Kennistoets: Pathologie en biomechanica
,Pathologie van de Enkel
Uitwerking
Herhaling enkelgewricht
Als we het hebben over het enkelgewricht hebben we het over het bovenste en onderste
spronggewricht. Het bovenste spronggewricht bestaat uit de tibia, de fibula en de talus. En de
bewegingen die plaats vinden in het bovenste spronggewricht zijn dorsaal- en plantairflexie van de
voet. Het onderste spronggewricht bestaat uit de talus, calcaneus en het os naviculare. De
bewegingen die in het onderste spronggewricht plaats vinden zijn de in- en eversie van de voet.
Om het onderste spronggewricht liggen een aantal ligamenten. De buitenste (laterale) en binnenste
(mediale) ligamenten. De buitenste (laterale) ligamenten zijn:
- Ligamentum calcaneofibulare
- Ligamentum talofibulare
- Ligamentum tibiofibulare
De binnenste (mediale) ligameten zijn:
- Ligamentum tibiotalaris anterior
- Ligamenten tibiotalaris posterior
- Ligamentum tibionavicularis
- Ligamentum tibiocacanea
Wanneer je de enkelbanden met elkaar vergelijkt, zie je dat de binnenste (mediale) ligamenten over
het algemeen veel dikker zijn. Deze ligamenten zullen daarom ook steviger zijn.
Enkelletsels
85% van de enkelletsels is een inversietrauma. Bij een inversietrauma is er schade/rek op de
buitenste (laterale) ligamenten. De andere 15% zijn eversietrauma’s. Bij een eversietrauma is er
schade/rek op de binnenste (mediale) ligamenten.
Onderzoek enkel
Wanneer een patiënt met enkelletsel bij jou als fysiotherapeut komt, zijn er een aantal dingen die je
tijdens de anamnese gaat vragen. Dit zijn vragen als:
- Wanneer is het gebeurd?
- Hoe is het gebeurd?
- Hoe is het met (het verloop van) de pijn?
- Wat heeft u zelf al gedaan om de pijn te minderen?
- Is dit de eerste keer of al vaker gehad?
- Kunt u er nog op staan? Heeft u er nog op kunnen staan?
- Is de enkel dik en/of blauw? Wanneer ontstond dit?
1
,Na de anamnese wil je een fractuur uitsluiten. Dit doe je doormiddel van de Ottawa Ankle Rules.
Wanneer een van de testen van de Ottawa Ankle Rules positief wordt getest moet je een
röntgenfoto worden gemaakt. De dingen die je test bij de Ottawa Ankle Rules zijn:
- Onvermogen tot belasten (4 stappen zonder hulp)
- Pijn aan de dorsale of caudale zijde van de laterale malleolus
- Pijn aan de dorsale of caudale zijde van de mediale malleolus
- Pijn bij palpatie van de basis van os metatarsale V
- Pijn de palpatie van het os naviculare
Ook wordt er wel eens een voorste schuiflade test uitgevoerd. Zo’n voorste schuiflade test is positief
wanneer de voet 1 centimeter of meer naar ventraal beweegt dan de gezonde zijde. Een voorste
schuiflade test is negatief wanneer de voet minder dan 1 centimeter naar ventraal beweegt dan de
gezonde zijde. Wanneer zo’n voorste schuiflade negatief wordt getest betekent dat het ligamentum
calcaneofibulare is gereputeerd.
De verschillende soorten schade in een enkel kun je verdelen in:
- Distorsie/verzwikking (strain)
o Goede belastbaarheid, geringe zwelling en pijn.
o Geen hematoomverkleuring
o Negatieve voorste-schuifladetest
- Partiele ruptuur/totaalruptuur (sprain)
o Pijn bij palpatie voorzijde laterale malleoleus
o Hematoomverkleuring OF positieve voorste-schuiflade test
2
,Verloop van een enkeldistorsie
De symptomen tijdens de ontstekingsfase zijn:
- Warmte (calor)
- Roodheid (rubor)
- Pijn (dolor)
- Zwelling (tumor)
- Functieverlies (functiolaesa)
Als fysiotherapeut is het belangrijk om te weten in welke fase van het herstel de patiënt zit. Dit is van
belang om te weten hoeveel de patiënt kan, hoeveel de patiënt mag en de belastbaarheid. De rol van
de fysiotherapeut tijdens de verschillende fases is:
- Ontstekingsfase (0 – 3 dagen)
o Informatieverstrekking, aanpassen belasting, ontlastende maatregelen op werk en
ADL
- Proliferatiefase (4 – 10 dagen)
o Oefenen van bewegingen, coördinatie en lopen op geleide van pijn, eventueel tapen.
- Vroege remodeleringsfase (11 – 21 dagen)
o Meer dynamische stabiliteit, spierkracht trainen, trainen op verschillende
ondergronden
- Late remodeleringsfase (3 – 6 weken)
o Coördinatie tijdens huppen/springen, implementeren van dubbeltaken
3
, Enkelfracturen
Enkelfracturen worden ingedeeld in verschillende types. Dit wordt gedaan een de hand van de
Weber classificatie. Je hebt bij de Weber classificatie type A,B en C. De types worden ingedeeld op de
plek waar zo’n fractuur is ontstaan.
Weber type A
- 20 – 25% van alle enkelfracturen
- Distaal van het ligamentum tibiofibulare anterius
- Meestal geen duidelijke dislocatie
- Enkelstabiliteit is bewaard
Weber type B
- 60 – 70% van alle enkelfracturen
- Ter hoogte van het ligamentum tibiofibulare anterius
- 75% ‘’sprain’’
- Altijd intra-articulair letsel
- Altijd dislocatie met verkorting fibula + lichte lateraalwaartse kanteling talus
Weber type C
- 20% van alle enkelfracturen
- Proximaal van het ligamentum tibiofibulare anterius
- Meestal ‘’sprain’’ + scheur syndosmose
- Tibio-talaire luxatie
- Enkelinstabiliteit
4