Sociologie: H2: de taak en de houding v de socioloog
De socioloog heeft drie taken en vervult deze door een viertal houdingen aan te nemen.
De taak van de socioloog
- Moet de sociale wh voor mensen doorzichtig én beheersbaar maken + mensen
via kennis meer greep geven op eigen leven
Taak wordt dringender en moeilijk bij complexer en groter worden v sl -> er is dus
een ‘verdichting’ van sociale relaties.
1) Cijferaar: de empirische – analytische taak
- Niet veronderstellen dat…maar onderzoeken wat, hoe, wanneer
- Bv. hoeveel spijbelaars zijn er?
- Gegevens verzamelen over sl, beschrijving geven hoe sl werkt – sl zichtbaar
maken/wat gebeurt erin
- Complicaties contingente: bep verbanden kunnen duidelijk aanwezig zijn maar
sommige kunnen niet zichtbaar zijn
- Contingente impliceert dat wij als sociologen veel meer onderzoek moeten doen
dan die v exacte wet -> spijbelaars = anders in Spanje maar cijfers hetzelfde –
verbanden zijn in termen van kansen
- Sociologie veronderstelt dat we betrouwbare kennis verwerven over sl
Moeten inzicht verwerven in samenhangen die zich daarin voordoen en vat
krijgen op regelmaten en oorzaak-gevolgrelaties
= empirisch – analytische opdracht
- Sociale vraagstelling: is dat echt zo? Is dat een nieuw verschijnsel? Doet zich dat
ook elders, in andere landen, voor?
- Onderzoek: mens is sterk geïndividualiseerd. Gedrag v hedendaagse individu, zijn
denken, doen en voelen worden volgens hen in veel mindere mate dan vroeger
bepaald door groep of collectiviteit (bv. geslacht, nationaliteit…).
‘reflexief individu’: informeert en gebruikt dit bij maken van keuzes. + eigen
innerlijk -> individu steunt op psychotherapeutische kennis
- Onderzoek: denken en voelen meer voorspelbaar geworden (individualisering
verworpen)
- Opleiding sociologen: methoden leren om;
A) Kennis te verwerven om te observeren en waarnemingen te registreren
B) Waarnemingen te analyseren en er conclusies uit trekken
C) Gegevens op efficiënte, betrouwbare manier om te zetten in bruikbare info en
kennis
De socioloog heeft drie taken en vervult deze door een viertal houdingen aan te nemen.
De taak van de socioloog
- Moet de sociale wh voor mensen doorzichtig én beheersbaar maken + mensen
via kennis meer greep geven op eigen leven
Taak wordt dringender en moeilijk bij complexer en groter worden v sl -> er is dus
een ‘verdichting’ van sociale relaties.
1) Cijferaar: de empirische – analytische taak
- Niet veronderstellen dat…maar onderzoeken wat, hoe, wanneer
- Bv. hoeveel spijbelaars zijn er?
- Gegevens verzamelen over sl, beschrijving geven hoe sl werkt – sl zichtbaar
maken/wat gebeurt erin
- Complicaties contingente: bep verbanden kunnen duidelijk aanwezig zijn maar
sommige kunnen niet zichtbaar zijn
- Contingente impliceert dat wij als sociologen veel meer onderzoek moeten doen
dan die v exacte wet -> spijbelaars = anders in Spanje maar cijfers hetzelfde –
verbanden zijn in termen van kansen
- Sociologie veronderstelt dat we betrouwbare kennis verwerven over sl
Moeten inzicht verwerven in samenhangen die zich daarin voordoen en vat
krijgen op regelmaten en oorzaak-gevolgrelaties
= empirisch – analytische opdracht
- Sociale vraagstelling: is dat echt zo? Is dat een nieuw verschijnsel? Doet zich dat
ook elders, in andere landen, voor?
- Onderzoek: mens is sterk geïndividualiseerd. Gedrag v hedendaagse individu, zijn
denken, doen en voelen worden volgens hen in veel mindere mate dan vroeger
bepaald door groep of collectiviteit (bv. geslacht, nationaliteit…).
‘reflexief individu’: informeert en gebruikt dit bij maken van keuzes. + eigen
innerlijk -> individu steunt op psychotherapeutische kennis
- Onderzoek: denken en voelen meer voorspelbaar geworden (individualisering
verworpen)
- Opleiding sociologen: methoden leren om;
A) Kennis te verwerven om te observeren en waarnemingen te registreren
B) Waarnemingen te analyseren en er conclusies uit trekken
C) Gegevens op efficiënte, betrouwbare manier om te zetten in bruikbare info en
kennis