Klinische Psychologie Theorieën, Psychopathologie,
Diagnostiek en Behandeling
,Inhoud
Klinische Psychologie Theorieën, Psychopathologie, Diagnostiek en Behandeling ............................0
Introductie klinische psychologie en benaderingen in de psychologie ...........................................2
Angststoornissen ............................................................................................................................7
Stemmingsstoornissen ................................................................................................................. 17
Psychotische stoornissen.............................................................................................................. 31
Trauma- en stressor- gerelateerde stoornissen ............................................................................ 41
Dissociatieve stoornissen ............................................................................................................. 48
Persoonlijkheidsstoornissen ......................................................................................................... 57
Obsessieve Compulsieve Stoornis en verwante dwangstoornissen .............................................. 68
Disruptieve,- impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen................................................. 76
Eetstoornissen .............................................................................................................................. 81
Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen ............................................................................ 86
Verplichte additionele literatuur .................................................................................................. 93
H11 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen bij volwassenen ........................................... 93
H18 Somatisch – symptoom – stoornis en verwante stoornissen ............................................. 97
1
, Introductie klinische psychologie en benaderingen in de psychologie
H1 – H3 - H4 - H5 - H7 - H8 Abnormaal gedrag en de referentiekaders in de psychologie
Factoren die bepalen of gedrag als pathologisch wordt beschouwd (Seligman et al., 2001):
1. Persoonlijk lijden
2. Disfunctionaliteit gedrag
3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies
Seligman twee situaties waarin gedrag als controleverlies wordt geïnterpreteerd:
i. sociale regels die die gedrag persoon sturen werken niet meer [vriendelijke man is
woedend en sloopt interieur]
ii. Toeschouwer kent de oorzaak/aanleiding van het gedrag niet en kan het niet achterhalen
[iemand is net bestolen en loopt tierend over straat zonder jas]
5. Opvallend en onconventioneel gedrag
- Mensen gebruiken hun eigen gedrag als maatstaf, alles wat daarvan afwijkt wordt als
abnormaal gezien [groen haar en piercing apart vinden in een dorp, maar in de stad
wordt dit normaler gevonden]
- Non- conformistisch gedrag moet ook als sociaal onwenselijk gezien worden dan pas is
het pathologisch
- Opvallend gedrag dat wenselijk is en alleen statistisch afwijkt wordt niet als pathologisch
gezien [goed piano kunnen spellen]
6. Gedrag dat ongemak bij anderen teweegbrengt
- Impliciete sociale verwachtingen [restregels] worden overschreden [iemand niet
aankijken, te dicht op iemand zitten]
7. Overtreden morele regels
- Alles wat ‘slecht’ is is abnormaal [agressief gedrag of dreigmails sturen]
Normaal en abnormaal: waar ligt de grens?
1. Statistisch model
Menselijke eigenschappen zijn min of meer normaal
verdeeld in de algemene bevolking; er is sprake van
abnormaliteit bij extreem lage of hoge scores op deze
eigenschappen
Kritiek op statistisch model:
1. Grens tussen ‘normaal’ en ‘abnormaal’ is
arbitrair (waar exact ligt grens?).
2. Specificeert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn (uitzonderlijke dx hebben geen normaal
verdeling).: sommige vormen van psychopathologie zijn zeer uitzonderlijk [genderdysforie]
1:30.000 en dus niet normaalverdeeld
3. Onduidelijk of er sprake is van individueel lijden [je hoeft niet te lijden onder extreem
gescoorde eigenschappen op de normaalverdeling, zoals hoge intelligentie of weinig angst]
2
, 2. Medisch of ziektemodel
Psychische stoornissen zijn vergelijkbaar met somatische ziekten en het best te verhelpen door
de onderliggende somatogene of psychogene mechanismen te bestrijden. → lichamelijke of
psychogene aandoening ligt ten grondslag aan psychische stoornis [psychose door syfilisinfectie]
Kritiek op medisch model:
1. Bij veel psychische stoornissen geen onderliggend mechanisme aangetoond
2. Term als ziekte werkt stigmatisering in de hand.
3. Patiënt heeft passieve rol → therapeut of arts bepaald wat er aan de hand is en welke
behandeling gekozen moet worden. Behandeling om te genezen
3. Leer- of onderwijsmodel
Stoornissen zijn ontstaan door verkeerd gelopen leerprocessen
Voordelen:
1. Het is minder stigmatiserend.
2. Het doet meer recht aan eigen verantwoordelijkheid van mensen met een persoonlijk
probleem. [bij ziekte zijn ze niet verantwoordelijk, bij stoornis wel→ afwijking van
ziektemodel]
3. Het doet meer recht aan hetgeen plaatsvindt bij psychologische hulpverlening.
Client expertise over wat ze wensen/ behoeften en arts kijkt wat de beste behandeling is
▪ Continuüm tussen psychische gezondheid en psychische problemen, aansluitend bij het
statistisch model. Een duidelijke grens is er niet.
3
Diagnostiek en Behandeling
,Inhoud
Klinische Psychologie Theorieën, Psychopathologie, Diagnostiek en Behandeling ............................0
Introductie klinische psychologie en benaderingen in de psychologie ...........................................2
Angststoornissen ............................................................................................................................7
Stemmingsstoornissen ................................................................................................................. 17
Psychotische stoornissen.............................................................................................................. 31
Trauma- en stressor- gerelateerde stoornissen ............................................................................ 41
Dissociatieve stoornissen ............................................................................................................. 48
Persoonlijkheidsstoornissen ......................................................................................................... 57
Obsessieve Compulsieve Stoornis en verwante dwangstoornissen .............................................. 68
Disruptieve,- impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen................................................. 76
Eetstoornissen .............................................................................................................................. 81
Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen ............................................................................ 86
Verplichte additionele literatuur .................................................................................................. 93
H11 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen bij volwassenen ........................................... 93
H18 Somatisch – symptoom – stoornis en verwante stoornissen ............................................. 97
1
, Introductie klinische psychologie en benaderingen in de psychologie
H1 – H3 - H4 - H5 - H7 - H8 Abnormaal gedrag en de referentiekaders in de psychologie
Factoren die bepalen of gedrag als pathologisch wordt beschouwd (Seligman et al., 2001):
1. Persoonlijk lijden
2. Disfunctionaliteit gedrag
3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies
Seligman twee situaties waarin gedrag als controleverlies wordt geïnterpreteerd:
i. sociale regels die die gedrag persoon sturen werken niet meer [vriendelijke man is
woedend en sloopt interieur]
ii. Toeschouwer kent de oorzaak/aanleiding van het gedrag niet en kan het niet achterhalen
[iemand is net bestolen en loopt tierend over straat zonder jas]
5. Opvallend en onconventioneel gedrag
- Mensen gebruiken hun eigen gedrag als maatstaf, alles wat daarvan afwijkt wordt als
abnormaal gezien [groen haar en piercing apart vinden in een dorp, maar in de stad
wordt dit normaler gevonden]
- Non- conformistisch gedrag moet ook als sociaal onwenselijk gezien worden dan pas is
het pathologisch
- Opvallend gedrag dat wenselijk is en alleen statistisch afwijkt wordt niet als pathologisch
gezien [goed piano kunnen spellen]
6. Gedrag dat ongemak bij anderen teweegbrengt
- Impliciete sociale verwachtingen [restregels] worden overschreden [iemand niet
aankijken, te dicht op iemand zitten]
7. Overtreden morele regels
- Alles wat ‘slecht’ is is abnormaal [agressief gedrag of dreigmails sturen]
Normaal en abnormaal: waar ligt de grens?
1. Statistisch model
Menselijke eigenschappen zijn min of meer normaal
verdeeld in de algemene bevolking; er is sprake van
abnormaliteit bij extreem lage of hoge scores op deze
eigenschappen
Kritiek op statistisch model:
1. Grens tussen ‘normaal’ en ‘abnormaal’ is
arbitrair (waar exact ligt grens?).
2. Specificeert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn (uitzonderlijke dx hebben geen normaal
verdeling).: sommige vormen van psychopathologie zijn zeer uitzonderlijk [genderdysforie]
1:30.000 en dus niet normaalverdeeld
3. Onduidelijk of er sprake is van individueel lijden [je hoeft niet te lijden onder extreem
gescoorde eigenschappen op de normaalverdeling, zoals hoge intelligentie of weinig angst]
2
, 2. Medisch of ziektemodel
Psychische stoornissen zijn vergelijkbaar met somatische ziekten en het best te verhelpen door
de onderliggende somatogene of psychogene mechanismen te bestrijden. → lichamelijke of
psychogene aandoening ligt ten grondslag aan psychische stoornis [psychose door syfilisinfectie]
Kritiek op medisch model:
1. Bij veel psychische stoornissen geen onderliggend mechanisme aangetoond
2. Term als ziekte werkt stigmatisering in de hand.
3. Patiënt heeft passieve rol → therapeut of arts bepaald wat er aan de hand is en welke
behandeling gekozen moet worden. Behandeling om te genezen
3. Leer- of onderwijsmodel
Stoornissen zijn ontstaan door verkeerd gelopen leerprocessen
Voordelen:
1. Het is minder stigmatiserend.
2. Het doet meer recht aan eigen verantwoordelijkheid van mensen met een persoonlijk
probleem. [bij ziekte zijn ze niet verantwoordelijk, bij stoornis wel→ afwijking van
ziektemodel]
3. Het doet meer recht aan hetgeen plaatsvindt bij psychologische hulpverlening.
Client expertise over wat ze wensen/ behoeften en arts kijkt wat de beste behandeling is
▪ Continuüm tussen psychische gezondheid en psychische problemen, aansluitend bij het
statistisch model. Een duidelijke grens is er niet.
3