100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Klinische psychologie - Klinische Psychologie 1B

Puntuación
4.0
(1)
Vendido
3
Páginas
180
Subido en
08-12-2024
Escrito en
2024/2025

Samenvatting van het boek 'klinische psychologie' (4e druk). Hoofdstuk 11 t/m 25.

Institución
Grado












Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Hoofdstuk 11 t/m 25
Subido en
8 de diciembre de 2024
Número de páginas
180
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Inhoudsopgave
Hoofdstuk 11 – Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen bij volwassenen.................................. 2

Hoofdstuk 12 – Schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen ...................................11

Hoofdstuk 13 – Depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen .................................................25

Hoofdstuk 14 – Angststoornissen .................................................................................................41

Hoofdstuk 15 – Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen ................................................52

Hoofdstuk 16 – Trauma- en stressor-gerelateerde stoornissen .......................................................63

Hoofdstuk 17 – Dissociatieve stoornissen .....................................................................................74

Hoofdstuk 18 – Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen ........................................83

Hoofdstuk 19 – Eetstoornissen .....................................................................................................93

Hoofdstuk 20 – Slaap- en waakstoornissen ................................................................................. 102

Hoofdstuk 21 – Seksuele stoornissen ......................................................................................... 113

Hoofdstuk 22 – Disruptieve, impuls-beheersings- en andere gedragsstoornissen ......................... 131

Hoofdstuk 23 – Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen .................................................... 140

Hoofdstuk 24 – Neurocognitieve stoornissen .............................................................................. 153

Hoofdstuk 25 – Persoonlijkheidsstoornissen ............................................................................... 162

,Hoofdstuk 11 – Neurobiologische
ontwikkelingsstoornissen bij volwassenen
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen manifesteren zich vaak vroeg in de ontwikkeling,
meestal vóór het zesde levensjaar. Deze stoornissen kenmerken zich door een afwijking in de
neurobiologische ontwikkeling, wat zorgt voor beperkingen in het func?oneren. Volgens de
DSM-5 horen hier de volgende stoornissen bij: verstandelijke beperking,
communica?estoornissen, au?smespectrumstoornis (ASS), aandachtsdeficiën?e-
/hyperac?viteitsstoornis (ADHD), specifieke leerstoornis en motorische stoornissen.

Au?smespectrumstoornis (ASS)
Klinisch beeld
Au?smespectrumstoornis (ASS) is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die wordt
gekenmerkt door problemen in sociale communica?e en interac?e, evenals door beperkte,
repe??eve gedragspatronen, interesses of ac?viteiten. Hoewel ASS eerder vooral bij
kinderen werd herkend, is er tegenwoordig meer aandacht voor volwassenen en ouderen,
vooral degenen met een gemiddelde of hogere intelligen?e. Bij deze groep kan ASS lange ?jd
verborgen blijven, onder andere door hun intellectuele capaciteiten en een goed
gestructureerd sociaal steunsysteem. Dit leidt er vaak toe dat de diagnose pas op latere
leeOijd wordt gesteld.
De diagnose ASS vereist aanwijzingen voor problemen in twee kerndomeinen. Het eerste
domein betreO beperkingen in sociale communica?e en interac?e, zoals moeite met het
delen van gedachten en gevoelens, beperkte non-verbale communica?e (bijvoorbeeld
oogcontact en gezichtsuitdrukkingen) en uitdagingen in het ontwikkelen en onderhouden
van rela?es. Bij vrouwen met ASS worden sociale contacten vaak wel gelegd, maar kosten
deze veel energie. Voor hen voelt sociaal contact als hard werken, in tegenstelling tot de
ontspanning die anderen hier vaak uit halen.
Het tweede domein richt zich op beperkte en repe??eve gedragingen, interesses en
ac?viteiten. Dit omvat stereotype bewegingen (zoals wiegen), een sterke weerstand tegen
veranderingen, intense en gefixeerde interesses, en een afwijkende reac?e op zintuiglijke
prikkels. Dit laatste kan zich uiten in overgevoeligheid voor geluid, licht of aanraking, maar
ook in ongevoeligheid voor pijn of temperatuur. Volwassenen met ASS hebben hierdoor
soms moeite hun lichamelijke grenzen aan te voelen, wat kan leiden tot gezondheidsrisico’s
zoals onder- of overgewicht.
Om de diagnose ASS te stellen, moeten aanwijzingen aanwezig zijn voor alle kenmerken van
sociale communica?eproblemen en ten minste twee van de vier kenmerken van beperkt en
repe??ef gedrag. De ernst van ASS wordt ingedeeld in drie niveaus: ondersteuning nodig,
substan?ële ondersteuning nodig, of zeer substan?ële ondersteuning nodig. Als de
kenmerken niet volledig voldoen aan de criteria voor ASS maar wel hinder veroorzaken, kan
een andere classifica?e, zoals ‘Andere gespecificeerde neurobiologische
ontwikkelingsstoornis’, worden overwogen.




2

,Kenmerken van de au,smespectrumstoornis (ASS)
• Persisterende deficiën?es in de sociale communica?e en sociale interac?e, wat tot
ui?ng komt in alle drie de volgende kenmerken:
o Beperkingen in sociaal-emo?onele wederkerigheid;
o Beperkingen in de non-verbale communica?e;
o Beperkingen in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van rela?es.
• Beperkte, repe??eve gedragspatronen, interesses of ac?viteiten, wat tot ui?ng komt
in minstens twee van de volgende kenmerken:
o Stereo?epe of repe??eve bewegingen, gedrag of spraak;
o Vasthouden aan rou?nes of patronen van gedrag en hardnekkig vasthouden
aan hetzelfde;
o Beperkte, gefixeerde interesses;
o Hyper- of hyporeac?viteit op zintuiglijke prikkels.
• De symptomen zijn aanwezig in de vroege ontwikkelingsperiode, maar kunnen soms
pas volledig manifest worden wanneer de sociale eisen de begrensde vermogens
overs?jgen, of kunnen worden gemaskeerd door op latere leeOijd aangeleerde
strategieën.
• De symptomen veroorzaken klinisch significante beperkingen in het sociale of
beroepsma?ge func?oneren of in andere belangrijke gebieden van het huidig
func?oneren.
• De symptomen worden niet beter verklaard door een intellectuele
ontwikkelingsstoornis of een globale ontwikkelingsachterstand. Een intellectuele
ontwikkelingsstoornis en ASS komen vaak samen voor. Om de gecombineerde
diagnose ASS en intellectuele ontwikkelingsstoornis te stellen moet de sociale
communica?e lager zijn dan verwacht wordt bij een algemene
ontwikkelingsachterstand.

Epidemiologie
Prevalen,e
In de jaren zes?g werd geschat dat au?sme voorkwam bij 0,4 tot 0,5 procent van de
bevolking. Met de introduc?e van au?sme als zelfstandige diagnos?sche categorie in de
DSM-III (1980) en de toevoeging van het syndroom van Asperger en PDD-NOS in de DSM-IV
(1994), steeg het aantal diagnoses. De prevalen?e wordt tegenwoordig geschat op 1 tot 2
procent, mede door een bredere defini?e, betere herkenning, en meer bewustwording.
Bovendien werden au?sme-gerelateerde symptomen, vooral bij meisjes en vrouwen en bij
volwassenen, vroeger vaak gemist.
Sinds de DSM-5 (2013) is er één samengestelde diagnose: au?smespectrumstoornis (ASS).
Dit kan leiden tot meer diagnoses, omdat eerdere subcategorieën zoals PDD-NOS nu binnen
ASS vallen.

Beloop
Personen met ASS ontwikkelen met het ouder worden meer lichamelijke en psychische
klachten dan leeOijdsgenoten zonder ASS, waardoor hun zorgbehoeOe groter is. In de
ouderenzorg wordt hier echter nog onvoldoende op ingespeeld. Het verloop van ASS


3

,verschilt sterk per persoon, waarbij intelligen?e een belangrijke rol speelt. Mensen met een
hogere intelligen?e kunnen makkelijker compensa?e- of camouflage-technieken aanleren,
wat bijvoorbeeld hun kansen op werk kan vergroten. Tegelijker?jd kan dit leiden tot een
hogere lijdensdruk en overvraging. De lijdensdruk en het func?oneren variëren bovendien
sterk per levensfase, vooral ?jdens periodes van grote veranderingen is de lijdensdruk hoger
en extra begeleiding nodig.

Theore3sche visies
Onderzoek toont aan dat ASS voor ongeveer 83 procent erfelijk bepaald is en voor 17
procent gerelateerd is aan omgevingsfactoren. Het is nog onduidelijk of deze erfelijkheid bij
vrouwen hetzelfde is, hoewel recente studies hier wel op wijzen. Bij 10 tot 15 procent van de
mensen met ASS maakt de stoornis deel uit van een gene?sche aandoening, zoals het
fragiele X-syndroom, dat gepaard gaat met gedragsstoornissen van ASS en een lichte tot
ma?ge verstandelijke beperking. In dergelijke gevallen wordt ASS in de DSM-5-TR aangeduid
als "au?smespectrumstoornis samenhangend met een gene?sche aandoening".

Omgevingsfactoren die bijdragen aan de ontwikkeling van ASS bevinden zich vooral voor en
?jdens de zwangerschap, zoals geboortetrauma’s of navelstrengcomplica?es. Er zijn geen
aanwijzingen dat factoren na de geboorte, zoals opvoeding, invloed hebben. Sommige
studies wijzen ook op beschermende factoren, zoals het gebruik van foliumzuur voorafgaand
aan en ?jdens de zwangerschap, wat de kans op ASS kan verminderen.

ASS wordt tegenwoordig niet meer alleen verklaard door beperkingen in theory of mind,
centrale coheren?e en execu?eve func?es, maar meer vanuit het concept van
neurodiversiteit. Mensen met ASS verwerken informa?e anders en hebben moeite met zich
in anderen te verplaatsen. Dit maakt het voor hen moeilijker om sociaal te communiceren,
maar ook voor mensen zonder ASS is het vaak las?g om zich in iemand met ASS in te leven,
wat bekendstaat als de 'dubbele empathie-theorie'. Er zijn aanwijzingen dat mensen met ASS
wel cogni?eve empathie missen (begrip van wat anderen denken), maar geen problemen
vertonen met emo?onele empathie (het voelen van emo?es zoals verdriet).

Cultuur en gender
Cultuur
De diagnose ASS wordt vaker gesteld in welgestelde landen, hoewel de wereldwijde
prevalen?e toeneemt. Bij mensen met een migra?eachtergrond kan de diagnos?ek las?g
zijn, omdat culturele en religieuze verschillen gedragsobserva?es beïnvloeden, zoals het
maken van oogcontact. Een heteroanamnese met een familielid uit dezelfde cultuur kan
helpen om een completer beeld te krijgen.

Gender
ASS komt vaker voor bij jongens en mannen dan bij meisjes en vrouwen, met een verhouding
van ongeveer 3 op 1. Bij vrouwen wordt ASS vaak later gediagnos?ceerd, omdat zij
au?s?sche kenmerken beter kunnen maskeren, zoals oogcontact en sociale communica?e,
hoewel dit aangeleerd gedrag hen veel energie kost. Gefixeerde interesses bij vrouwen, zoals


4

, voor dieren of psychologie, verschillen vaak van die bij mannen, wat kan bijdragen aan een
latere diagnose. Hierdoor hebben vrouwen met ASS vaker iden?teitsproblemen,
overbelas?ngsklachten en problemen met emo?eregula?e.
Bij transgender personen komt ASS vaker voor dan bij cisgenders. Transgender personen met
het geboortegeslacht vrouw scoren hoger op au?s?sche kenmerken dan zowel transgender
personen met het geboortegeslacht man als cisgender mannen en vrouwen.

Comorbiditeit en differen3ële diagnos3ek
ASS gaat vaak gepaard met andere psychiatrische stoornissen, zoals obsessief-compulsieve
stoornis, sociale-angststoornis, ADHD, depressie, psychosespectrumstoornissen en
persoonlijkheidsstoornissen. De prevalen?e van comorbiditeit varieert sterk, van 54,8 tot 94
procent, ahankelijk van factoren zoals leeOijd, intelligen?e en geslacht. Deze hoge
comorbiditeit zorgt vaak voor een verhoogde lijdensdruk en zorgbehoeOe.

Het onderscheiden van ASS en andere diagnoses is complex, vooral bij volwassenen,
vanwege de overlap met kenmerken van bijvoorbeeld persoonlijkheidsstoornissen. Dit maakt
een juiste diagnose essen?eel om onder- of overbehandeling te voorkomen. Richtlijnen,
zorgstandaarden en diagnos?sche whitepapers bieden ondersteuning bij deze diagnos?sche
uitdagingen.

Diagnos3ek en behandeling
Diagnos,ek
ASS kan niet worden vastgesteld op basis van biologisch of neurocogni?ef onderzoek, omdat
gene?sche varia?e en omgevingsfactoren een rol spelen en er aanzienlijke overlap is met
andere stoornissen, zoals schizofrenie, ADHD en persoonlijkheidsstoornissen.
Neurocogni?eve tests zijn vaak niet sensi?ef genoeg, vooral bij intelligente mensen met ASS
die goed compenseren in gestructureerde seings. Diagnos?ek gebeurt daarom via
gedragskenmerken, vastgelegd door middel van anamnese, heteroanamnese en observa?es.

Bij volwassenen wordt vaak een semigestructureerd interview afgenomen, aangevuld met
een heteroanamnese. Hoewel informa?e over de vroege ontwikkeling soms ontbreekt, kan
een diagnose ASS alsnog gesteld worden als blijkt dat au?s?sche gedragingen, zoals
rou?nema?g gedrag en zich terugtrekken, al in de kinder?jd aanwezig waren, ook al leidden
deze pas later tot problemen. Testonderzoek zoals vragenlijsten, waaronder de Au?sm-
spectrum Quo?ent (AQ), is weinig betrouwbaar vanwege beperkt zelfinzicht en overlap met
andere problema?ek. Handelingsgerichte diagnos?ek, die kijkt naar iemands sterke en
zwakke punten, is vaak relevanter dan classificerende diagnos?ek.

Behandeling
Er is geen behandeling die de kernkenmerken van ASS volledig wegneemt. Psycho-educa?e
wordt vaak ingezet bij volwassenen met normale tot hoge intelligen?e om inzicht te geven in
beperkingen en kwaliteiten. Prak?sche begeleiding, ook wel levensloopbegeleiding
genoemd, is essen?eel, vooral ?jdens levensovergangen. Deze begeleiding wordt aangepast
aan de veranderende behoeOen gedurende het leven.


5
$9.55
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
6 días hace

4.0

1 reseñas

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
jasmijnvanveen Open Universiteit
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
489
Miembro desde
9 año
Número de seguidores
297
Documentos
52
Última venta
4 días hace

4.1

112 reseñas

5
42
4
45
3
19
2
4
1
2

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes