ORGANISATIE EN DEONTOLOGIE VAN DE
JURIDISCHE BEROEPEN
OVERZICHT
INLEIDING DEONTOLOGIE
1.1 WAT IS DEONTOLOGIE
- Afkomst: Grieks (dein + logos)
- De leer over wat nodig is, wat moet: plichtenleer
- Handelt over goed gedrag en goed handelen = ETHIEK
- Indien gesteld vanuit een bepaald beroep = BEROEPSETHIEK
Morele en ethische verplichtingen in een specifiek ambt
Wat is er vanuit dit beroep toelaatbaar en wat niet
Het geheel van gedragsregels (geschreven en ongeschreven) die de professionele verplichtingen uitmaken die
rusten op degenen die behoren tot een bepaalde beroepsgroep en die zowel betrekking hebben op hun interne
verhoudingen als op hun verhouding met derden, in het licht van de finaliteit van het betrokken beroep.
1.2 WAAROM DEONTOLOGIE
- 2 finaliteiten:
1) Het groepsbelang: bescherming waardigheid van het beroep
De goede werking binnen de groep, beroepscode
2) Het algemeen belang: garanderen van een maatschappelijk verantwoorde uitoefening van het
beroep
Het bieden van een kwaliteitsgarantie
- Noodzakelijkheid: twee redenen
Vertrouwensberoepen (zoals juridische beroepen): tussen dienstverlener en cliënt
Gereglementeerde of beschermde beroepen (niet vrij toegankelijke beroepen, nood aan
bekwaamheidsvereisten)
Gevolg: ontstaan monopoliepositie waarbij de vrije keuze voor een stuk verdwenen is
De wet biedt geen andere mogelijkheid dan beroep te doen op dienstverlening van een bepaalde
beroepsgroep = échte monopolie
Aanvaarden van extra gedragsregels en deontologie kan gezien worden als compensatie voor dat
nadeel (vertrouwen versterken door inbouwen van extra kwaliteitselement)
- Aanvaarding van deontologische regels duidt op het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid
1.3 WAAR VINDEN WE DEONTOLOGIE
- Zelfreglementering
- Wetgeving (oa GER W)
- Ongeschreven: morele regels
,1.4 ENKELE ONDERSCHEIDINGEN
- Onderscheid deontologie en tucht: externe vs. interne verhoudingen
- Onderscheid tuchtrecht en strafrecht: tuchtrecht staat los van strafvordering
Strafvordering is niet vereist om tuchtprocedure te starten, beide kunnen samengaan
Nulla poena sine lege speelt niet in het tuchtrecht wel in het strafrecht
HET BEROEPSGEHEIM
2.1 WAT EN WAAROM
- Beroepsgeheim = de plicht tot het geheim houden van vertrouwelijke info die verkregen wordt van
cliënten, en dit uit hoofde van het beroep
Deontologische verplichting: inbreuken worden strafrechtelijk gesanctioneerd
sanctie door artikel 458 Sw: een overtreding van artikel 458 Sw zal steeds een deontologische fout
uitmaken, het omgekeerde geldt niet (gelet op omstandigheden kan het als een deontologische
tekortkoming uitmaken)
De wetgever beoogt gelijktijdige bescherming van 2 belangen: privaat en algemeen belang
- privaat belang:
cliënt = zwakkere positie
cliënt is verplicht beroep te doen op expertise van de expert
cliënt zal hem vertrouwelijke informatie moeten vrijgeven zodat hij hem adequate hulp kan
bieden
cliënt moet er op kunnen vertrouwen dat informatie geheim blijft
- algemeen belang:
cliënt mag ervan uitgaan dat de toevertrouwde informatie discreet zal behandeld worden
ook in belang van de betrokken beroepsgroep zelf
2.2 ARTIKEL 458 SW
- Bij lezing: enkel vermelding van een aantal klassieke medische beroepen
- Door HvC uitbreiding naar alle beroepen met een vertrouwelijk karakter
rechtspraak heeft ondertussen bevestigd dat het beroepsgeheim ook van toepassing is op
bedienaars van gerechtelijke beroepen
Uitbreiding ook incl. alle personen die uit hoofde van hun staat of hun beroep kennis dragen van
geheimen die hun zijn toevertrouwd bv. verpleegkundigen, sociaal assistenten en stagiairs
2.3 WAT IS ‘GEHEIM’
- Informatie, geheimen die worden toevertrouwd aan de professional uit hoofde van zijn beroep
a) geheimen = feiten die vertrouwelijk zijn (en waarvan bekendmaking de betrokkene kan schenden)
b) toevertrouwen
- feiten die expliciet als vertrouwelijk zijn meegegeven
- alles wat wordt vastgesteld, vernomen, hetzij rechtstreekse of hetzij onrechtstreeks, mondeling,
schriftelijk, via email, sms, brief of via persoonlijke notities via derden of eigen interpretaties en dit
ongeacht of de cliënt het vertrouwelijk karakter heeft aangegeven
2
, c) uit hoofde van zijn beroep: professioneel wordt in kennis gesteld van feiten bij uitoefening van zijn
beroep (= informatie verkregen binnen de vertrouwensrelatie)
=> informatie verkregen buiten uitoefening van het beroep valt niet onder beroepsgeheim
2.4 UITZONDERINGEN OP HET BEROEPSGEHEIM EX ART. 458 SW
- Beroepsgeheim = van openbare orde, de professional kan enkel van zijn geheimhoudingsplicht
ontslaan worden door de wetgever (door centrale maatschappelijke waarde (algemeen belang))
- Geheimhoudingsplicht: zwijgplicht, zwijgrecht, spreekrecht en spreekplicht
- Zwijgplicht: principiële plicht om te zwijgen over zaken i.k.v. de beroepsuitoefening
- Zwijgrecht: kan niet gedwongen worden om de vertrouwensrelatie te doorbreken en informatie vrij te
geven
Kan dus beroepsgeheim inroepen als weigering op vraag van informatie vrij te geven
1) Drie gevallen van spreekrecht (toegestaan om informatie vrij te geven maar niet verplicht) zijn:
Getuigenis in rechte voor een rechter of voor een parlementaire onderzoekscommissie
o Niet in kader van een verhoor door politie of PdK
o Geldt alleen voor feiten waarover een getuigenis wordt gevraagd
o Zwijgrecht is niet absoluut: hangt af van oordeling rechter of het inroepen van het
beroepsgeheim gerechtvaardigd is
Het recht om zichzelf te verdedigen (eigen belangen)
Meldingsrecht van professionelen die kennis hebben van bepaalde misdrijven op minderjarigen
o Slachtoffer heeft professioneel in vertrouwen genomen
o Ernstig dreigend gevaar voor de psychische of fysieke integriteit van het slachtoffer
o Professioneel is niet in de mogelijkheid deze integriteit zelf of met hulp van anderen te
beschermen
o Professioneel mag zijn beroepsgeheim enkel doorbreken tav PdK
2) Drie gevallen van spreekplicht (verplicht beroepsgeheim te doorbreken, zo niet kan hij sanctie krijgen)
zijn:
Aangifteplicht voor misdrijven in het algemeen en aangifteplicht n.a.v. een hulpverleningsplicht
o Uitbreiding: de schuldbemiddelaar ikv vermogenstoestand van toegewezen schuldenaar,
inlichtingen wenst en hierbij het beroepsgeheim van een professioneel kan opheffen
Omwille van een noodtoestand (bv. voorkomen van een moord) maar 3 voorwaarden:
o Urgentie: werkelijke nood, onmiddellijk ingrijpen is noodzakelijk
o Proportionaliteit: beschermde belang moet van hogere of min. Gelijke waarde zijn als het
geschonden belang
o Subsidiariteit: vrijwaring op enig andere wijze is niet mogelijk
In relatie tot de tuchtoverheid: in tuchtzaken krijgt de loyauteit en oprechtheid steeds voorrang
op het beroepsgeheim
o Anders niet mogelijk om te kunnen waken over de deontologissche code
o Elke tuchtoverheid is ook gebonden door het beroepsgeheim
- In principe bestaat het beroepsgeheim uit zwijgplicht en zwijgrecht: de uitzonderingen op dat
beroepsgeheim vertalen zich in het spreekrecht en spreekplicht
3
JURIDISCHE BEROEPEN
OVERZICHT
INLEIDING DEONTOLOGIE
1.1 WAT IS DEONTOLOGIE
- Afkomst: Grieks (dein + logos)
- De leer over wat nodig is, wat moet: plichtenleer
- Handelt over goed gedrag en goed handelen = ETHIEK
- Indien gesteld vanuit een bepaald beroep = BEROEPSETHIEK
Morele en ethische verplichtingen in een specifiek ambt
Wat is er vanuit dit beroep toelaatbaar en wat niet
Het geheel van gedragsregels (geschreven en ongeschreven) die de professionele verplichtingen uitmaken die
rusten op degenen die behoren tot een bepaalde beroepsgroep en die zowel betrekking hebben op hun interne
verhoudingen als op hun verhouding met derden, in het licht van de finaliteit van het betrokken beroep.
1.2 WAAROM DEONTOLOGIE
- 2 finaliteiten:
1) Het groepsbelang: bescherming waardigheid van het beroep
De goede werking binnen de groep, beroepscode
2) Het algemeen belang: garanderen van een maatschappelijk verantwoorde uitoefening van het
beroep
Het bieden van een kwaliteitsgarantie
- Noodzakelijkheid: twee redenen
Vertrouwensberoepen (zoals juridische beroepen): tussen dienstverlener en cliënt
Gereglementeerde of beschermde beroepen (niet vrij toegankelijke beroepen, nood aan
bekwaamheidsvereisten)
Gevolg: ontstaan monopoliepositie waarbij de vrije keuze voor een stuk verdwenen is
De wet biedt geen andere mogelijkheid dan beroep te doen op dienstverlening van een bepaalde
beroepsgroep = échte monopolie
Aanvaarden van extra gedragsregels en deontologie kan gezien worden als compensatie voor dat
nadeel (vertrouwen versterken door inbouwen van extra kwaliteitselement)
- Aanvaarding van deontologische regels duidt op het besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid
1.3 WAAR VINDEN WE DEONTOLOGIE
- Zelfreglementering
- Wetgeving (oa GER W)
- Ongeschreven: morele regels
,1.4 ENKELE ONDERSCHEIDINGEN
- Onderscheid deontologie en tucht: externe vs. interne verhoudingen
- Onderscheid tuchtrecht en strafrecht: tuchtrecht staat los van strafvordering
Strafvordering is niet vereist om tuchtprocedure te starten, beide kunnen samengaan
Nulla poena sine lege speelt niet in het tuchtrecht wel in het strafrecht
HET BEROEPSGEHEIM
2.1 WAT EN WAAROM
- Beroepsgeheim = de plicht tot het geheim houden van vertrouwelijke info die verkregen wordt van
cliënten, en dit uit hoofde van het beroep
Deontologische verplichting: inbreuken worden strafrechtelijk gesanctioneerd
sanctie door artikel 458 Sw: een overtreding van artikel 458 Sw zal steeds een deontologische fout
uitmaken, het omgekeerde geldt niet (gelet op omstandigheden kan het als een deontologische
tekortkoming uitmaken)
De wetgever beoogt gelijktijdige bescherming van 2 belangen: privaat en algemeen belang
- privaat belang:
cliënt = zwakkere positie
cliënt is verplicht beroep te doen op expertise van de expert
cliënt zal hem vertrouwelijke informatie moeten vrijgeven zodat hij hem adequate hulp kan
bieden
cliënt moet er op kunnen vertrouwen dat informatie geheim blijft
- algemeen belang:
cliënt mag ervan uitgaan dat de toevertrouwde informatie discreet zal behandeld worden
ook in belang van de betrokken beroepsgroep zelf
2.2 ARTIKEL 458 SW
- Bij lezing: enkel vermelding van een aantal klassieke medische beroepen
- Door HvC uitbreiding naar alle beroepen met een vertrouwelijk karakter
rechtspraak heeft ondertussen bevestigd dat het beroepsgeheim ook van toepassing is op
bedienaars van gerechtelijke beroepen
Uitbreiding ook incl. alle personen die uit hoofde van hun staat of hun beroep kennis dragen van
geheimen die hun zijn toevertrouwd bv. verpleegkundigen, sociaal assistenten en stagiairs
2.3 WAT IS ‘GEHEIM’
- Informatie, geheimen die worden toevertrouwd aan de professional uit hoofde van zijn beroep
a) geheimen = feiten die vertrouwelijk zijn (en waarvan bekendmaking de betrokkene kan schenden)
b) toevertrouwen
- feiten die expliciet als vertrouwelijk zijn meegegeven
- alles wat wordt vastgesteld, vernomen, hetzij rechtstreekse of hetzij onrechtstreeks, mondeling,
schriftelijk, via email, sms, brief of via persoonlijke notities via derden of eigen interpretaties en dit
ongeacht of de cliënt het vertrouwelijk karakter heeft aangegeven
2
, c) uit hoofde van zijn beroep: professioneel wordt in kennis gesteld van feiten bij uitoefening van zijn
beroep (= informatie verkregen binnen de vertrouwensrelatie)
=> informatie verkregen buiten uitoefening van het beroep valt niet onder beroepsgeheim
2.4 UITZONDERINGEN OP HET BEROEPSGEHEIM EX ART. 458 SW
- Beroepsgeheim = van openbare orde, de professional kan enkel van zijn geheimhoudingsplicht
ontslaan worden door de wetgever (door centrale maatschappelijke waarde (algemeen belang))
- Geheimhoudingsplicht: zwijgplicht, zwijgrecht, spreekrecht en spreekplicht
- Zwijgplicht: principiële plicht om te zwijgen over zaken i.k.v. de beroepsuitoefening
- Zwijgrecht: kan niet gedwongen worden om de vertrouwensrelatie te doorbreken en informatie vrij te
geven
Kan dus beroepsgeheim inroepen als weigering op vraag van informatie vrij te geven
1) Drie gevallen van spreekrecht (toegestaan om informatie vrij te geven maar niet verplicht) zijn:
Getuigenis in rechte voor een rechter of voor een parlementaire onderzoekscommissie
o Niet in kader van een verhoor door politie of PdK
o Geldt alleen voor feiten waarover een getuigenis wordt gevraagd
o Zwijgrecht is niet absoluut: hangt af van oordeling rechter of het inroepen van het
beroepsgeheim gerechtvaardigd is
Het recht om zichzelf te verdedigen (eigen belangen)
Meldingsrecht van professionelen die kennis hebben van bepaalde misdrijven op minderjarigen
o Slachtoffer heeft professioneel in vertrouwen genomen
o Ernstig dreigend gevaar voor de psychische of fysieke integriteit van het slachtoffer
o Professioneel is niet in de mogelijkheid deze integriteit zelf of met hulp van anderen te
beschermen
o Professioneel mag zijn beroepsgeheim enkel doorbreken tav PdK
2) Drie gevallen van spreekplicht (verplicht beroepsgeheim te doorbreken, zo niet kan hij sanctie krijgen)
zijn:
Aangifteplicht voor misdrijven in het algemeen en aangifteplicht n.a.v. een hulpverleningsplicht
o Uitbreiding: de schuldbemiddelaar ikv vermogenstoestand van toegewezen schuldenaar,
inlichtingen wenst en hierbij het beroepsgeheim van een professioneel kan opheffen
Omwille van een noodtoestand (bv. voorkomen van een moord) maar 3 voorwaarden:
o Urgentie: werkelijke nood, onmiddellijk ingrijpen is noodzakelijk
o Proportionaliteit: beschermde belang moet van hogere of min. Gelijke waarde zijn als het
geschonden belang
o Subsidiariteit: vrijwaring op enig andere wijze is niet mogelijk
In relatie tot de tuchtoverheid: in tuchtzaken krijgt de loyauteit en oprechtheid steeds voorrang
op het beroepsgeheim
o Anders niet mogelijk om te kunnen waken over de deontologissche code
o Elke tuchtoverheid is ook gebonden door het beroepsgeheim
- In principe bestaat het beroepsgeheim uit zwijgplicht en zwijgrecht: de uitzonderingen op dat
beroepsgeheim vertalen zich in het spreekrecht en spreekplicht
3