Hoorcollege 1 – Kinderen & Media
Piaget: ontwikkeling in fases
Sensomotorische fase = een baby leert de wereld kennen met
zintuigen 0-2 jaar
o Ezelsbrug = senso betekent pakken -> baby
o Ontwikkeling motoriek – pakken, rollen, kruipen en
bewegen
o Ontwikkeling zintuigen – kijken, voelen, bijten, proeven,
ruiken, luisteren
o Ontwikkeling geheugen – herkennen van ouders,
voorwerpen uit babykamer, broertje, zusje, etc.
o Nog geen objectpermanentie – kiekeboe, baby’s laten zich
leiden door wat ze zien
Pre-operationele fase = 2-7 jaar
o Ezelsbrug = pre betekent voor
o Wijzen niet alleen naar objecten, maar benoemen ze ook.
o Ontwikkeling taal - Eerst woorden, daarna uitspraak, daarna
zinsopbouw daarna grammatica, eerst kopiëren en daarna
leren. Begint met korte zinnen en breidt zich uit naar langere
complexe zinnen.
o Verdere ontwikkeling (fijne) motoriek – rond 2 jaar
kunnen bijna alle kinderen lopen, daarnaast schrijven, typen,
kleuren, van duplo naar lego, van fietsen met zijwieltjes naar
zonder
o Ontwikkeling “ik” ego – ontdekken dat ze een eigen
persoon zijn, zichzelf herkennen in de spiegel
o Animise – denken dat levenloze objecten levende
eigenschappen hebben “waarom waait de wind zo hard, hou
daar mee op”
o Denken kenmerkt zich door egocentrisme en centratie –
beredeneren vanuit zichzelf, wat zij leuk vinden dat vindt een
ander ook leuk.
o Centratie: focus op 1 aspect (bijvoorbeeld herkenning van
mensen) Ze herkennen alleen maar een geheel, of 1 ding uit
het geheel. Ze kunnen hun aandacht vaak maar op 1 ding
tegelijk richten en kunnen vaak niet meerdere aspecten
scannen. Ze hebben moeite met het herkennen en
onderscheiden van vreemde mensen, omdat ze het gezicht
alleen gebruiken als herkenningspunt.
o Ontwikkeling begrip “conservatie” - waarbij het kind wel
of niet in begrijpt om objecten juist in te schatten, ook na
verandering van de indeling of opzet van de objecten.
Bijvoorbeeld 2 grote snoepjes en het kind krijgt 1 groot
snoepje, dat wanneer je het doorsnijdt het voor het kind wel
eerlijk is verdeeld, omdat die er nu ook 2 heeft.
, Concreet operationele fase = 7 – 12 jaar
o Ezelsbrug = c is eerder in alfabet
o Ontwikkeling van reversibiliteit – een proces in gedachten
omdraaien
o Ontwikkeling van decentratie – het feit dat je, je op
meerdere aspecten tegelijk kunt richten
o Ontwikkeling van de logica – de relatie begrijpen tussen
tijd, afstand en snelheid
o Conservatie: wordt in deze fase ook begrepen.
Formeel operationele fase = 12 – 16
o Het denken komt los van het concrete, leert abstract te
denken en redeneren.
o Leren logisch te denken, het leren verbanden maken &
hieruit conclusies trekken
Vrouwen gebruiken over het algemeen meer verkleinwoordjes, maar ook
meer woorden in het algemeen dan mannen.
Kinderen & Media
- Programma voorkeuren
- Aanpassen aan ontwikkelingsniveau
0-2 jaar
Felle kleuren, muziek en bewegende objecten (gezichten)
Willen graag kunnen benoemen wat ze zien
Verhaallijn is niet relevant, die kunnen ze niet volgen
Vanwege het aandachtstekort voorkeur voor reclames (rijmpjes,
liedjes, slogan, muziek, korte verhaaltjes)
Kleurrijke beelden en eenvoudige geluiden, aangezien ze kunnen
reageren op visuele en auditieve stimuli
3-5 jaar
Vriendelijke fantasiefiguren, binaire karakters, goed of slecht,
herkenbaar dier en vertrouwde contexten (dingen die ze kennen),
simpele personages
Voorkeur voor media-inhoud, begrijpen verschillende mediacontent
Interesse voor verhaallijn (eenvoudig), geen flashbacks,
tritagonisten, etc. Moet zich lineair afspelen en aansluiten bij de
belevingswereld van het kind.
Piaget: ontwikkeling in fases
Sensomotorische fase = een baby leert de wereld kennen met
zintuigen 0-2 jaar
o Ezelsbrug = senso betekent pakken -> baby
o Ontwikkeling motoriek – pakken, rollen, kruipen en
bewegen
o Ontwikkeling zintuigen – kijken, voelen, bijten, proeven,
ruiken, luisteren
o Ontwikkeling geheugen – herkennen van ouders,
voorwerpen uit babykamer, broertje, zusje, etc.
o Nog geen objectpermanentie – kiekeboe, baby’s laten zich
leiden door wat ze zien
Pre-operationele fase = 2-7 jaar
o Ezelsbrug = pre betekent voor
o Wijzen niet alleen naar objecten, maar benoemen ze ook.
o Ontwikkeling taal - Eerst woorden, daarna uitspraak, daarna
zinsopbouw daarna grammatica, eerst kopiëren en daarna
leren. Begint met korte zinnen en breidt zich uit naar langere
complexe zinnen.
o Verdere ontwikkeling (fijne) motoriek – rond 2 jaar
kunnen bijna alle kinderen lopen, daarnaast schrijven, typen,
kleuren, van duplo naar lego, van fietsen met zijwieltjes naar
zonder
o Ontwikkeling “ik” ego – ontdekken dat ze een eigen
persoon zijn, zichzelf herkennen in de spiegel
o Animise – denken dat levenloze objecten levende
eigenschappen hebben “waarom waait de wind zo hard, hou
daar mee op”
o Denken kenmerkt zich door egocentrisme en centratie –
beredeneren vanuit zichzelf, wat zij leuk vinden dat vindt een
ander ook leuk.
o Centratie: focus op 1 aspect (bijvoorbeeld herkenning van
mensen) Ze herkennen alleen maar een geheel, of 1 ding uit
het geheel. Ze kunnen hun aandacht vaak maar op 1 ding
tegelijk richten en kunnen vaak niet meerdere aspecten
scannen. Ze hebben moeite met het herkennen en
onderscheiden van vreemde mensen, omdat ze het gezicht
alleen gebruiken als herkenningspunt.
o Ontwikkeling begrip “conservatie” - waarbij het kind wel
of niet in begrijpt om objecten juist in te schatten, ook na
verandering van de indeling of opzet van de objecten.
Bijvoorbeeld 2 grote snoepjes en het kind krijgt 1 groot
snoepje, dat wanneer je het doorsnijdt het voor het kind wel
eerlijk is verdeeld, omdat die er nu ook 2 heeft.
, Concreet operationele fase = 7 – 12 jaar
o Ezelsbrug = c is eerder in alfabet
o Ontwikkeling van reversibiliteit – een proces in gedachten
omdraaien
o Ontwikkeling van decentratie – het feit dat je, je op
meerdere aspecten tegelijk kunt richten
o Ontwikkeling van de logica – de relatie begrijpen tussen
tijd, afstand en snelheid
o Conservatie: wordt in deze fase ook begrepen.
Formeel operationele fase = 12 – 16
o Het denken komt los van het concrete, leert abstract te
denken en redeneren.
o Leren logisch te denken, het leren verbanden maken &
hieruit conclusies trekken
Vrouwen gebruiken over het algemeen meer verkleinwoordjes, maar ook
meer woorden in het algemeen dan mannen.
Kinderen & Media
- Programma voorkeuren
- Aanpassen aan ontwikkelingsniveau
0-2 jaar
Felle kleuren, muziek en bewegende objecten (gezichten)
Willen graag kunnen benoemen wat ze zien
Verhaallijn is niet relevant, die kunnen ze niet volgen
Vanwege het aandachtstekort voorkeur voor reclames (rijmpjes,
liedjes, slogan, muziek, korte verhaaltjes)
Kleurrijke beelden en eenvoudige geluiden, aangezien ze kunnen
reageren op visuele en auditieve stimuli
3-5 jaar
Vriendelijke fantasiefiguren, binaire karakters, goed of slecht,
herkenbaar dier en vertrouwde contexten (dingen die ze kennen),
simpele personages
Voorkeur voor media-inhoud, begrijpen verschillende mediacontent
Interesse voor verhaallijn (eenvoudig), geen flashbacks,
tritagonisten, etc. Moet zich lineair afspelen en aansluiten bij de
belevingswereld van het kind.