Elektrische lading geeft aan of het voorwerp meer of minder elektronen heeft dan protonen.
elektrische lading Q coulomb C
De grootte van de lading van een elektron of een proton is gelijk aan de elementaire lading e
e = 1,60*10− 19 C
Gelijke ladingen stoten elkaar af
● <- positief positief ->
● <- negatief negatief ->
● positief -> <- negatief
Protonen kunnen zich niet verplaatsen!
Je kunt geen ladingen bijmaken of vernietigen.
Vrije elektronen zijn elektronen die niet meer gebonden zijn aan een atoom.
ionisatie: Een fenomeen waarbij wanneer een elektron uit de atoom loskomt er een positief
geladen ion achterblijft. (protonen en neutronen zitten vast in de kern).
Atomen met veel vrije elektronen zijn goede geleiders.
Ladingen kunnen zich makkelijk door een geleider verspreiden. Goede geleiders zijn
metalen en het menselijk lichaam.
Als je een lading aanbrengt op een geleider, stoten de gelijksoortige ladingen elkaar af.
Isolatoren hebben bijna geen vrije elektronen.
De meeste kunststoffen zijn goed isolatoren.
halfgeleiders: stoffen die bij lage temperatuur gedragen als een isolator maar bij
kamertemperatuur wel beperkt geleiden.
Aarding
Aarding: Als een geladen geleidend voorwerp elektrisch contact maakt met de grond wordt
de lading overgedragen naar de aarde.
Bij een negatief geladen geleidend voorwerp gaan de elektronen naar de aarde.
Omdat elektronen elkaar afstoten.
Bij een positief geladen geleidend voorwerp komen de elektronen van de aarde.
Omdat het positief geladen voorwerp de elektronen aantrekt.
Als een geladen isolator contact maakt met de aarde vloeien alleen de elektronen van het
contactpunt naar of van de aarde. Een isolator heeft geen vrije elektronen.