100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting 'inleiding publiekrecht' (10 gehaald)

Puntuación
-
Vendido
2
Páginas
37
Subido en
19-11-2024
Escrito en
2024/2025

Een overzichtelijke samenvatting waarin hoofd- en bijzaken duidelijk van elkaar zijn onderscheiden, met afbeeldingen ter verduidelijking. Bronnen: - Hoofdlijnen Nederlands recht - Inleidend internationaal recht - Elementair formeel/materieel strafrecht

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado












Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Desconocido
Subido en
19 de noviembre de 2024
Archivo actualizado en
13 de junio de 2025
Número de páginas
37
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

PUBLIEKRECH
T
Samenvatting




Kamiel ter Heerdt (student)

,Inhoudsopgave
Staatsrecht..................................................................................................................... 3
9.1 Staat.............................................................................................................. 3
9.2 Spreiding van macht......................................................................................3
9.3 Decentralisatie...............................................................................................3
9.4 Organen van de centrale overheid.................................................................4
4.1 Staten-Generaal.....................................................................................5
4.2 Regering.................................................................................................6
4.3 Minister..................................................................................................7
4.4 Staatsecretaris.......................................................................................7
9.5 Wetgevende macht bij de centrale overheid..................................................8
5.1 Regering en Staten-Generaal.................................................................8
5.3 Minister..................................................................................................9
9.10 Bestuurlijke macht bij de centrale overheid.................................................9
9.14 Provincie...................................................................................................... 9
14.1 Provinciale Staten.................................................................................9
14.2 Gedeputeerde Staten.........................................................................10
14.3 Commissaris van de Koning................................................................10
14.4 Wetgevende macht op provinciaal niveau..........................................10
14.5 Bestuurlijke macht op provinciaal niveau...........................................11
9.15 Gemeente.................................................................................................. 11
9.19 Rechtsbronnen van staatsrecht: het verdrag.............................................11
9.20 Hiërarchie van regelgeving........................................................................11
Bestuursrecht............................................................................................................... 12
10.1 Relatie overheid-burger.............................................................................12
10.2 Overheidshandelingen...............................................................................12
3.2 Het besluit in de zin van de Awb..................................................................13
10.4 Beschikking................................................................................................ 14
10.7 Attributie, delegatie en mandaat...............................................................15
2.4 Belanghebbende.......................................................................................... 15
10.8 Gelede normstelling...................................................................................16
3.3 Het begrip bestuursorgaan..........................................................................16
Strafrecht(proces)recht.................................................................................................17
1.3.1 Wetten met betrekking tot het strafrecht..................................................17
11.3 Misdrijf en overtreding...............................................................................17
1.3 Het legaliteitsbeginsel.................................................................................18
1.7 (Strafvorderlijk) legaliteitsbeginsel..............................................................19
11.2.1 Opsporing............................................................................................... 19
1.2 Karakter Nederlandse strafproces................................................................21
1.3 Opportuniteitsbeginsel.................................................................................22
2.1 Wanneer kan iemand als verdachte worden aangemerkt?...........................22
2.7 Verdachte in de vervolginsfase....................................................................22
6.2.2 De officier van justitie...............................................................................23
5.1 Strafrechtadvocatuur...................................................................................23
2.3.1 De wettelijke politietaak...........................................................................23
11.2.2 Vervolging............................................................................................... 24
11.2,3 Terechtzitting.......................................................................................... 24
5.1 De dagvaarding........................................................................................... 25
6.2 De deelnemers aan het strafproces.............................................................26

,Internationaal recht...................................................................................................... 26
1.2 Internationale rechtsorde.............................................................................26
1.3 Doorwerking van internationaal recht..........................................................27
12.2 Het verdrag................................................................................................ 28
12.3 Verdrag en internationale organisatie........................................................29
12.4 Dualisme en monisme..............................................................................30
12.5 EEG, EG en EU........................................................................................... 30
12.6 Doelstellingen van de EU...........................................................................31
12.7 Inrichting van de EU...................................................................................32
12.8 Richtlijnen en verordeningen.....................................................................33
12.9 Hof van Justitie........................................................................................... 33
9.3.3 EHRM en de fundamentele vrijheden........................................................34
2.3 Internationale organisaties..........................................................................34
2.4 Natuurlijke personen....................................................................................35
5.1 Verdrag........................................................................................................ 35

,Staatsrecht
9.1 Staat
 Staatsrecht
- In het publiekrecht staat de verticale verhouding tussen de overheid
en de burger centraal. Staatsrecht, heeft dus betrekking op de
relatie tussen overheid en burger.



 Staat
- Een staat definieert zich door drie kenmerken:
1. De aanwezigheid van een volksgemeenschap
2. Een grondgebied, afgebakend door grenzen
3. Eén orgaan oefent het gezag uit
- Alle organen die namens de staat over de gemeenschap
beslissingen maken, worden het staatsapparaat genoemd.
- Dit apparaat bezit soevereiniteit, wat wil zeggen dat het intern en
extern de hoogste en machtigste organisatie van een staat is.


9.2 Spreiding van macht
 Trias politica
- Om machtsmisbruik in een staat te voorkomen bedacht Montesquieu
een scheiding der machten, waarbij staatsmacht werd verspreid
over verschillende organen:
1. De wetgevende macht (H3 Grondwet)
2. De uitvoerende macht (H2 Grondwet)
3. De rechtelijke macht (H6 Grondwet)
- De drie verschillende machten kunnen elkaar controleren of er naar
behoren wordt gehandeld.
- De spreiding van macht is een horizontale spreiding:




9.3 Decentralisatie
 Decentralisatie
- Staatsmacht is niet alleen in handen van de centrale overheid, maar
ook van lagere overheden. Dit verschijnsel wordt decentralisatie
genoemd.

, - Er zijn verschillende vormen van decentralisatie:
o Territoriale spreiding, bij deze vorm worden een onbepaald
aantal bevoegdheden aan een lager overheidsorgaan toegekend,
maar uitdrukkelijk gebonden aan een afgebakend stuk.
o Functionele spreiding, bij deze vorm zijn specifieke
bevoegdheden gegeven om een bepaal doel te realiseren.
o Combinatie, bij deze vorm krijgt een lager overheidsorgaan
specifieke bevoegdheden om een bepaald doel te realiseren in
een bepaalde regio.




 Gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat, dit houdt in dat:
o Bevoegdheden van lagere overheden altijd door de centrale
overheid kunnen worden overgenomen.
 In art. 122 Gemw en 119 PW is deze kwestie geregeld: ‘de
bepalingen van provinciale/gemeentelijke verordeningen in
wier onderwerp door een wet, algemene maatregel van
bestuur wordt voorzien, zijn vervallen’
o Hogere overheden controle houden op lagere overheden,
bijvoorbeeld doormiddel van preventieve toetsing, en ze de
mogelijkheid hebben tot spontane vernietiging van de
bevoegdheid.
- Spreiding in de vorm van decentralisatie wordt verticale spreiding
van staatsmacht genoemd.



9.4 Organen van de centrale overheid
 Centrale overheid
- De ‘centrale overheid’ of ‘Rijksoverheid’ bestaat uit drie
verschillende organen:
1. De Staten-Generaal
2. De regering
3. De minister (en de staatssecretaris)
$6.55
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
kamielterheerdt

Conoce al vendedor

Seller avatar
kamielterheerdt Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
3
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
0
Documentos
6
Última venta
2 semanas hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes