Examen Macro
Hf.4: Macro-economische grootheden
Leerstof:
4.0 Inleiding
Macro-economie = deel van de economische wetenschap dat de economische
grootheden op geaggregeerd niveau bestudeert (= grote groepen).
Grote groepen = een land, Europa als geheel, handelsrelaties tussen landen,..
Alle economische “agenten” of “huishoudingen” worden in samenhang bestudeerd
Macro-economische vraagstukken over economische groei, armoede, milieu,
werkloosheid, inflatie,..
De huishoudingen die macro-economie bestudeerd zijn:
• De gezinnen
• De bedrijven
• De overheid
• Het buitenland
,4.1 De economische kringloop
Activiteiten van die huishoudingen die macro-economie bestudeerd zijn:
• De gezinnen consumeren (C) en sparen (S)
• De bedrijven investeren (I)
• De overheid belast (T) en consumeert (G)
• Het buitenland: België exporteert naar (X) en importeert van (M) naar het buitenland
De vereenvoudigde economische kringloop:
,4.2 De berekening van de economische activiteit
-> Bruto-investeringen = vervanginsinvesteringen + netto-investeringen
-> Netto-investeringen = uitbreidingsinvesteringen + voorraadwijzigingen (+ of -)
De bedrijven investeren (I):
• Vervanginsinvesteringen: om kapitaalgoederen te vervangen die onderhevig zijn
aan slijtage --> geen uitbreiding productiecapaciteit
• Uitbreindingsinvesteringen: om kapitaalgoederen uit te bereiden --> uitbreiding
productiecapaciteit
- Breedte-investeringen: uitbreiding zonder verhoging kapitaalintensiteit *
- Diepte-investeringen: uitbreiding met verhoging kapitaalintensiteit *
• Voorraadinvesteringen: aanleggen van voorraden van niet verkochte
consumptiegoederen (vlottende investeringen) - desinvesteringen indien voorraad
afneemt
, *Kapitaalintensiteit = K/L = ingezette hoeveelheid kapitaal op ingezette hoeveelheid
arbeiders. Breiden de investeringen in kapitaalgoederen uit zonder dat er meer arbeiders
worden ingezet, dan stijgt de kapitaalintensiteit.
De economische agenten werken samen om het bbp tot stand te brengen.
Factoren die de grootte van de economische activiteit bepalen kunnen worden ingedeeld
in:
• Aanbodfactoren (Supply-side)
• Vraagfactoren (Demand-slide)
Aanbodfactoren:
Proudctiecapaciteit -> bevolkingsgroei of bevolkingssamenstelling, kapitaal, technologie,
onderwijs: structurele factoren (lange termijn)
Hf.4: Macro-economische grootheden
Leerstof:
4.0 Inleiding
Macro-economie = deel van de economische wetenschap dat de economische
grootheden op geaggregeerd niveau bestudeert (= grote groepen).
Grote groepen = een land, Europa als geheel, handelsrelaties tussen landen,..
Alle economische “agenten” of “huishoudingen” worden in samenhang bestudeerd
Macro-economische vraagstukken over economische groei, armoede, milieu,
werkloosheid, inflatie,..
De huishoudingen die macro-economie bestudeerd zijn:
• De gezinnen
• De bedrijven
• De overheid
• Het buitenland
,4.1 De economische kringloop
Activiteiten van die huishoudingen die macro-economie bestudeerd zijn:
• De gezinnen consumeren (C) en sparen (S)
• De bedrijven investeren (I)
• De overheid belast (T) en consumeert (G)
• Het buitenland: België exporteert naar (X) en importeert van (M) naar het buitenland
De vereenvoudigde economische kringloop:
,4.2 De berekening van de economische activiteit
-> Bruto-investeringen = vervanginsinvesteringen + netto-investeringen
-> Netto-investeringen = uitbreidingsinvesteringen + voorraadwijzigingen (+ of -)
De bedrijven investeren (I):
• Vervanginsinvesteringen: om kapitaalgoederen te vervangen die onderhevig zijn
aan slijtage --> geen uitbreiding productiecapaciteit
• Uitbreindingsinvesteringen: om kapitaalgoederen uit te bereiden --> uitbreiding
productiecapaciteit
- Breedte-investeringen: uitbreiding zonder verhoging kapitaalintensiteit *
- Diepte-investeringen: uitbreiding met verhoging kapitaalintensiteit *
• Voorraadinvesteringen: aanleggen van voorraden van niet verkochte
consumptiegoederen (vlottende investeringen) - desinvesteringen indien voorraad
afneemt
, *Kapitaalintensiteit = K/L = ingezette hoeveelheid kapitaal op ingezette hoeveelheid
arbeiders. Breiden de investeringen in kapitaalgoederen uit zonder dat er meer arbeiders
worden ingezet, dan stijgt de kapitaalintensiteit.
De economische agenten werken samen om het bbp tot stand te brengen.
Factoren die de grootte van de economische activiteit bepalen kunnen worden ingedeeld
in:
• Aanbodfactoren (Supply-side)
• Vraagfactoren (Demand-slide)
Aanbodfactoren:
Proudctiecapaciteit -> bevolkingsgroei of bevolkingssamenstelling, kapitaal, technologie,
onderwijs: structurele factoren (lange termijn)