100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - International I - Overbruggen (interculturele) div

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
5
Subido en
03-11-2024
Escrito en
2024/2025

Samenvatting van keuzedeel Internationale I - overbruggen (internationale) diversiteit.

Institución
Grado









Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
3 de noviembre de 2024
Número de páginas
5
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Hoofdstuk 1 – herkennen van culturele diversiteit

culturele diversiteit – verscheidenheid aan culturen.
Cultuur – het complexe geheel van kennis, geloof, kunst, moraal, wetten, gebruiken en gewoonten die door
de mens worden verworven als lid van de samenleving.
Tegenovergestelde van natuur. Cultuur is aangeleerd. Natuur is aangeboren.
Waarde – Een ideaal of principe dat u belangrijk vindt in het leven en dat u nastreeft. (eerlijkheid, respect)
Norm – een zelfopgelegde regel die u voorschrijft hoe mensen zich behoren te dragen. (niet liegen)
Ritueel – formeel, gestileerd, zich herhalend, plaats- en tijdgebonden en verbonden met het sociale. Een
ritueel heeft bijna altijd een symbool.
Symbool – iets verbaal of non-verbaal binnen een bepaalde cultuur dat betekenis geeft aan iets anders.
Referentiekader – de manier waarop u naar de wereld kijkt
Enculturatie – proces waarbij cultuur generatie op generatie overgebracht wordt
Multicultureel – Mengelmoes van meerdere culturen
Objectief – feiten
subjectief – mening
microniveau – niveau van individu
mesoniveau – verschillen in regio
macroniveau – land als geheel
Diversiteit – verschillen, variatie
Discriminatie – het maken van onderscheid (positieve betekenis)
Diversiteitsbeleid – een verzameling van regels waarin is vastgelegd hoe in een organisatie met diversiteit
omgegaan wordt

Zoekstrategiecyclus:
1. plannen: u stelt vast welke zoekwoorden en -ingangen u gaat gebruiken
2. uitvoeren: u voert de zoekacties uit
3. Evalueren: Hebt u gevonden wat u zoekt?
 Autoriteit: waar komt de bron vandaar, wie is de auteur?
 Inhoud: Is de bron objectief of subjectief? Wat voor bron is het?
 Tijd: Wanneer is de bron gemaakt?
 Waarde: Vergelijk de bron met andere bronnen
4. Bijstellen: Wat heeft u nog nodig?



Hoofdstuk 2 – Oordelen

Interculturele sensitiviteit – gevoeligheid voor andere culturen
Waarneming – een bewustwording van dat wat de zintuigen registeren
Vooronderstelling / Hypothese – een tijdelijke aanname, gebaseerd op een combinatie van een beperkte
waarneming en beperkte aanwezige kennis.
Oordeel – een mening die u hebt na iets waargenomen te hebben en erover nagedacht te hebben
Waardeoordeel – Een mening of iets goed of slecht is
Vooroordeel – Een mening die u geeft of iets of iemand goed of slecht is, terwijl dit niet op feiten is
gebaseerd
Stereotype – een overdreven, onveranderlijk beeld van een bepaalde groep mensen of persoon uit groep
 Kan leiden tot discriminatie
 Je kunt anderen kwetsen met je opmerkingen
 je houdt er zelf een beperkt referentiekader op na (minder ruimte voor persoonlijke groei)
 personen presteren slechter als ze geconfronteerd worden met stereotypen
Racisme – het idee om mensen in te delen naar ras, waarbij ene ras boven het andere ras geplaatst wordt
Xenofobie – Een irrationele angst voor vreemden of dingen/mensen uit buitenland (vreemdelingenangst)
Gelijkbehandelingswetgeving – personen mogen niet ongelijk behandeld worden obv
persoonskenmerken
Multiloyaliteit – loyaliteit aan verschillende groepen tegelijk
Veralgemeniseren – een oordeel hebben dit voorkomt uit een vooronderstelling die op algemene kenmerken
van een groep is gebaseerd (generaliseren of stereotyperen)

, OVUR methode:
1. Oriënteren: Wat moet ik doen? Doel vaststellen
2. Voorbereiden: Hoe ga ik dit doen? Planning maken
3. Uitvoeren: Ik doe mijn werk. U voert onderzoek uit volgens planning
4. Reflecteren: Ik bekijk mijn werk, wat vind ik ervan?
De zes fasen van Bennett en Bennett (interculturele sensitiviteit)
1. ontkennen:
niet bezig met andere culturen of culturele verschillen
2. weerstand bieden:
weten dat er andere culturen zijn, maar zien ze als bedreiging
3. minimaliseren:
mensen zijn zich bewust van de verschillen, maar vinden dat deze overbrugt kunnen worden
doordat iedereen handelt naar de normen en waarden van eigen cultuur. Zich niet bewust dat de
normen en waarden van eigen cultuur niet past bij normen en waarden van andere cultuur
4. aanvaarden:
Erkennen dat er verschillende culturen zijn met verschillende normen en waarden. Mensen staan in
deze fase open om meer over andere culturen te leren en doen ook kennis hierover op
5. aanpassen:
U hebt niet alleen kennis, maar handelt er ook naar. U kunt zich inleven in andere culturen en kunt
reageren volgens de normen en waarden van de andere cultuur in bepaalde situaties
6. wederzijdse integreren:
U kunt zich inleven in andere culturen en in iedere situatie zich aanpassen aan de context. Maar u
weet ook waar uw valkuilen vanuit uw eigen cultuur liggen.
Eerste 3 fasen kijk je vanuit je eigen cultuur. In de laatste 3 fasen kijkt u vanuit uw eigen en andere culturen
naar de andere cultuur.



Hoofdstuk 3 – Interculturele communicatie


Interculturele communicatie – situaties waarin mensen van verschillende culturele achtergronden in een
communicatieproces betrokken zijn.
Intercultureel – tussen culturen
Communicatieproces – bestaat uit een zender die een bericht naar een ontvanger stuurt. De ontvanger
kant op het bericht feedback/reactie geven. Als een boodschap niet goed aankomt is
er sprake van ruis.
Zender – codeerder van een bericht. De zender wil iets overbrengen, ergens aan denkt, en dit omzet in
woorden, uitdrukkingen of gebaren, oftewel codes.
Ontvanger – ontvangt een bericht. Hij decodeert de code die de zender stuurt. Hierdoor krijgt de boodschap
betekenis.
Feedback – reactie geven aan de zender.
Ruis – een storing in het communicatieproces
Externe ruis – iets van buitenaf verstoort de communicatieproces
Interne ruis – De ruis komt door de persoon zelf
Culturele ruis – verschillende betekenissen van de boodschap in verschillende culturen
Context – de omgeving waarin het gesprek plaatsvindt.

Interactieanalyse:
interactie betekent wisselwerking. Analyse betekent onderzoek. De interactieanalyse is dus een
onderzoeksmethode die kijkt naar de interactie (wisselwerking) tussen personen in een communicatieproces.

Interlanguagebenadering:
Interlanguage betekent tussen talen. Bij de interlanguagebenadering wordt er gekeken hoe mensen een zin
formuleren in verschillende talen. De interlanguagebenadering is een manier om verschillen te onderzoeken
bij mensen die een andere taal spreken dan hun moedertaal.
$11.62
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
maaikesietsma03
4.5
(2)

Conoce al vendedor

Seller avatar
maaikesietsma03 LOI - Leidse Onderwijsinstellingen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
7
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
0
Documentos
3
Última venta
1 mes hace

4.5

2 reseñas

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes