PLICHTENLEER EN ETHSICH
HANDELEN
HOOFDSTUK 1: Grondslagen van de moraal
HOOFDSTUK 2: Ethische Theorieën
HOOFDSTUK 3: Bedrijfs- en Org. Ethiek (
HOOFDSTUK 4: Vastgoedsector
OEFENING: Reglement van plichtenleer
OEFENING: Discriminatie
OEFENING: Bouwen aan ethiek
HOOFDSTUK 5: Integriteitsrisico’s bij VG-bemiddeling
HOOFDSTUK 6: Moreel oordelen – 3 modellen
GASTCOLLEGES: Gastcolleges (VMRI, ERA, Dewaele, BIV, CIB)
H1: pg. 35-67
H2: pg. 72 – 97
H3: pg. 101 - 135
H4: pg. 139 - 163
H5: pg. 167 – 199 / NIET: 5.3.1 / pg. 210 – 239
H6: pg. 260 – 285 / NIET 243 – 259 / pg. 260 – 285
,TE KENNEN
(oefening)
→ reglement van plichtenleer ?
• Geen gebruik van VG-wetboek op examen.
• Begrijp het belang en de bedoeling van de opgenomen artikels goed.
• Grote lijnen kennen.
• Geest van de tekst (plichtenleer) is van belang!
• Van buiten blokken heeft geen zin.
• Hermaak de oefening
→ Bouwen aan ethiek?
• Begrijp het belang en de bedoeling van de beroepscode
• Grote lijnen kennen
• Van buiten blokken heeft geen zin
• Hermaak de oefening
→ Brochure discriminatie op de Vl. huurmarkt?
• Kernbegrippen zijn van belang
→ Moreel oordelen
• Theorie → 3 modellen (stappen)
• Verschil publieke en private organisatie
• Kunnen toepassen
• Hermaak de oefeningen rond identificeren betrokkenen en moreel oordelen
, HOOFDSTUK 1: Ethiek en moraal
HB pg. 34-67
“ De belangrijkste verantwoordelijkheid die ieder van ons heeft, is zijn eigen gedrag.”
Een gebrek aan integriteit leidt tot graaicultuur of het aannemen van steekpenningen,
fraude is niet enkel illegaal, het toont minstens een afwijkende en onprofessionele
moraal.
Menselijk gedrag = de verzameling van gemaakte keuzes en gestelde handelingen van
een persoon onder impuls van zijn individuele natuurlijke en culturele gesteldheid en
zijn samenleven met andere mensen.
Ethisch handelen gaat over het (niet) maken van keuzes en het (niet) stellen van
handelingen.
1.2 Begrippenkader
• Filosofie
• Ethiek
• Moraal
• Moreel oordeel
• Moreel dilemma
• Ethisch handelen
• Integriteit
• Juridische en morele rechten
• Waarden en normen
, 1.2.1 Filosofie
= ‘Houden van wijsheid’
→ Ethiek en moraal horen bij het domein van de filosofie
→ Wij zijn allemaal filosoof, want we zijn allemaal voorstander van het juist
voorstellen van de zaken.
➢ De behoefte om te weten hoe de dingen zijn, de kennis over hoe de zaken in
elkaar zitten en hoe ze worden voorgesteld.
➢ Kijken naar je eigen oordelen, onderzoeken van hoe jij kijkt naar de dingen.
➢ Filosofie van een bedrijf → een methode om op een bepaalde manier te werken
en te leven.
1e natuurfilosofen: natuur, wereld rondom, kosmos
➢ Filosofie: Leer van beheren, leren va kennis, houden van kennis
➢ De westerse filosofie heeft Griekse roots en is ontstaan in het
Middellandse Zeegebied tussen 800 en 400 voor onze tijdrekening. De
burgers werden betrokken bij de politiek, rechtspraak en het zakenleven,
dit zorgde voor een vrije en democratische samenleving. Onder de leiding
van Pericles ontstond deze eerste vorm van democratie
800 – 400 v.o.t.: oude Griekenland/Turkije
Polis en agora (markt) → Athene
➢ Athene: stadsleven zich ontwikkelt (polis=stadstaat, agora=marktplein)
Democratie ontstond ttv. Pericles (ca. 495–429 v.o.t.)
➢ Democratie als politiek stelsel ontstaat
Filosofie werd ter lering en vermaak aangeboden aan de burgers van de polis.
Mensen hadden nood om zichzelf te ontwikkelen om in die polis zo goed mogelijk te
kunnen functioneren en samen te leven.
Academia: daar werd aan filosofie gedaan ter lering en vermaak.
HANDELEN
HOOFDSTUK 1: Grondslagen van de moraal
HOOFDSTUK 2: Ethische Theorieën
HOOFDSTUK 3: Bedrijfs- en Org. Ethiek (
HOOFDSTUK 4: Vastgoedsector
OEFENING: Reglement van plichtenleer
OEFENING: Discriminatie
OEFENING: Bouwen aan ethiek
HOOFDSTUK 5: Integriteitsrisico’s bij VG-bemiddeling
HOOFDSTUK 6: Moreel oordelen – 3 modellen
GASTCOLLEGES: Gastcolleges (VMRI, ERA, Dewaele, BIV, CIB)
H1: pg. 35-67
H2: pg. 72 – 97
H3: pg. 101 - 135
H4: pg. 139 - 163
H5: pg. 167 – 199 / NIET: 5.3.1 / pg. 210 – 239
H6: pg. 260 – 285 / NIET 243 – 259 / pg. 260 – 285
,TE KENNEN
(oefening)
→ reglement van plichtenleer ?
• Geen gebruik van VG-wetboek op examen.
• Begrijp het belang en de bedoeling van de opgenomen artikels goed.
• Grote lijnen kennen.
• Geest van de tekst (plichtenleer) is van belang!
• Van buiten blokken heeft geen zin.
• Hermaak de oefening
→ Bouwen aan ethiek?
• Begrijp het belang en de bedoeling van de beroepscode
• Grote lijnen kennen
• Van buiten blokken heeft geen zin
• Hermaak de oefening
→ Brochure discriminatie op de Vl. huurmarkt?
• Kernbegrippen zijn van belang
→ Moreel oordelen
• Theorie → 3 modellen (stappen)
• Verschil publieke en private organisatie
• Kunnen toepassen
• Hermaak de oefeningen rond identificeren betrokkenen en moreel oordelen
, HOOFDSTUK 1: Ethiek en moraal
HB pg. 34-67
“ De belangrijkste verantwoordelijkheid die ieder van ons heeft, is zijn eigen gedrag.”
Een gebrek aan integriteit leidt tot graaicultuur of het aannemen van steekpenningen,
fraude is niet enkel illegaal, het toont minstens een afwijkende en onprofessionele
moraal.
Menselijk gedrag = de verzameling van gemaakte keuzes en gestelde handelingen van
een persoon onder impuls van zijn individuele natuurlijke en culturele gesteldheid en
zijn samenleven met andere mensen.
Ethisch handelen gaat over het (niet) maken van keuzes en het (niet) stellen van
handelingen.
1.2 Begrippenkader
• Filosofie
• Ethiek
• Moraal
• Moreel oordeel
• Moreel dilemma
• Ethisch handelen
• Integriteit
• Juridische en morele rechten
• Waarden en normen
, 1.2.1 Filosofie
= ‘Houden van wijsheid’
→ Ethiek en moraal horen bij het domein van de filosofie
→ Wij zijn allemaal filosoof, want we zijn allemaal voorstander van het juist
voorstellen van de zaken.
➢ De behoefte om te weten hoe de dingen zijn, de kennis over hoe de zaken in
elkaar zitten en hoe ze worden voorgesteld.
➢ Kijken naar je eigen oordelen, onderzoeken van hoe jij kijkt naar de dingen.
➢ Filosofie van een bedrijf → een methode om op een bepaalde manier te werken
en te leven.
1e natuurfilosofen: natuur, wereld rondom, kosmos
➢ Filosofie: Leer van beheren, leren va kennis, houden van kennis
➢ De westerse filosofie heeft Griekse roots en is ontstaan in het
Middellandse Zeegebied tussen 800 en 400 voor onze tijdrekening. De
burgers werden betrokken bij de politiek, rechtspraak en het zakenleven,
dit zorgde voor een vrije en democratische samenleving. Onder de leiding
van Pericles ontstond deze eerste vorm van democratie
800 – 400 v.o.t.: oude Griekenland/Turkije
Polis en agora (markt) → Athene
➢ Athene: stadsleven zich ontwikkelt (polis=stadstaat, agora=marktplein)
Democratie ontstond ttv. Pericles (ca. 495–429 v.o.t.)
➢ Democratie als politiek stelsel ontstaat
Filosofie werd ter lering en vermaak aangeboden aan de burgers van de polis.
Mensen hadden nood om zichzelf te ontwikkelen om in die polis zo goed mogelijk te
kunnen functioneren en samen te leven.
Academia: daar werd aan filosofie gedaan ter lering en vermaak.