Cellen en weefsels samenvatting H.18
Apoptose is celdood. Naast apoptose is er ook necrose. Bij necrose gaan de cellen dood
doordat ze lek zijn. De cel zwelt eerst op, en daarna barst deze open. Necrose is vaak
schadelijk omdat de celinhoud in de omgeving komt en zo omliggende cellen kan aantasten.
Omdat necrose dus schadelijk kan zijn, is apoptose ontwikkeld.
Het corticaal skelet, dat gemaakt is van actine, houdt het
membraan in stand. Als je dat weghaalt, dan is het membraan niet
meer stevig en worden er een soort van bellen gevormd. Deze
blebbing is karakteristiek voor apoptose, de cel is hierbij dus niet
lek. Bij necrose is de cel juist wel lek.
Bij het induceren van apoptose zijn caspases (calcium geactiveerde proteases). Er zijn twee
soorten caspases: initiator en executioner caspases. Doordat er twee verschillende soorten
zijn kan er amplificatie plaatsvinden. Als er een apoptotisch signaal is, dan vindt er
dimerisatie, activatie en knipping plaats van adaptor eiwitten en initiator caspases. Deze
actieve initiator caspases activeren executioner caspases door deze de knippen. Als deze
caspase actief is, dan vindt er apoptose plaats.
Wat uniek is voor apoptose is DNA fragmentatie. Executioner
(beul) caspases knippen iCAD waardoor CAD actief wordt.
Vervolgens knipt CAD het DNA.
Apoptose is celdood. Naast apoptose is er ook necrose. Bij necrose gaan de cellen dood
doordat ze lek zijn. De cel zwelt eerst op, en daarna barst deze open. Necrose is vaak
schadelijk omdat de celinhoud in de omgeving komt en zo omliggende cellen kan aantasten.
Omdat necrose dus schadelijk kan zijn, is apoptose ontwikkeld.
Het corticaal skelet, dat gemaakt is van actine, houdt het
membraan in stand. Als je dat weghaalt, dan is het membraan niet
meer stevig en worden er een soort van bellen gevormd. Deze
blebbing is karakteristiek voor apoptose, de cel is hierbij dus niet
lek. Bij necrose is de cel juist wel lek.
Bij het induceren van apoptose zijn caspases (calcium geactiveerde proteases). Er zijn twee
soorten caspases: initiator en executioner caspases. Doordat er twee verschillende soorten
zijn kan er amplificatie plaatsvinden. Als er een apoptotisch signaal is, dan vindt er
dimerisatie, activatie en knipping plaats van adaptor eiwitten en initiator caspases. Deze
actieve initiator caspases activeren executioner caspases door deze de knippen. Als deze
caspase actief is, dan vindt er apoptose plaats.
Wat uniek is voor apoptose is DNA fragmentatie. Executioner
(beul) caspases knippen iCAD waardoor CAD actief wordt.
Vervolgens knipt CAD het DNA.