Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 9a - Bewijs 2
“Wat is een persoonlijke gevoeligheid van mij?”
Niveau van Miller: KNOWS HOW
29 januari 2024
Competentie 9: Inzicht in eigen ontwikkelingsproces
Indicator 9a: Het herkennen en erkennen van eigen kwaliteiten en ontwikkelpunten
Samenvatting: In dit bewijs beschrijf ik dat ik gevoelig ben voor afwijzing. Daarbij omschrijf ik een voorbeeld van een situatie waarin
deze gevoeligheid komt opzetten, wat daarbij triggers zijn, en waaraan ikzelf en anderen deze gevoeligheid kunnen opmerken. Ten slotte
beschrijf ik hoe ik, sinds de start van de opleiding, manieren heb gevonden om met de gevoeligheid voor afwijzing om te gaan.
De start van de opleiding tot psychosociaal counselor volgde op een voor mij bewogen periode. Ik was weer thuis bij mijn ouders
gaan wonen nadat ik gestopt was met mijn master Scheikundige Technologie aan de Technische Universiteit Eindhoven vanwege
gezondheidsklachten. Zoals ik ook in Bewijs 52: “Realistische doelen stellen voor een persoonlijk doel” heb omgeschreven, raakte ik
lichamelijk en geestelijk oververmoeid van de hoge studiedruk en het meer dan vier uur reizen in het openbaar vervoer per dag. Na een
grondige heroriëntatie besloot ik om me tot zorgverlener om te laten scholen, en niet een carrière in de wetenschap na te jagen. Die
beslissing kwam met ingrijpende gevolgen. Zo merkte ik dat ik het lastig vond dat de beslissing om van studierichting te veranderen niet
door iedereen in mijn omgeving gewaardeerd werd. Daar vielen familieleden en goede vrienden onder. Ik werd daar heel erg onzeker
door, en ik twijfelde regelmatig of ik wel de juiste beslissing had genomen door naar mijn lichaam te luisteren. Ik wilde koste wat kost
voorkomen dat ik de aansluiting met de mensen om mij heen zou verliezen. Dat maakte dat ik een grote gevoeligheid voor afwijzing
ontwikkelde. Tegelijkertijd wist ik wel dat ik het heft in eigen hand kon nemen om die gevoeligheid voor afwijzing te onderzoeken, en te
bekijken hoe ik dit zou kunnen verzachten. Dat proces beschrijf ik in dit bewijs. Daartoe benoem ik eerst concreet in welke situaties die
gevoeligheid komt opzetten en wat daarbij triggers voor mij zijn. Daarna vermeld ik hoe ikzelf en anderen kunnen opmerken dat de
gevoeligheid voor afwijzing geactiveerd is. Ten slotte illustreer ik hoe ik sinds het begin van de opleiding manieren heb gevonden om de
gevoeligheid te verzachten.
Om me bewust te worden van mijn gevoeligheid voor afwijzing en de situaties waarin die gevoeligheid naar voren komt, heb ik in
het tweede jaar van de opleiding afgesproken met een psychosociaal therapeut die volgens de stroming van het systematisch
eclecticisme begeleiding bood (Egan, 2012). Door via deze methode systematisch op bepaalde ervaringen te reflecteren, kwam naar
voren dat ik mij heel erg bewust ben van de mening van de ander. Die focus op andermans mening treedt voornamelijk op in het contact
met een voormalige studievriend. Ik merkte dat het me erg raakte wanneer hij mijn stappen bekritiseerde, bijvoorbeeld door honend,
ongeïnteresseerd of zelfzuchtig te spreken. Die non-verbale signalen in zijn spreektoon en houding waren voor mij triggers om me het
gevoel te geven dat ik niet gewaardeerd werd (Gamble & Gamble, 2013). Om ervoor te zorgen dat ik deze vriend niet zou kwijtraken,
ontwikkelde ik de neiging om mijzelf op te stellen vanuit mijn idee over hoe deze vriend mij graag zou willen zien. Zo deelde ik
bijvoorbeeld dat ik waarschijnlijk toch later in de technische wereld zou gaan werken, terwijl ik diep van binnen wist dat zo’n carrière mij
1
“Wat is een persoonlijke gevoeligheid van mij?”
Niveau van Miller: KNOWS HOW
29 januari 2024
Competentie 9: Inzicht in eigen ontwikkelingsproces
Indicator 9a: Het herkennen en erkennen van eigen kwaliteiten en ontwikkelpunten
Samenvatting: In dit bewijs beschrijf ik dat ik gevoelig ben voor afwijzing. Daarbij omschrijf ik een voorbeeld van een situatie waarin
deze gevoeligheid komt opzetten, wat daarbij triggers zijn, en waaraan ikzelf en anderen deze gevoeligheid kunnen opmerken. Ten slotte
beschrijf ik hoe ik, sinds de start van de opleiding, manieren heb gevonden om met de gevoeligheid voor afwijzing om te gaan.
De start van de opleiding tot psychosociaal counselor volgde op een voor mij bewogen periode. Ik was weer thuis bij mijn ouders
gaan wonen nadat ik gestopt was met mijn master Scheikundige Technologie aan de Technische Universiteit Eindhoven vanwege
gezondheidsklachten. Zoals ik ook in Bewijs 52: “Realistische doelen stellen voor een persoonlijk doel” heb omgeschreven, raakte ik
lichamelijk en geestelijk oververmoeid van de hoge studiedruk en het meer dan vier uur reizen in het openbaar vervoer per dag. Na een
grondige heroriëntatie besloot ik om me tot zorgverlener om te laten scholen, en niet een carrière in de wetenschap na te jagen. Die
beslissing kwam met ingrijpende gevolgen. Zo merkte ik dat ik het lastig vond dat de beslissing om van studierichting te veranderen niet
door iedereen in mijn omgeving gewaardeerd werd. Daar vielen familieleden en goede vrienden onder. Ik werd daar heel erg onzeker
door, en ik twijfelde regelmatig of ik wel de juiste beslissing had genomen door naar mijn lichaam te luisteren. Ik wilde koste wat kost
voorkomen dat ik de aansluiting met de mensen om mij heen zou verliezen. Dat maakte dat ik een grote gevoeligheid voor afwijzing
ontwikkelde. Tegelijkertijd wist ik wel dat ik het heft in eigen hand kon nemen om die gevoeligheid voor afwijzing te onderzoeken, en te
bekijken hoe ik dit zou kunnen verzachten. Dat proces beschrijf ik in dit bewijs. Daartoe benoem ik eerst concreet in welke situaties die
gevoeligheid komt opzetten en wat daarbij triggers voor mij zijn. Daarna vermeld ik hoe ikzelf en anderen kunnen opmerken dat de
gevoeligheid voor afwijzing geactiveerd is. Ten slotte illustreer ik hoe ik sinds het begin van de opleiding manieren heb gevonden om de
gevoeligheid te verzachten.
Om me bewust te worden van mijn gevoeligheid voor afwijzing en de situaties waarin die gevoeligheid naar voren komt, heb ik in
het tweede jaar van de opleiding afgesproken met een psychosociaal therapeut die volgens de stroming van het systematisch
eclecticisme begeleiding bood (Egan, 2012). Door via deze methode systematisch op bepaalde ervaringen te reflecteren, kwam naar
voren dat ik mij heel erg bewust ben van de mening van de ander. Die focus op andermans mening treedt voornamelijk op in het contact
met een voormalige studievriend. Ik merkte dat het me erg raakte wanneer hij mijn stappen bekritiseerde, bijvoorbeeld door honend,
ongeïnteresseerd of zelfzuchtig te spreken. Die non-verbale signalen in zijn spreektoon en houding waren voor mij triggers om me het
gevoel te geven dat ik niet gewaardeerd werd (Gamble & Gamble, 2013). Om ervoor te zorgen dat ik deze vriend niet zou kwijtraken,
ontwikkelde ik de neiging om mijzelf op te stellen vanuit mijn idee over hoe deze vriend mij graag zou willen zien. Zo deelde ik
bijvoorbeeld dat ik waarschijnlijk toch later in de technische wereld zou gaan werken, terwijl ik diep van binnen wist dat zo’n carrière mij
1