Samenvatting
Belastingrecht 3
BELRE 3
College 1 & 2
College 1
Binnen- en buitenlandse belastingplicht VPB
Belastingplicht van lichamen (art. 1 Wet Vpb)
o Lichaam als verzamelbegrip
Subjectieve versus objectieve belastingplicht
o Wie is belastingplichtig en waarover belastingheffing?
Belastingplicht op grond van rechtsvorm (art. 2 lid 1 sub a en art. 2 lid 1 sub b Wet Vpb)
o NV
o BV
o Open Commanditaire Vennootschap
o Andere vennootschappen met een in aandelen verdeeld kapitaal (bijv. GmbH, SA, Ltd)
o Coöperatie
Vestigingsplaats = Daar waar de centrale leiding is gevestigd (directie beslissingen worden
genomen) -> art. 4 AWR
Belastingplichtig met gehele vermogen (art. 2 lid 6 Wet Vpb)
Buitenlands belastingplichtig =
1. Art. 3 lid 1 sub a
2. Art. 17 lid 3 sub a
3. Art. 3 lid 4 sub b (vaste inrichting)
Geen vermogensetikettering bij de BV of NV.
Binnen- en buitenlandse belastingplicht VPB
Belastingplicht indien en voor zover een onderneming wordt gedreven (art. 2 lid 1 sub e Wet
Vpb)
o Belastingplicht stichtingen en verenigingen
Concurrentiecriterium (art. 4 sub a Wet Vpb)
o Bij ontbreken van een winststreven
Subjectieve vrijstelling Vpb (art. 6 lid 1 Wet Vpb)
o Bij o.a. lichamen zoals bedoeld in art. 2 lid 1 sub e Wet Vpb
o Indien winst van het jaar niet meer bedraagt dan €15.000, dan wel van het betreffende
jaar en de vier voorafgaande jaren niet meer bedraagt dan €75.000
o Indien de BV net is opgericht, dan moet de winst in het boekjaar lager zijn €75.000
Belastingplicht overheidsbedrijven (art. 2 lid 1 sub g Wet Vpb)
Indirecte overheidsbedrijven o.g.v. art. 2 lid 1 sub a t/m e Wet Vpb
1
, Directe overheidsbedrijven = Voor zover zij een onderneming drijven (Gemeente die bepaalde
activiteiten verrichten)
o Art. 2 lid 2 en art. 2 lid 8 Wet Vpb = Worden geacht tezamen één onderneming te
drijven (één aangifte Vpb voor de Staat en één per publiekrechtelijk rechtspersoon)
Vrijstellingen art. 6b Wet Vpb:
o Voor academische ziekenhuizen en voor bekostigd onderwijs en onderzoek
Vrijstellingen art. 8e en f Wet Vpb:
o Voor overheidstaken
o Voor interne activiteiten
o Voor quasi-inbesteding
o Voor samenwerkingsverbanden
Belastingplicht omgekeerd hybride lichamen (art. 2 lid 3 en 2 lid 12 Wet Vpb) ATAD2
Omgekeerd hybride lichamen per 1-1-2022 belastingplichtig voor de Vpb en worden geacht met
hun gehele vermogen een onderneming te drijven (art. 2 lid 6 Wet Vpb)
Samenwerkingsverband naar NL recht aangegaan of in NL gevestigd
o Maatschap. VOF of CV -> In Nl als transparant
Indien ten minste 50% van stemrechten, kapitaalbelangen of winstrechten in het
samenwerkingsverband direct of indirect worden gehouden door één of meer gelieerde
lichamen (gelieerd als bedoeld in art. 12ac lid 2 Vpb)
Die gelieerde lichamen zijn gevestigd in een staat die samenwerkingsverband als
belastingplichtige voor naar winst geheven belasting beschouwt (minimaal 50% van de
winstrechten) -> niet-transparant in Btl
Winst van samenwerkingsverband is voor NL doeleinden (zonder toepassing van deze
belastingplichtmaatregel) toerekenbaar aan houders van stemrechten, kapitaalbelangen of
winstrechten -> transparant in NL
Belastingplicht omgekeerd hybride lichamen n.v.t. op collectieve beleggingsinstellingen (art. 2
lid 13 Wet Vpb)
Voorbeeld: omgekeerd hybride lichamen (art. 2 lid 3 en 2 lid 12 Wet Vpb) ATAD2
A Co en B Co houden via een samenwerkingsverband B CV aandelen in B BV in NL. Staat A ziet B
CV als niet transparant. Staat B en NL ziet B CV wel als transparant (ziet dit als een besloten CV).
NL rekent de winst dus toe aan participanten van B CV. A Co (Kijk of A Co meer dan 25% heeft als
winst, anders is de B CV niet belastingplichtig) rekent de winst toe aan B CV in NL. B Co rekent
de winst van B CV toe aan B C.o.
Omdat A Co voor 50% of meer gerechtigd is tot de winst van B CV kwalificeert B CV als een
omgekeerd hybride lichaam art. 2 lid 12 Wet Vpb. o.g.v. art. 2 lid 3 Wet Vpb is B CV
belastingplichtig voor de Vpb.
2
,Het maakt niet uit of het een CV, VOF of maatschap is. Normaal gesproken zijn deze namelijk niet belast
voor de VPB.
Binnen- en buitenlandse belastingplicht VPB
Fictieve vestigingsplaats (art. 2 lid 5 Wet Vpb)
o In Nederland = Voor een aantal rechtspersonen
Binnenlandse versus buitenlandse belastingplicht
o Al dan niet in Nederland gevestigd
o Centrale leiding is daarbij leidend
o Fictieve vestigingsplaats (art 2 lid 5 Wet Vpb)
o Belastingverdragen (verdelen heffingsbevoegdheden)
Buitenlandse belastingplicht (art. 3 Wet Vpb)
o Niet in Nederland gevestigde lichamen (vennootschappen) die hier een onderneming
drijven (filiaal/vaste inrichting)
o Beperkte belastingplicht
o Object Nederlands inkomen (art. 17 lid 3 Wet Vpb)
Vaste inrichting (art. 3 lid 4 sub b Wet Vpb) = Vaste bedrijfsinrichting (filiaal, kantoor & fabriek)
= Plaats van uitvoering van een bouwwerk of constructie- of montagewerkzaamheden, waarvan
de duur de 12 maanden overschrijdt
Subjectieve vrijstellingen
o Pensioenlichamen (art. 5 lid 1 sub b Wet Vpb)
o Niet zijnde de pensioen-BV van de DGA
Einde belastingplicht
Einde inwonerschap (art. 15c Wet Vpb)
Ophouden belastbare winst te genieten (art. 15d Wet Vpb)
3
, Vermogensvergelijking VPB
1. Fiscaal eindvermogen – fiscaal beginvermogen = Vermogensmutatie
2. – Stortingen
3. + Onttrekkingen
4. + Aankoopkosten deelneming geen aftrek onder de deelnemingsvrijstelling
5. - Boekwinst verkoop aandelen valt onder de deelnemingsvrijstelling
6. + Onttrekking vermomd dividend
7. + Commissarissenbeloning voor 50% aftrekbaar
8. - De vermogenstoename vanwege de dotatie aan de HIR is geen winst
9. Gift is aftrekbaar voor 50% van de winst met een maximum van € 100.000 (eerst bijtellen,
daarna aftrek)
Winst VPB
Bepaling winst Vpb (art. 8 lid 1 en 8 lid 2 Wet Vpb)
o Grotendeels conform de winst IB
Gemengde kosten (art. 8 lid 5 Wet Vpb)
o Bij een of meer werknemers in de zin van Wet LB
o Winst wordt mede opgevat conform art. 3 lid 15 sub 1/2/3/5 Wet IB 2001
o Art. 3 lid 15 sub 1 Wet IB 2011 wordt vervangen door 0.4% van het verzamelloon van de
werknemers en is niet aftrekbaar indien deze uitkomst hoger is dan € 5.100
o Indien belastingplichtige bij aangifte ervoor kiest is 73.5% aftrekbaar (26.5% niet
aftrekbaar)
Deelneming is geen bedrijfsmiddel voor HIR (art. 8 lid 13 Wet Vpb)
Aftrekbaar volgens art. 9 Wet Vpb:
Uitkering ter zake van verrichte arbeid (art. 9 lid 1 sub a Wet Vpb)
o Jaar van aftrek
Uitkering ter zake van licenties e.d. (art. 9 lid 1 sub b Wet Vpb)
o Mits niet aan aandeelhouder als zodanig
Oprichtingskosten en kosten wijziging kapitaal (art. 9 lid 1 sub d Wet Vpb)
4
Belastingrecht 3
BELRE 3
College 1 & 2
College 1
Binnen- en buitenlandse belastingplicht VPB
Belastingplicht van lichamen (art. 1 Wet Vpb)
o Lichaam als verzamelbegrip
Subjectieve versus objectieve belastingplicht
o Wie is belastingplichtig en waarover belastingheffing?
Belastingplicht op grond van rechtsvorm (art. 2 lid 1 sub a en art. 2 lid 1 sub b Wet Vpb)
o NV
o BV
o Open Commanditaire Vennootschap
o Andere vennootschappen met een in aandelen verdeeld kapitaal (bijv. GmbH, SA, Ltd)
o Coöperatie
Vestigingsplaats = Daar waar de centrale leiding is gevestigd (directie beslissingen worden
genomen) -> art. 4 AWR
Belastingplichtig met gehele vermogen (art. 2 lid 6 Wet Vpb)
Buitenlands belastingplichtig =
1. Art. 3 lid 1 sub a
2. Art. 17 lid 3 sub a
3. Art. 3 lid 4 sub b (vaste inrichting)
Geen vermogensetikettering bij de BV of NV.
Binnen- en buitenlandse belastingplicht VPB
Belastingplicht indien en voor zover een onderneming wordt gedreven (art. 2 lid 1 sub e Wet
Vpb)
o Belastingplicht stichtingen en verenigingen
Concurrentiecriterium (art. 4 sub a Wet Vpb)
o Bij ontbreken van een winststreven
Subjectieve vrijstelling Vpb (art. 6 lid 1 Wet Vpb)
o Bij o.a. lichamen zoals bedoeld in art. 2 lid 1 sub e Wet Vpb
o Indien winst van het jaar niet meer bedraagt dan €15.000, dan wel van het betreffende
jaar en de vier voorafgaande jaren niet meer bedraagt dan €75.000
o Indien de BV net is opgericht, dan moet de winst in het boekjaar lager zijn €75.000
Belastingplicht overheidsbedrijven (art. 2 lid 1 sub g Wet Vpb)
Indirecte overheidsbedrijven o.g.v. art. 2 lid 1 sub a t/m e Wet Vpb
1
, Directe overheidsbedrijven = Voor zover zij een onderneming drijven (Gemeente die bepaalde
activiteiten verrichten)
o Art. 2 lid 2 en art. 2 lid 8 Wet Vpb = Worden geacht tezamen één onderneming te
drijven (één aangifte Vpb voor de Staat en één per publiekrechtelijk rechtspersoon)
Vrijstellingen art. 6b Wet Vpb:
o Voor academische ziekenhuizen en voor bekostigd onderwijs en onderzoek
Vrijstellingen art. 8e en f Wet Vpb:
o Voor overheidstaken
o Voor interne activiteiten
o Voor quasi-inbesteding
o Voor samenwerkingsverbanden
Belastingplicht omgekeerd hybride lichamen (art. 2 lid 3 en 2 lid 12 Wet Vpb) ATAD2
Omgekeerd hybride lichamen per 1-1-2022 belastingplichtig voor de Vpb en worden geacht met
hun gehele vermogen een onderneming te drijven (art. 2 lid 6 Wet Vpb)
Samenwerkingsverband naar NL recht aangegaan of in NL gevestigd
o Maatschap. VOF of CV -> In Nl als transparant
Indien ten minste 50% van stemrechten, kapitaalbelangen of winstrechten in het
samenwerkingsverband direct of indirect worden gehouden door één of meer gelieerde
lichamen (gelieerd als bedoeld in art. 12ac lid 2 Vpb)
Die gelieerde lichamen zijn gevestigd in een staat die samenwerkingsverband als
belastingplichtige voor naar winst geheven belasting beschouwt (minimaal 50% van de
winstrechten) -> niet-transparant in Btl
Winst van samenwerkingsverband is voor NL doeleinden (zonder toepassing van deze
belastingplichtmaatregel) toerekenbaar aan houders van stemrechten, kapitaalbelangen of
winstrechten -> transparant in NL
Belastingplicht omgekeerd hybride lichamen n.v.t. op collectieve beleggingsinstellingen (art. 2
lid 13 Wet Vpb)
Voorbeeld: omgekeerd hybride lichamen (art. 2 lid 3 en 2 lid 12 Wet Vpb) ATAD2
A Co en B Co houden via een samenwerkingsverband B CV aandelen in B BV in NL. Staat A ziet B
CV als niet transparant. Staat B en NL ziet B CV wel als transparant (ziet dit als een besloten CV).
NL rekent de winst dus toe aan participanten van B CV. A Co (Kijk of A Co meer dan 25% heeft als
winst, anders is de B CV niet belastingplichtig) rekent de winst toe aan B CV in NL. B Co rekent
de winst van B CV toe aan B C.o.
Omdat A Co voor 50% of meer gerechtigd is tot de winst van B CV kwalificeert B CV als een
omgekeerd hybride lichaam art. 2 lid 12 Wet Vpb. o.g.v. art. 2 lid 3 Wet Vpb is B CV
belastingplichtig voor de Vpb.
2
,Het maakt niet uit of het een CV, VOF of maatschap is. Normaal gesproken zijn deze namelijk niet belast
voor de VPB.
Binnen- en buitenlandse belastingplicht VPB
Fictieve vestigingsplaats (art. 2 lid 5 Wet Vpb)
o In Nederland = Voor een aantal rechtspersonen
Binnenlandse versus buitenlandse belastingplicht
o Al dan niet in Nederland gevestigd
o Centrale leiding is daarbij leidend
o Fictieve vestigingsplaats (art 2 lid 5 Wet Vpb)
o Belastingverdragen (verdelen heffingsbevoegdheden)
Buitenlandse belastingplicht (art. 3 Wet Vpb)
o Niet in Nederland gevestigde lichamen (vennootschappen) die hier een onderneming
drijven (filiaal/vaste inrichting)
o Beperkte belastingplicht
o Object Nederlands inkomen (art. 17 lid 3 Wet Vpb)
Vaste inrichting (art. 3 lid 4 sub b Wet Vpb) = Vaste bedrijfsinrichting (filiaal, kantoor & fabriek)
= Plaats van uitvoering van een bouwwerk of constructie- of montagewerkzaamheden, waarvan
de duur de 12 maanden overschrijdt
Subjectieve vrijstellingen
o Pensioenlichamen (art. 5 lid 1 sub b Wet Vpb)
o Niet zijnde de pensioen-BV van de DGA
Einde belastingplicht
Einde inwonerschap (art. 15c Wet Vpb)
Ophouden belastbare winst te genieten (art. 15d Wet Vpb)
3
, Vermogensvergelijking VPB
1. Fiscaal eindvermogen – fiscaal beginvermogen = Vermogensmutatie
2. – Stortingen
3. + Onttrekkingen
4. + Aankoopkosten deelneming geen aftrek onder de deelnemingsvrijstelling
5. - Boekwinst verkoop aandelen valt onder de deelnemingsvrijstelling
6. + Onttrekking vermomd dividend
7. + Commissarissenbeloning voor 50% aftrekbaar
8. - De vermogenstoename vanwege de dotatie aan de HIR is geen winst
9. Gift is aftrekbaar voor 50% van de winst met een maximum van € 100.000 (eerst bijtellen,
daarna aftrek)
Winst VPB
Bepaling winst Vpb (art. 8 lid 1 en 8 lid 2 Wet Vpb)
o Grotendeels conform de winst IB
Gemengde kosten (art. 8 lid 5 Wet Vpb)
o Bij een of meer werknemers in de zin van Wet LB
o Winst wordt mede opgevat conform art. 3 lid 15 sub 1/2/3/5 Wet IB 2001
o Art. 3 lid 15 sub 1 Wet IB 2011 wordt vervangen door 0.4% van het verzamelloon van de
werknemers en is niet aftrekbaar indien deze uitkomst hoger is dan € 5.100
o Indien belastingplichtige bij aangifte ervoor kiest is 73.5% aftrekbaar (26.5% niet
aftrekbaar)
Deelneming is geen bedrijfsmiddel voor HIR (art. 8 lid 13 Wet Vpb)
Aftrekbaar volgens art. 9 Wet Vpb:
Uitkering ter zake van verrichte arbeid (art. 9 lid 1 sub a Wet Vpb)
o Jaar van aftrek
Uitkering ter zake van licenties e.d. (art. 9 lid 1 sub b Wet Vpb)
o Mits niet aan aandeelhouder als zodanig
Oprichtingskosten en kosten wijziging kapitaal (art. 9 lid 1 sub d Wet Vpb)
4