Basiskennis Rat
Hoofdstuk 1 : inleiding
1. Taxonomie
Rodentia (= knaagdieren) : - Myomorpha (= muis, rat, hamster)
↳ kenmerk : snijtanden groeien levenslang
- Hystricomorpha (= cavia, chinchilla, degu…)
↳ kenmerk : snijtanden en kiezen groeien levenslang
2. Herkomst
Bruine rat = Rattus norvegicus
↳ - synoniemen = tamme rat, rioolrat, stadsrat, Noorse rat
- oorsprong : - verkeerdelijk aangenomen dat deze diersoort van Noorwegen afkomstig was,
maar komt
vermoedelijk uit de vlaktes van Azië (Noorden van China en Mongolië)
- wegens zijn sterk aanpassingsvermogen (gedrag, sociaal, voeding) =>
verspreid over de ganse
wereld (uitzondering Antartica)
- de bruine rat verschilt van de ‘zwarte rat (Rattus rattus)’
- het leven in het wild
3. Algemene kenmerken
- voornamelijk ‘s nachts en in de schemer actief
- groepsdieren
- sterk aanpassingsvermogen!
- gewicht : - man: 450-520 gram
- vrouw: 250-300 gram
- levensverwachting : - 2,5-3,5 jaar
- zouden langer leven als ze hun voeding vetarm en rijk is aan
plantaardige eiwitten
- achterpoten langer dan de voorpoten + plantigraad (zoolganger)
- 5 tenen vooraan + 5 tenen achteraan
- gekeratiniseerde zoolkussens
- kunnen met voorpoten dingen grijpen
4. Sociale structuur
- ideale groepssamenstelling: 1. groep met dieren van hetzelfde geslacht
2. groep bestaande uit een gecastreerde man met
één of meerdere vrouwen
- ideaal om onmiddellijk met een groepje van minstens 3 ratten te starten.
- nieuwe rat introduceren: - lokt agressie uit bij de bewoners!
- vooral indien de nieuwkomer een mannelijke rat is, dat in
een mannenkolonie
terechtkomt.
- introductie best wanneer alle ratten jong zijn, vooraf aan
de puberteit
↳ - mannen: puberteit vanaf 39-47 dagen
- vrouwen: 34-38 dagen
, - best gradueel op neutraal terrein aan elkaar introduceren
onder toezicht (vb lege
badkuip)
Hoofdstuk 2 : Anatomische en fysiologische kenmerken
1. Integument
- lichaamsverzorging : - standaard ‘was procedure’ : - van neus tot staart
- slecht verzorgde huid =
> teken van ziekte en/of stress
- geen zandbad nodig
- chromodacryorrhyoea : - donkerrode neus- en oogvloei (lijkt op gedroogd bloed), ‘red tears’
- indicatie van stress (sociaal, omgeving of inwendige
factoren cfr ziekte)
- afkomstig van de Harderse klier (=> hypersecretie bij
stress of ziekte)
- harderse klier: - is een klier dat achter het oog ligt, is
groter dan het oog zelf en
produceert lipiden en een porfyrine
rood pigment dat fluoresceert
onder ultraviolet licht.
- functies secreet: - bevochtiging oog
- feromoon
- wordt tijdens de
lichaamsverzorging over de vacht verspreid
- thermoregulatie : - weinig zweetklieren, kunnen niet hijgen, zullen bij warmere omgeving
niet meer drinken,
maar meer speeksel produceren en schaduw opzoeken.
- kunnen moeilijk tegen de warmte → sterfte vanaf 37°C
- bloedvaten van de staart en de oren spelen een belangrijke rol in
de thermoregulatie.
↳ - vasoconstrictie bij koude omgeving
- vasodilatatie bij warme omgeving
- kunnen zich zeer goed aanpassen aan extreem
koude temperaturen door het aanleggen van een laag bruin vet.
- staart : - bedraagt ongeveer 85% van de lichaamslengte
- belangrijke rol in thermoregulatie en evenwicht
- 210 caudaal gerichte, overlappende schubben (zeer sterk gekeratiniseerd)
- elke schub bevat 3 korte borstelharen
- de staart is bedekt met een laag oranje geel talg
- huidklieren : - talgklieren rond de haarfollikels
↳ oude ratten ontwikkelen vaak bruingele talgsecreties op de rug, wat
wordt gestimuleerd door
testosteron (en geïnhibeerd door oestrogeen)
- gemodificeerde talgklieren ter hoogte van de mond, de anus en het
preputium
- ‘Zymbal gland’ = talgklieren ter hoogte van het uitwendig gehoorkanaal
- zweetklieren ter hoogte van zoolkussen
↳ geen afkoelende functie, maar veroorzaakt wrijving tussen de voetjes
en het oppervlak waar
de rat op loopt.
- geen speciale geurklieren
Hoofdstuk 1 : inleiding
1. Taxonomie
Rodentia (= knaagdieren) : - Myomorpha (= muis, rat, hamster)
↳ kenmerk : snijtanden groeien levenslang
- Hystricomorpha (= cavia, chinchilla, degu…)
↳ kenmerk : snijtanden en kiezen groeien levenslang
2. Herkomst
Bruine rat = Rattus norvegicus
↳ - synoniemen = tamme rat, rioolrat, stadsrat, Noorse rat
- oorsprong : - verkeerdelijk aangenomen dat deze diersoort van Noorwegen afkomstig was,
maar komt
vermoedelijk uit de vlaktes van Azië (Noorden van China en Mongolië)
- wegens zijn sterk aanpassingsvermogen (gedrag, sociaal, voeding) =>
verspreid over de ganse
wereld (uitzondering Antartica)
- de bruine rat verschilt van de ‘zwarte rat (Rattus rattus)’
- het leven in het wild
3. Algemene kenmerken
- voornamelijk ‘s nachts en in de schemer actief
- groepsdieren
- sterk aanpassingsvermogen!
- gewicht : - man: 450-520 gram
- vrouw: 250-300 gram
- levensverwachting : - 2,5-3,5 jaar
- zouden langer leven als ze hun voeding vetarm en rijk is aan
plantaardige eiwitten
- achterpoten langer dan de voorpoten + plantigraad (zoolganger)
- 5 tenen vooraan + 5 tenen achteraan
- gekeratiniseerde zoolkussens
- kunnen met voorpoten dingen grijpen
4. Sociale structuur
- ideale groepssamenstelling: 1. groep met dieren van hetzelfde geslacht
2. groep bestaande uit een gecastreerde man met
één of meerdere vrouwen
- ideaal om onmiddellijk met een groepje van minstens 3 ratten te starten.
- nieuwe rat introduceren: - lokt agressie uit bij de bewoners!
- vooral indien de nieuwkomer een mannelijke rat is, dat in
een mannenkolonie
terechtkomt.
- introductie best wanneer alle ratten jong zijn, vooraf aan
de puberteit
↳ - mannen: puberteit vanaf 39-47 dagen
- vrouwen: 34-38 dagen
, - best gradueel op neutraal terrein aan elkaar introduceren
onder toezicht (vb lege
badkuip)
Hoofdstuk 2 : Anatomische en fysiologische kenmerken
1. Integument
- lichaamsverzorging : - standaard ‘was procedure’ : - van neus tot staart
- slecht verzorgde huid =
> teken van ziekte en/of stress
- geen zandbad nodig
- chromodacryorrhyoea : - donkerrode neus- en oogvloei (lijkt op gedroogd bloed), ‘red tears’
- indicatie van stress (sociaal, omgeving of inwendige
factoren cfr ziekte)
- afkomstig van de Harderse klier (=> hypersecretie bij
stress of ziekte)
- harderse klier: - is een klier dat achter het oog ligt, is
groter dan het oog zelf en
produceert lipiden en een porfyrine
rood pigment dat fluoresceert
onder ultraviolet licht.
- functies secreet: - bevochtiging oog
- feromoon
- wordt tijdens de
lichaamsverzorging over de vacht verspreid
- thermoregulatie : - weinig zweetklieren, kunnen niet hijgen, zullen bij warmere omgeving
niet meer drinken,
maar meer speeksel produceren en schaduw opzoeken.
- kunnen moeilijk tegen de warmte → sterfte vanaf 37°C
- bloedvaten van de staart en de oren spelen een belangrijke rol in
de thermoregulatie.
↳ - vasoconstrictie bij koude omgeving
- vasodilatatie bij warme omgeving
- kunnen zich zeer goed aanpassen aan extreem
koude temperaturen door het aanleggen van een laag bruin vet.
- staart : - bedraagt ongeveer 85% van de lichaamslengte
- belangrijke rol in thermoregulatie en evenwicht
- 210 caudaal gerichte, overlappende schubben (zeer sterk gekeratiniseerd)
- elke schub bevat 3 korte borstelharen
- de staart is bedekt met een laag oranje geel talg
- huidklieren : - talgklieren rond de haarfollikels
↳ oude ratten ontwikkelen vaak bruingele talgsecreties op de rug, wat
wordt gestimuleerd door
testosteron (en geïnhibeerd door oestrogeen)
- gemodificeerde talgklieren ter hoogte van de mond, de anus en het
preputium
- ‘Zymbal gland’ = talgklieren ter hoogte van het uitwendig gehoorkanaal
- zweetklieren ter hoogte van zoolkussen
↳ geen afkoelende functie, maar veroorzaakt wrijving tussen de voetjes
en het oppervlak waar
de rat op loopt.
- geen speciale geurklieren