Inhoudsopgave
Samenvatting Infertiliteit en subfertiliteit:......................................................1
Deel 1: Basisbegrippen van de menselijke voortplanting:..............................................1
Deel 2: Kinderwens......................................................................................................... 6
2. Oriënterend fertiliteitsonderzoek.............................................................................6
3. Cyclusstoornissen.................................................................................................. 11
4. Endometriose........................................................................................................ 14
5. Uterusafwijkingen.................................................................................................. 16
6. Tubapathologie...................................................................................................... 17
7. Genetische afwijkingen......................................................................................... 18
8. Mannelijke subfertiliteit......................................................................................... 20
9. Ovulatie-inductie en intra-uteriene inseminatie....................................................22
10. IVF en ICSI........................................................................................................... 24
11. Reproductieve heelkunde....................................................................................28
Deel 3: Behandeling van fertiliteitsproblemen:.............................................................29
12. Pre-implantatie pregenetische diagnose.............................................................29
13. Fertiliteitspreservatie........................................................................................... 30
14. Donatie en receptie van gameten en embryo’s...................................................30
15. Leefstijl en fertiliteit............................................................................................ 34
16. Follow-up............................................................................................................. 34
17. Langetermijngevolgen voor de vrouw.................................................................34
Casuïstiek:................................................................................................................. 34
Counseling in de fertiliteit:............................................................................................35
Psychologische effecten van sub-en infertiliteit:...........................................................43
Samenvatting Infertiliteit en subfertiliteit:
Deel 1: Basisbegrippen van de menselijke
voortplanting:
1. Hormonen en voortplanting
3 niveaus
1
, • gonaden:
o eiserstokken en testikels
o produceren progesteron, testosteron en oestrogeen
• hypofyse: regelt werking van alle andere klieren
o LH en FSH voor gonaden
• Hypothalamus
o neuro-endocriene cellen produceren releasing factors:
GnRH
• feedback
2. Hormonale regulatoren
GnRH:
• eiwithormoon met 10 aminozuren
• korte halfwaardetijd
• pulsatiele secretie
• man om 2 uur
• vrouw wisselt volgens ogenblik cyclus
AMH:
Anti mulairian hormon
• productie door
o Sertolicellen testis en granulosacellen ovarium
o regressie gangen van Müller bij mannelijke foetus
o bij vrouw rol in follikelgroei
o indicatie over reserve aan follikels
• Eicellen laten invriesen: AMH bepaling doen
zegt niks over kans om zwanger te worden
Gonadotrofinen:
• FSH
o halfwaardetijd 240 minuten
o groei rijpe follikel
o stimulatie aromataseactiviteit: zet androgenen om in
oestrogenen
o inductie LH-receptoren
= ultieme teken folliculaire maturatie
• LH
o halfwaardetijd 60 minuten
o functie wisselt volgens ogenblik cyclus
o proliferatieve fase: productie androgenen
o eens LH-receptoren: rol in eicelmaturatie, follikelruptuur
en activiteit corpus luteum
o LH piek: zorgt voot eisprong
Effect van GnRH op gonadotrope secretie:
• Hypothalamus maakt GnRH stimuleert loslating en stimulatie
hypofyse: productie LH en FSH
• Oestrogenen bifasisch effect: negatieve en positieve feedback
o onderdrukken loslating LH en FSH
o verhogen synthese van LH
2
, o na enkele dagen verhogen gevoeligheid van
gonadotrope cellen voor GnRH waardoor reserve kan
vrijkomen
o > LH-piek
3. De ovariële cyclus
Folliculogenese:
• follikels aangelegd tijdens embryonale periode
= primordiale follikels
• geboorte : 1 miljoen eicellen
• voortdurende groeifase
• tot aan puberteit eindigt groei met atresie
(kapotgaan zonder eisprong)
• toename LH en FSH: recrutering follikels
• FSH drempelwaarde: follikelselectie
• dominantie van één follikel
3: oestrogenen, 1: LH,
2: FSH, 4: progesteron
Ovulatie:
• ovulatiefase start met LH-stijging, LH-piek na 24u en houdt
48u aan
• vermindering oestradiol
• productie progesteron
• cumulus oöphorus komt vrij
• opening in follikelwand
• meiostische deling en uitstoting 1° poolichaampje
• follikelvocht vloeit gedurende verschillende uren
De luteale fase:
• corpus luteum ziet geel (12-17 dagen in leven)
• opstapeling cholesterol nodig voor progesteroneproductie
• Progesteron productie stopt als corpus lutem dood is: zorgt
voor menstruatie
• HCG zorgt ervoor dat corpus luteum in leven blijft
zwangerschap mogelijk
4. Steroïden
Oestrogenen (pg/ml)
• vrouwelijke hormonen
• geproduceerd door granulosacellen en in vetweefsel
• ontwikkeling secundaire geslachtskenmerken
• ontwikkeling inwendige geslachtsorganen
• antagonist van testosteron
• inductie progesteronreceptoren
• regulatie secretie gonadotropinen
• cervicale mucusproductie
• oestrogenen = oestradiol
Androgenen:
testosteron, androsteendion, DHEA
3
, • testosteronspiegels bij vrouw 10x lager dan bij man
• seksuele beharing
• libido
• rol in zaadcelproductie
Progesteron (ng/ml)
• tussenschakel in synthese androgenen en oestrogenen
• functie na ovulatie
• voorbereiding endometrium op innesteling
• tijdens zwangerschap in stand gehouden door hCG van
placenta
• vanaf 8° week overgenomen door placenta
• >1ng/ml als er een eisprong is geweest
5. Spermatogenese
Hormonale regulatie van de spermatogenese:
• productie start bij puberteit
• continu tot oudere leeftijd
• kiemcellen ondergaan 2 reductiedelingen waaruit 4
spermatozoa ontstaan
• kiemcellen ondergaan mitoses waardoor reserve bewaard blijft
• testosteroneproductie door Leydigcellen
Van kiemcel tot ejaculaat:
• 74 dagen
• spermatogenese in omgeving van Sertolicellen
• zaadcel
o kleine kop gecondenseerd genoom (met dna)
o hals met mitochondriën > energie voor
staartbewegingen
o staart
Het ejaculaat:
• 90% uit secreet zaadblaasjes en prostaat
• 2-5 ml
• pH 7,2 tot 7,8
• vruchtbaarheid van ejaculaat enorme variaties binnen
eenzelfde persoon en tussen personen onderling
• minimumkenmerken volgens WHO
6. Bevruchting en implantatie
Oögenese en spermatogenese:
• onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke wezens begint
bij gameten
• zaadcellen en eicellen gelijk aandeel in overdracht genetisch
materiaal, uitzondering mitochondriaal DNA van eicel
• genetische eindreslultaat eicellen en zaadcellen zelfde,
traject heel verschillend
• Eicel:
o meiose begint voor de geboorte, afgewerkt bij
ovulatie
4
Samenvatting Infertiliteit en subfertiliteit:......................................................1
Deel 1: Basisbegrippen van de menselijke voortplanting:..............................................1
Deel 2: Kinderwens......................................................................................................... 6
2. Oriënterend fertiliteitsonderzoek.............................................................................6
3. Cyclusstoornissen.................................................................................................. 11
4. Endometriose........................................................................................................ 14
5. Uterusafwijkingen.................................................................................................. 16
6. Tubapathologie...................................................................................................... 17
7. Genetische afwijkingen......................................................................................... 18
8. Mannelijke subfertiliteit......................................................................................... 20
9. Ovulatie-inductie en intra-uteriene inseminatie....................................................22
10. IVF en ICSI........................................................................................................... 24
11. Reproductieve heelkunde....................................................................................28
Deel 3: Behandeling van fertiliteitsproblemen:.............................................................29
12. Pre-implantatie pregenetische diagnose.............................................................29
13. Fertiliteitspreservatie........................................................................................... 30
14. Donatie en receptie van gameten en embryo’s...................................................30
15. Leefstijl en fertiliteit............................................................................................ 34
16. Follow-up............................................................................................................. 34
17. Langetermijngevolgen voor de vrouw.................................................................34
Casuïstiek:................................................................................................................. 34
Counseling in de fertiliteit:............................................................................................35
Psychologische effecten van sub-en infertiliteit:...........................................................43
Samenvatting Infertiliteit en subfertiliteit:
Deel 1: Basisbegrippen van de menselijke
voortplanting:
1. Hormonen en voortplanting
3 niveaus
1
, • gonaden:
o eiserstokken en testikels
o produceren progesteron, testosteron en oestrogeen
• hypofyse: regelt werking van alle andere klieren
o LH en FSH voor gonaden
• Hypothalamus
o neuro-endocriene cellen produceren releasing factors:
GnRH
• feedback
2. Hormonale regulatoren
GnRH:
• eiwithormoon met 10 aminozuren
• korte halfwaardetijd
• pulsatiele secretie
• man om 2 uur
• vrouw wisselt volgens ogenblik cyclus
AMH:
Anti mulairian hormon
• productie door
o Sertolicellen testis en granulosacellen ovarium
o regressie gangen van Müller bij mannelijke foetus
o bij vrouw rol in follikelgroei
o indicatie over reserve aan follikels
• Eicellen laten invriesen: AMH bepaling doen
zegt niks over kans om zwanger te worden
Gonadotrofinen:
• FSH
o halfwaardetijd 240 minuten
o groei rijpe follikel
o stimulatie aromataseactiviteit: zet androgenen om in
oestrogenen
o inductie LH-receptoren
= ultieme teken folliculaire maturatie
• LH
o halfwaardetijd 60 minuten
o functie wisselt volgens ogenblik cyclus
o proliferatieve fase: productie androgenen
o eens LH-receptoren: rol in eicelmaturatie, follikelruptuur
en activiteit corpus luteum
o LH piek: zorgt voot eisprong
Effect van GnRH op gonadotrope secretie:
• Hypothalamus maakt GnRH stimuleert loslating en stimulatie
hypofyse: productie LH en FSH
• Oestrogenen bifasisch effect: negatieve en positieve feedback
o onderdrukken loslating LH en FSH
o verhogen synthese van LH
2
, o na enkele dagen verhogen gevoeligheid van
gonadotrope cellen voor GnRH waardoor reserve kan
vrijkomen
o > LH-piek
3. De ovariële cyclus
Folliculogenese:
• follikels aangelegd tijdens embryonale periode
= primordiale follikels
• geboorte : 1 miljoen eicellen
• voortdurende groeifase
• tot aan puberteit eindigt groei met atresie
(kapotgaan zonder eisprong)
• toename LH en FSH: recrutering follikels
• FSH drempelwaarde: follikelselectie
• dominantie van één follikel
3: oestrogenen, 1: LH,
2: FSH, 4: progesteron
Ovulatie:
• ovulatiefase start met LH-stijging, LH-piek na 24u en houdt
48u aan
• vermindering oestradiol
• productie progesteron
• cumulus oöphorus komt vrij
• opening in follikelwand
• meiostische deling en uitstoting 1° poolichaampje
• follikelvocht vloeit gedurende verschillende uren
De luteale fase:
• corpus luteum ziet geel (12-17 dagen in leven)
• opstapeling cholesterol nodig voor progesteroneproductie
• Progesteron productie stopt als corpus lutem dood is: zorgt
voor menstruatie
• HCG zorgt ervoor dat corpus luteum in leven blijft
zwangerschap mogelijk
4. Steroïden
Oestrogenen (pg/ml)
• vrouwelijke hormonen
• geproduceerd door granulosacellen en in vetweefsel
• ontwikkeling secundaire geslachtskenmerken
• ontwikkeling inwendige geslachtsorganen
• antagonist van testosteron
• inductie progesteronreceptoren
• regulatie secretie gonadotropinen
• cervicale mucusproductie
• oestrogenen = oestradiol
Androgenen:
testosteron, androsteendion, DHEA
3
, • testosteronspiegels bij vrouw 10x lager dan bij man
• seksuele beharing
• libido
• rol in zaadcelproductie
Progesteron (ng/ml)
• tussenschakel in synthese androgenen en oestrogenen
• functie na ovulatie
• voorbereiding endometrium op innesteling
• tijdens zwangerschap in stand gehouden door hCG van
placenta
• vanaf 8° week overgenomen door placenta
• >1ng/ml als er een eisprong is geweest
5. Spermatogenese
Hormonale regulatie van de spermatogenese:
• productie start bij puberteit
• continu tot oudere leeftijd
• kiemcellen ondergaan 2 reductiedelingen waaruit 4
spermatozoa ontstaan
• kiemcellen ondergaan mitoses waardoor reserve bewaard blijft
• testosteroneproductie door Leydigcellen
Van kiemcel tot ejaculaat:
• 74 dagen
• spermatogenese in omgeving van Sertolicellen
• zaadcel
o kleine kop gecondenseerd genoom (met dna)
o hals met mitochondriën > energie voor
staartbewegingen
o staart
Het ejaculaat:
• 90% uit secreet zaadblaasjes en prostaat
• 2-5 ml
• pH 7,2 tot 7,8
• vruchtbaarheid van ejaculaat enorme variaties binnen
eenzelfde persoon en tussen personen onderling
• minimumkenmerken volgens WHO
6. Bevruchting en implantatie
Oögenese en spermatogenese:
• onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke wezens begint
bij gameten
• zaadcellen en eicellen gelijk aandeel in overdracht genetisch
materiaal, uitzondering mitochondriaal DNA van eicel
• genetische eindreslultaat eicellen en zaadcellen zelfde,
traject heel verschillend
• Eicel:
o meiose begint voor de geboorte, afgewerkt bij
ovulatie
4