)
Historici, hun ‘feiten’ en interpretatie:
Kernprobleem in geschiedschrijving: moeilijke relatie tussen feit – interpretatie
Bij elke stap in keten: interpretatieproblemen
Interpreteren= waarnemen/registreren
Historici werken met sporen (geen eigen waarneming)
Alle mogelijke sporen/getuigenissen kunnen bronnen zijn
Ook bronnen zijn interpretaties/uitspraken over feiten (kunnen misleidend/vals zijn)
Ordenen van info uit bronnen in verhaal is ook interpretatie
Iedereen die iets waarneemt/registreert interpreteert altijd (geen scheidingslijn)
Falsa en bronnenmanipulatie:
‘Fake news’ is van alle tijden en in alle soorten
Van kwaad opzet tot slordigheid
Vervalsingen op het spoor komen is moeilijk
Vals van echt onderscheiden:
Via het materiaal, taalgebruik, technische kenmerken, inhoudelijke consequenties…
VB: voorwerpen, teksten en beelden
Geschiedschrijving: allemaal interpretatie?:
Basis spelregels historische bewijsvoering
Kritische juxtapositie v/d bronnen:
- Afwegen van getuigenissen à vergelijken van onafhankelijke bronnen
- Principes van Bernheim & Langlois-Seignobos
- Valkuilen: mythe van de unanimiteit (woord tegen woord)
Redeneringen opbouwen:
- Falsificatietechniek (Popper): een hypothese of mogelijke verklaring is bewezen
zolang ze niet wordt tegengesproken/ontkracht
- Redeneringen i/h negatieve: het zwijgen v/d bron als indicatie (bronnen zwijgen
wel vaker)
1.2 Ontmoetingen tussen criminologen en historici:
Criminologie en geschiedenis:
Ontmoetingen, maar (nog) geen huwelijk:
Meer ontmoetingen: :“the most interesting criminology arises at the point that
history and criminology meet” (P. Knepper, 2013) (meer uitwisseling)
Historische criminologie erkend als subdiscipline
Toch blijft echt interdisciplinair werk beperkt
Verschillende persoonlijkheden en interesses:
Criminologen: onderzoek bruikbaar voor heden + anticiperen toekomst ó meerdere
historici tegen ‘nut’
Historici: passie voor detail en gebeurtenis >< criminologen: tegen “hol empirisme”
(= empirie zonder theoretisch-conceptueel kader, enkel o.b.v. bronnen/empirie)
2
1. Inleiding:
1.1 Waarom en hoe het verleden bestuderen:
Verleden is niet Geschiedschrijving:
Term ‘geschiedenis’ verwijst naar beide
Fundamenteel onderscheid tussen verleden en wat historici daarover schrijven
Geschiedschrijving= constructie van taal/tekst
- 1 historisch werk is 1 ‘lezing’ van (delen van) verleden
- ≠ versies met ≠ klemtonen (afhankelijk van achtergrond)
Bepaalde groepen/gebeurtenissen uit verleden afwezig of ‘verborgen’ in geschiedschrijving
Vrouwen, minderheden, lagere sociale klassen komen weinig voor
Leidt tot dominante versies
Rol van het verleden:
Ons persoonlijk verleden vormt ons, maakt wat wij zijn (of we dat nu willen of niet)
Ons bewustzijn: vanuit ons verleden gericht op toekomst => menselijk bewustzijn altijd
tijdelijk
Naast ieder individu houdt ook iedere gemeenschap zich met haar collectieve verleden bezig
Geschiedschrijving zonder nut:
Sommige historici: “nuttig zijn hoeft niet”
Verleden bestuderen omwille van zichzelf: weergeven “wie es eigentlich gewesen”
Verhalen maken die mensen amuseren/inspireren
Aangename bezigheid/status voor historici
VB: Daniel Smail
Post-moderne historici: “anything goes”
Geschiedenis schrijven is hetzelfde als verhalen schrijven à alles kan
Niet ‘anything goes’!:
Geschiedschrijving niet onschuldig: niet alle verhalen gelijke stem/impact
Gebruik/misbruik verleden: macht, controle, beïnvloeding
Veel volkeren proberen zich ‘de’ geschiedenis toe te eigenen uit ideologische motieven
Geschiedschrijving heeft wel nut:
Beschrijven:
Voorkomen dat we vergeten (VB: Holocaust)
Lessen trekken à voorbeeldfunctie
- Welke lessen precies hangt af van historicus/tijdvak
- Of leren we daar weinig uit (VB: visie Churchill)
Minstens complexiteit blootleggen: mythen doorprikken/nuanceren
Verklaren (via verleden heden beter begrijpen):
Ontwikkelingen ontdekken/verklaren
Verandering: verschuiving, omwentelingen, groei
Continuïteit: terugkerende patronen/verbanden of ‘rode draad’
Inzicht in samenhang/proces à besef complexiteit
Kritisch: wat zit er achter actuele fenomenen, hoe gegroeid?
Mogelijke scenario’s voor toekomst:
- Hoe verleden heden bepaalt is indicatie wat in toekomst zal doorwerken
- Wat niet bepaald is door verleden is open voor keuze
1
, Beperkingen geschiedschrijving:
Historici zelf niet vrij van common sense/stereotypen
Geen toekomstvoorspellingen, wel schetsen (on)mogelijke scenario’s
Geen pasklare antwoorden op vraag aan sociale wetenschappers: ‘what works?’
Opgelet voor determinisme (er zijn steeds alternatieve wegen)
Historici, hun ‘feiten’ en interpretatie:
Kernprobleem in geschiedschrijving: moeilijke relatie tussen feit – interpretatie
Bij elke stap in keten: interpretatieproblemen
Interpreteren= waarnemen/registreren
Historici werken met sporen (geen eigen waarneming)
Alle mogelijke sporen/getuigenissen kunnen bronnen zijn
Ook bronnen zijn interpretaties/uitspraken over feiten (kunnen misleidend/vals zijn)
Ordenen van info uit bronnen in verhaal is ook interpretatie
Iedereen die iets waarneemt/registreert interpreteert altijd (geen scheidingslijn)
Falsa en bronnenmanipulatie:
‘Fake news’ is van alle tijden en in alle soorten
Van kwaad opzet tot slordigheid
Vervalsingen op het spoor komen is moeilijk
Vals van echt onderscheiden:
Via het materiaal, taalgebruik, technische kenmerken, inhoudelijke consequenties…
VB: voorwerpen, teksten en beelden
Geschiedschrijving: allemaal interpretatie?:
Basis spelregels historische bewijsvoering
Kritische juxtapositie v/d bronnen:
- Afwegen van getuigenissen à vergelijken van onafhankelijke bronnen
- Principes van Bernheim & Langlois-Seignobos
- Valkuilen: mythe van de unanimiteit (woord tegen woord)
Redeneringen opbouwen:
- Falsificatietechniek (Popper): een hypothese of mogelijke verklaring is bewezen
zolang ze niet wordt tegengesproken/ontkracht
- Redeneringen i/h negatieve: het zwijgen v/d bron als indicatie (bronnen zwijgen
wel vaker)
1.2 Ontmoetingen tussen criminologen en historici:
Criminologie en geschiedenis:
Ontmoetingen, maar (nog) geen huwelijk:
Meer ontmoetingen: :“the most interesting criminology arises at the point that
history and criminology meet” (P. Knepper, 2013) (meer uitwisseling)
Historische criminologie erkend als subdiscipline
Toch blijft echt interdisciplinair werk beperkt
Verschillende persoonlijkheden en interesses:
Criminologen: onderzoek bruikbaar voor heden + anticiperen toekomst ó meerdere
historici tegen ‘nut’
Historici: passie voor detail en gebeurtenis >< criminologen: tegen “hol empirisme”
(= empirie zonder theoretisch-conceptueel kader, enkel o.b.v. bronnen/empirie)
2