H4 Actuele vraagstukken in Brazilië
4.1 Uniek ecosysteem
Het Amazonegebied, Amazonia is het oudste en grootste ecosysteem ter wereld.
Een ecosysteem is een samenhangend geheel van levende
(planten en dieren) en niet-levende (lucht, water en bodem)
onderdelen in een bepaald gebied.
Een ecosysteem is nooit hetzelfde (dynamiek).
Biodiversiteit is de variatie aan levensvormen in de natuur. De
biodiversiteit in het tropisch regenwoud is hoog. Er zijn
ontzettend veel dieren, insecten en planten. Het bos bestaat
daar uit verschillende etages, de hoge bomen vormen een dicht
bladerdek waar woudreuzen nog bovenuit steken. Hier leven
apen, vogels en insecten. De middelste etage bestaat uit bomen
en struiken van enkele meters hoog. De onderste etage is de
bosvloer, het is hier donker en groeien weinig planten.
Het tropische regenwoud wordt bedreigd door de mens. De
draagkracht, het vermogen van de natuur om mensen te
voorzien in hun bestaan, zonder dat het natuurlijke evenwicht
wordt verstoord, is niet groot.
Door de warmte en vele neerslag wordt al het gestorven plantenmateriaal op en in de
grond door bacteriën omgezet in mineralen. Deze mineralen worden door de wortels van de
planten opgenomen.
Vanuit de Atlantische Oceaan wordt vochtige lucht aangevoerd richting het tropisch
regenwoud wat landinwaarts condenseert. Ook ontstaan er stijgingsregens, uiteindelijk
stroomt het meeste water via het stroomgebied van de Amazone terug naar de oceaan
(Lange waterkringloop).
De neerslag die valt op het bladerdek en direct verdampt is onderdeel van de korte
waterkringloop. De rest van de neerslag komt op de bosvloer en komt in de bodem terecht.
- Transpiratie: Water dat planten opnemen uit de bodem en via hun bladeren weer
afgeven aan de lucht.
- Evaporatie: Water wat door de verdamping terugkomt in de lucht.
- Waterbalans: Hoeveel water door neerslag of rivieren het gebied binnenkomt en
hoeveel eruit gaat door verdamping en afvoer.
De ontbossing en het gebruiken van de vrijgekomen grond voor landbouw levert een
bijdrage aan het versterkte broeikaseffect. De bijdrage van ontbossing aan
klimaatverandering heeft te maken met het verstoren van de koolstofkringloop.
4.1 Uniek ecosysteem
Het Amazonegebied, Amazonia is het oudste en grootste ecosysteem ter wereld.
Een ecosysteem is een samenhangend geheel van levende
(planten en dieren) en niet-levende (lucht, water en bodem)
onderdelen in een bepaald gebied.
Een ecosysteem is nooit hetzelfde (dynamiek).
Biodiversiteit is de variatie aan levensvormen in de natuur. De
biodiversiteit in het tropisch regenwoud is hoog. Er zijn
ontzettend veel dieren, insecten en planten. Het bos bestaat
daar uit verschillende etages, de hoge bomen vormen een dicht
bladerdek waar woudreuzen nog bovenuit steken. Hier leven
apen, vogels en insecten. De middelste etage bestaat uit bomen
en struiken van enkele meters hoog. De onderste etage is de
bosvloer, het is hier donker en groeien weinig planten.
Het tropische regenwoud wordt bedreigd door de mens. De
draagkracht, het vermogen van de natuur om mensen te
voorzien in hun bestaan, zonder dat het natuurlijke evenwicht
wordt verstoord, is niet groot.
Door de warmte en vele neerslag wordt al het gestorven plantenmateriaal op en in de
grond door bacteriën omgezet in mineralen. Deze mineralen worden door de wortels van de
planten opgenomen.
Vanuit de Atlantische Oceaan wordt vochtige lucht aangevoerd richting het tropisch
regenwoud wat landinwaarts condenseert. Ook ontstaan er stijgingsregens, uiteindelijk
stroomt het meeste water via het stroomgebied van de Amazone terug naar de oceaan
(Lange waterkringloop).
De neerslag die valt op het bladerdek en direct verdampt is onderdeel van de korte
waterkringloop. De rest van de neerslag komt op de bosvloer en komt in de bodem terecht.
- Transpiratie: Water dat planten opnemen uit de bodem en via hun bladeren weer
afgeven aan de lucht.
- Evaporatie: Water wat door de verdamping terugkomt in de lucht.
- Waterbalans: Hoeveel water door neerslag of rivieren het gebied binnenkomt en
hoeveel eruit gaat door verdamping en afvoer.
De ontbossing en het gebruiken van de vrijgekomen grond voor landbouw levert een
bijdrage aan het versterkte broeikaseffect. De bijdrage van ontbossing aan
klimaatverandering heeft te maken met het verstoren van de koolstofkringloop.