MUSKULOSKELETALE AANDOENINGEN
Klinisch redeneren volgens parallelle denkpistes
1. Anamnese
2. Data-interpretatie
a. Risico-inschatting
i. Moet ik de patiënt doorverwijzen of niet?
ii. Rood, Oranje, Groen licht?
iii.
b. Pijnmechanismes
i. Nociceptief (inflammatoir, mechanisch, ischemisch)
ii. Neuropatisch
iii. Nociplastisch
iv. Gemengd
v.
c. Evolutie/tijdslijn
i. Acuut (1-6 weken)
ii. Sub-acuut (6-12 weken)
iii. Recurrent
iv. Chronisch (>3 maand)
v. Acute opstoot bij chronisch probleem
vi.
d. Structuur
i. Lokaal somatisch
ii. Somatisch gerefereerd
iii. Neurogeen
, iv. Vasculair
v. Visceraal
vi.
e. Weefselmechanisme
i. Geen weefselschade
ii. Weefselschade
1. Inflammatie
2. Profliferatie
3. Maturatie
iii.
f. Persoonlijke en omgevingsfactoren
i. Psychosociaal
ii. Werkgerelateerd
iii. Levensstijl
iv. Comorbiditeiten
v.
,3. Hypothese
Na de anamnese ga je een primaire hypothese gaan opstellen
rekening houdend met de verschillende elementen van het ICF.
Ook ga je gaan bepalen wat je doelen zijn voor het klinisch
onderzoek, welke tests ga je uitvoeren in je onderzoek en waarom?
4. Klinisch onderzoek
5. Data-interpretatie
6. Conclusie
Na het klinisch onderzoek zou je normaal in staat moeten zijn om
een definitieve diagnose op te stellen rekening houdend met de
verschillende elementen van ICF.
Ook zal je behandeldoelstellingen gaan opstellen die SMART
geformuleerd moeten zijn.
7. Behandeling
Je behandeling kan zowel Hands-ON als Hans-OFF zijn
Hands-ON:
Harmonics
, Soft tissue technieken
Mobilisaties/manipulaties
Neurogene technieken
…
Hands-OFF
Pijneducatie
Counseling
Oefentherapie
…
Mechanische klachten: onderzoek & behandeling (articulair)
85% van de musculoskeletale klachten zullen aspecifiek zijn, wat wil
zeggen dat er geen eenduidige oorzaak voor kan gevonden worden.
Ouder worden kan vaak de oorzaak zijn van deze aspecifieke klachten.
Structuren die voor klachten kunnen zorgen zijn: wervels (facet), bot,
ligamenten, spieren, discus, zenuwen, …
Om de juiste structuur te vinden die verantwoordelijk is voor de klachten
gaan we aan structuurdiagnose doen, we gaan onderzoeken welke
structuur aangedaan is door differentiaaldiagnoses uit te sluiten of juist te
bevestigen.
Om het juiste pijnmechanisme te
identificeren gaan we op zoek naar
zoveel mogelijk signalen die ons in 1
richting leiden. Bijvoorbeeld om te
bevestigen dat een pijn van nociceptieve
aard is zoeken we zoveel mogelijk van
onderstaande criteria.
Vergeet niet dat verschillende soorten
pijnmechanismen gecombineerd kunnen
voorkomen. Een patiënt kan zowel
nociceptieve als neuropatische pijn
hebben. Het kan ook zijn dat de pijn
opgedeeld is in verschillende zone’s.
Om een goede anamnese uit te voeren en zeker alles bevraagd te hebben
kan je gebruik maken van GLOK (Gedrag, Lokalisatie, Ontstaan, Kwaliteit).
Klinisch redeneren volgens parallelle denkpistes
1. Anamnese
2. Data-interpretatie
a. Risico-inschatting
i. Moet ik de patiënt doorverwijzen of niet?
ii. Rood, Oranje, Groen licht?
iii.
b. Pijnmechanismes
i. Nociceptief (inflammatoir, mechanisch, ischemisch)
ii. Neuropatisch
iii. Nociplastisch
iv. Gemengd
v.
c. Evolutie/tijdslijn
i. Acuut (1-6 weken)
ii. Sub-acuut (6-12 weken)
iii. Recurrent
iv. Chronisch (>3 maand)
v. Acute opstoot bij chronisch probleem
vi.
d. Structuur
i. Lokaal somatisch
ii. Somatisch gerefereerd
iii. Neurogeen
, iv. Vasculair
v. Visceraal
vi.
e. Weefselmechanisme
i. Geen weefselschade
ii. Weefselschade
1. Inflammatie
2. Profliferatie
3. Maturatie
iii.
f. Persoonlijke en omgevingsfactoren
i. Psychosociaal
ii. Werkgerelateerd
iii. Levensstijl
iv. Comorbiditeiten
v.
,3. Hypothese
Na de anamnese ga je een primaire hypothese gaan opstellen
rekening houdend met de verschillende elementen van het ICF.
Ook ga je gaan bepalen wat je doelen zijn voor het klinisch
onderzoek, welke tests ga je uitvoeren in je onderzoek en waarom?
4. Klinisch onderzoek
5. Data-interpretatie
6. Conclusie
Na het klinisch onderzoek zou je normaal in staat moeten zijn om
een definitieve diagnose op te stellen rekening houdend met de
verschillende elementen van ICF.
Ook zal je behandeldoelstellingen gaan opstellen die SMART
geformuleerd moeten zijn.
7. Behandeling
Je behandeling kan zowel Hands-ON als Hans-OFF zijn
Hands-ON:
Harmonics
, Soft tissue technieken
Mobilisaties/manipulaties
Neurogene technieken
…
Hands-OFF
Pijneducatie
Counseling
Oefentherapie
…
Mechanische klachten: onderzoek & behandeling (articulair)
85% van de musculoskeletale klachten zullen aspecifiek zijn, wat wil
zeggen dat er geen eenduidige oorzaak voor kan gevonden worden.
Ouder worden kan vaak de oorzaak zijn van deze aspecifieke klachten.
Structuren die voor klachten kunnen zorgen zijn: wervels (facet), bot,
ligamenten, spieren, discus, zenuwen, …
Om de juiste structuur te vinden die verantwoordelijk is voor de klachten
gaan we aan structuurdiagnose doen, we gaan onderzoeken welke
structuur aangedaan is door differentiaaldiagnoses uit te sluiten of juist te
bevestigen.
Om het juiste pijnmechanisme te
identificeren gaan we op zoek naar
zoveel mogelijk signalen die ons in 1
richting leiden. Bijvoorbeeld om te
bevestigen dat een pijn van nociceptieve
aard is zoeken we zoveel mogelijk van
onderstaande criteria.
Vergeet niet dat verschillende soorten
pijnmechanismen gecombineerd kunnen
voorkomen. Een patiënt kan zowel
nociceptieve als neuropatische pijn
hebben. Het kan ook zijn dat de pijn
opgedeeld is in verschillende zone’s.
Om een goede anamnese uit te voeren en zeker alles bevraagd te hebben
kan je gebruik maken van GLOK (Gedrag, Lokalisatie, Ontstaan, Kwaliteit).