PRACTICE
BEGRIPPENLIJST
Blok 1.4 – Neurorevalidatie
, Begrippenlijst kernitems
3 pijlers van EBP De drie pijlers van Evidence Based Practice zijn:
1. Het best beschikbare bewijs (literatuur);
2. De kennis en ervaring van de professional;
3. De waarde(n) en voorkeur van de individuele patiënt.
5 stappen van EBP De vijf stappen van Evidence Based Practice zijn:
1. Informatiebehoefte over diagnose, prognose en therapie van
eigen patiënten omzetten in beantwoordbare vragen;
2. Zo efficiënt mogelijk het “beste bewijs” opsporen in de
literatuur om vragen te beantwoorden uit verschillende
soorten onderzoek;
3. Kritisch beoordelen van de geldigheid en bruikbaarheid van
de gepresenteerde onderzoeksresultaten uit de literatuur;
4. Na kritische beoordeling de resultaten van onderzoek
toepassen in het dagelijks klinisch handelen;
5. Het evalueren van het klinisch handelen.
Afhankelijke variabele Een afhankelijke variabele staat niet vast bij het doen van het
onderzoek. Deze wordt juist gemeten. De afhankelijke variabele is
onder invloed van de onafhankelijke variabele. Er worden
voorspellingen over gedaan. Deze variabele wordt ook wel effect
variabele genoemd, deze zorgt immers voor het te meten effect.
Voor het onderzoek is het van belang te weten wat de
uitkomstvariabelen zijn (de afhankelijke variabelen), in welke
determinanten (onafhankelijke variabelen) je geïnteresseerd bent
en welke variabelen de uitkomst kunnen verstoren (confounders).
Analyse Een systematisch onderzoek waarbij een probleem ontleed wordt.
Bij elk wetenschappelijk onderzoek is er sprake van data en die data
moet leiden tot resultaten. Om te komen van data naar resultaten is
iets nodig, namelijk een analyse. Elke analyse is een vorm van
interpretatie. Dat geldt voor analyse in kwantitatief onderzoek, maar
ook voor kwantitatief onderzoek. Van de kwalitatieve analyse wordt
gezet dat hij subjectief is en de kwantitatieve analyse objectief.
Aselect Aselecte (willekeurige) toewijzing (allocatie). Bij randomisatie wordt
gebruik gemaakt van het toeval om behandeling aan index- of
referentiegroep(en) toe te wijzen. Randomisatie houdt in dat ieder
individu (of andere eenheid van randomisatie) ene gelijke kans heeft
om elk van de interventies te krijgen. Een goede randomisatie maakt
gebruik van bijvoorbeeld een tabel met aselecte getallen of een door
een computer aangemaakte randomisatielijst. Er dient te worden
gewaarschuwd voor andere methoden van toewijzing die als
randomisatie worden beschreven, maar dit niet echt zijn: toewijzing
op geboortedatum, volgorde van binnenkomst, dag van de week,
maand van het jaar, dossiernummer.
At random Alles wat toevallig of willekeurig is, zonder een vast patroon dat
optreedt. Dit is een vorm van randomisatie.
Beschrijvend onderzoek Een onderzoek waarbij de onderzoeker de situatie beschrijft,
aangeeft welke aspecten belangrijk zijn en de onderlinge situatie
duidt. Dit is een gemiddelde waarde van een grote groep mensen
(bijvoorbeeld het percentage mannelijke deelnemers).
Beschrijvende statistiek Een hoeveelheid verzamelde waarnemingen worden bewerkt, zodat
de resultaten overzichtelijk kunnen worden gepresenteerd door het
gemiddelde, modus en de mediaan te berekenen. Beschrijvende
statistiek is bijna altijd terug te vinden in de eerste tabel van een