Begrippenlijst + modellen boek gezondheidsbevordering en
leefstijl
Lex Lemmers en Jeroen de Greeff
Ziekte: omschrijven als een schadelijke somatische of psychische
afwijking of aandoening van een organisme waardoor dit organisme
minder goed functioneert.
Pathogenese: inzicht in het ontstaan, de ontwikkeling en het verloop van
een aandoening.
Gezondheidsmodel van Lalonde: Leefstijl, (zorg) voorzieningen,
biologische factoren en omgeving.
Model van Hurber: bestaat uit zes dimensies lichaamsfuncties,
mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en
dagelijks functioneren.
Hedonisme: het los komen van ouders en de start van je eigen leven.
Epidemiologie: bestudeert de gezondheidssituatie in een populatie en
kijkt daarbij onder andere naar het voorkomen en de verspreiding van
ziekten binnen en tussen populaties.
Staat van Volksgezondheid en Zorg: geeft een actueel en cijfermatig
beeld van ziekte en gezondheid in Nederland.
Levensverwachting: hoelang iemand leeft in een bepaalde
leeftijdscategorie.
Morbiditeit: geeft de mate van het voorkomen van een specifieke ziekte
aan.
Mortaliteit: de sterfte in een bepaalde periode.
Incidentie: is het aantal nieuwe gevallen van een ziekte per tijdseenheid,
per aantal bevolking.
Multimorbiditeit: zijn er meerdere ziektes of aandoeningen tegelijk.
Welvaart: hoe goed het met iemand gaat.
Welvaartsziekten: verschillende vormen kanker, chronische ziektes zoals
diabetes type 2, hart- en vaatziekten en overgewicht.
DALY’S: het aantal gezonde levensjaren dat aan de populatie verliest door
ziekten.
Obesogene omgeving: omgeving die de inname van calorie- en
energierijk eten makkelijk maakt.
, Determinanten: factoren die de (on)gezondheid beïnvloeden.
Endogene determinanten: liggen besloten in het lichaam, de constitutie
van een individu.
Exogene determinanten: liggen buiten het lichaam.
Sociaaleconomische status (SES): refereert aan de positie die iemand
op de maatschappelijke ladder inneemt.
Utiliteitsvisie: een mens zal alle opties overwegen en vervolgens vooral
keuzes maken die het meeste voordeel of nut opleveren.
Gedragsintentie: wordt door die verschillende gedragsdeterminanten
verklaard: de attitude ten aanzien van het gedrag, de perceptie van
sociale normen en de inschatting en gedrag van een persoon.
Attitude: gevoelsmatige houding van een persoon ten opzichte van het
gedrag.
Sociale normen: geeft weer in hoeverre bepaald gedrag volgens iemand
normaal of geaccepteerd is.
Descriptieve norm: gevormd door percepties van een gedrag die een
individu om zich heen ziet.
Injunctieve norm: in hoeverre het gedrag wordt geaccepteerd.
Eigen effectiviteit: hoe iemand de eigen vaardigheden inschat om
bepaald gedrag uit te voeren en welke externe barrières iemand ziet om
het gedrag uit te voeren.
Landscaping: gericht op onbewuste activatie van gezonde
keuzemogelijkheden.
Reactance: psychologische reactie die mensen ervaren als ze bewust
worden beïnvloed.
Fear appeal: over het inzitten van angst, ook wel de aanpak.
Gedragsanalyse model: dit model bestaat uit 9 verschillende
interventies: education, persuasion, incentivization, coercion, training,
restriction, environmental restructuring, modelling, enablement.
Nudging: een strategie om gedrag te sturen in een door de overheid
gewenste richting.
Gezondheid paradox: de gezondheid is niet eerlijk verdeeld over de
bevolking.
leefstijl
Lex Lemmers en Jeroen de Greeff
Ziekte: omschrijven als een schadelijke somatische of psychische
afwijking of aandoening van een organisme waardoor dit organisme
minder goed functioneert.
Pathogenese: inzicht in het ontstaan, de ontwikkeling en het verloop van
een aandoening.
Gezondheidsmodel van Lalonde: Leefstijl, (zorg) voorzieningen,
biologische factoren en omgeving.
Model van Hurber: bestaat uit zes dimensies lichaamsfuncties,
mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en
dagelijks functioneren.
Hedonisme: het los komen van ouders en de start van je eigen leven.
Epidemiologie: bestudeert de gezondheidssituatie in een populatie en
kijkt daarbij onder andere naar het voorkomen en de verspreiding van
ziekten binnen en tussen populaties.
Staat van Volksgezondheid en Zorg: geeft een actueel en cijfermatig
beeld van ziekte en gezondheid in Nederland.
Levensverwachting: hoelang iemand leeft in een bepaalde
leeftijdscategorie.
Morbiditeit: geeft de mate van het voorkomen van een specifieke ziekte
aan.
Mortaliteit: de sterfte in een bepaalde periode.
Incidentie: is het aantal nieuwe gevallen van een ziekte per tijdseenheid,
per aantal bevolking.
Multimorbiditeit: zijn er meerdere ziektes of aandoeningen tegelijk.
Welvaart: hoe goed het met iemand gaat.
Welvaartsziekten: verschillende vormen kanker, chronische ziektes zoals
diabetes type 2, hart- en vaatziekten en overgewicht.
DALY’S: het aantal gezonde levensjaren dat aan de populatie verliest door
ziekten.
Obesogene omgeving: omgeving die de inname van calorie- en
energierijk eten makkelijk maakt.
, Determinanten: factoren die de (on)gezondheid beïnvloeden.
Endogene determinanten: liggen besloten in het lichaam, de constitutie
van een individu.
Exogene determinanten: liggen buiten het lichaam.
Sociaaleconomische status (SES): refereert aan de positie die iemand
op de maatschappelijke ladder inneemt.
Utiliteitsvisie: een mens zal alle opties overwegen en vervolgens vooral
keuzes maken die het meeste voordeel of nut opleveren.
Gedragsintentie: wordt door die verschillende gedragsdeterminanten
verklaard: de attitude ten aanzien van het gedrag, de perceptie van
sociale normen en de inschatting en gedrag van een persoon.
Attitude: gevoelsmatige houding van een persoon ten opzichte van het
gedrag.
Sociale normen: geeft weer in hoeverre bepaald gedrag volgens iemand
normaal of geaccepteerd is.
Descriptieve norm: gevormd door percepties van een gedrag die een
individu om zich heen ziet.
Injunctieve norm: in hoeverre het gedrag wordt geaccepteerd.
Eigen effectiviteit: hoe iemand de eigen vaardigheden inschat om
bepaald gedrag uit te voeren en welke externe barrières iemand ziet om
het gedrag uit te voeren.
Landscaping: gericht op onbewuste activatie van gezonde
keuzemogelijkheden.
Reactance: psychologische reactie die mensen ervaren als ze bewust
worden beïnvloed.
Fear appeal: over het inzitten van angst, ook wel de aanpak.
Gedragsanalyse model: dit model bestaat uit 9 verschillende
interventies: education, persuasion, incentivization, coercion, training,
restriction, environmental restructuring, modelling, enablement.
Nudging: een strategie om gedrag te sturen in een door de overheid
gewenste richting.
Gezondheid paradox: de gezondheid is niet eerlijk verdeeld over de
bevolking.