Hoofdstuk 19: De lactatie
19.1 Algemene aspecten
• Mammalia of zoogdieren: specialisatie om vrucht te voeden
o Prenataal: placenta?
o Postnataal: melk?
• Andere functies van lacteren/zogen
o Moeder-jong binding
o Overdracht passieve immuniteit
§ Colostrum verhaal: rechtsreeks van moeder door darm barrière in bloed kalf
§ Lokale passieve immuniteit: Ig A geproduceerd in uierklier RBC
• langer vrijgesteld in melk: zolang kalf zoogt Ig A binnen
o Stimuleren ontwikkeling jong
• Melk: belangrijke voedingsbron voor mens
o Koeienmelk, geitenmelk, buffelmelk,…
• Melkklier
o Deel van de epidermis
o Aangelegd op einde van de embryonale periode
o Organisatie in alveoli, lobuli en lobulen
§ Groei is hormonaal gereguleerd (prolactine en oxytocine!)
§ Groot belang van bloedvoorziening
o Lacteren vereist veel energie: 60-80% van totale energie voor 1 reproductiecyclus
§ Interactie tussen melkklieren en reproductie! Bv lactatie anoestrus
19.2 De anatomie van de melkklier
• De anatomie en positie op lichaam verschilt sterk
o Koe: inguinale locatie, 4 tepels met klier per tepel
o Geit: inguinale locatie, 2 tepels met klier per tepel
o Kat: thoraco-abdominale locatie, 8 tepels met 3-7 klieren per tepel
§ = Melklijsten!
o Hond: thoraco- abdominale locatie, 10-12 tepels met 7-20 klieren per tepel
o Paard: inguinale locaties, 2 tepels met 2 klieren per tepel
o Varken: thoraco-abdominale locatie, 12-14 tepels met 2 klieren per tepel
o Mens: thoracale locatie, 2 tepels met 10-25 klieren per tepel
§ Vele fijne tepelkanalen: kan makkelijkere verstoppen
o Uierontsteking
§ Koe: lokaal behandelen: spuittip in tepelgat
§ Paard: 2 tepelkanalen in tepel: moeilijk spuit in steken
§ Vrouw: onmogelijk lokaal behandelen: enkel oraal behandelbaar!
• Klierweefsel heeft epitheliale oorsprong
o Melk alveoli 0.1-0.3mm in doorsnede = 0.1 ml melk, gegroepeerd in trosjes
§ Rond alveole en kleinste afvoergangen: myo-epitheliale cellen
§ Per 150 – 200 alveoli 1 lobulus
• Meerdere lobuli vormen lobus
• Omgevend BW met collageen en elastine
o Ook secretoir epitheel in kleinste afvoergangen
1
, • Afvoerkanalen komen samen in uiercisterne
o Tepel met tepelcisterne
§ Geplooid epitheel dat kanaal goed afsluit
§ Keratineplug in het slotgat bij niet lacterende uier
• Bacteriostatische plug: bacteriën tegenhouden
§ Circulaire gladde spierlaag
§ Bij koe slechts klein deel melk in tepelcisternen bijgehouden
• Grootste deel zit in klierweefsel (bij geit net meer in tepel)
19.2.1 Koeienuier
• Belangrijkste melkgever na jarenlange selectie
o Kan veel melk opslaan, wel kleine uiercisternen (0.1-0.5L)
§ Tepelcisterne + tepelkanaal + rosette van Fürstenberg
• R: ring van venen: venzeuze plexus
o Belangrijk tepelamputatie hieronder!
o 1 klier per kwartier
o Middelste en laterale ophangband
o Voorste kwartier kleiner dan achterkwartier
o Morfologie uier verschilt volgens leeftijd, vullingstoestand en lactatie stadium
§ Belang selectie, melktechniek: doorzakking vermijden!
• Bloedvoorziening
o Arteries via inguinaal kanaal (caudale en craniale tak)
§ Sterk gebogen om uitrekking mogelijk te maken
o Veneuze retour: uiervene!!
§ Zelfde weg terug (inguinaal naar vena cava caudalis)
§ Subcutaan via melkader naar craniale vena cava cranialis (1/3 van het bloed)
o Tijdens toplactatie
§ 750 liter bloed door uier stromen per liter geproduceerde melk
• 20% van Cardiac output is bestemd voor de uier
§ Uier extraheert tot 50% van de aanwezige O2 in arterieel bloed
§ Uier neemt tot 35-50% van de bloedglucose op (Glut 1/3 transporter!)
• Verbruikt deze om melk te kunnen maken EN steekt energie in melk
• Lymfedrainage
o Tot 2 liter lymfe per liter melk
o Supramammaire lymfeknopen te voelen bij ontsteking
• Bezenuwing
o Groot belang sensorische zenuwen
§ Vooral tepel sterk bezenuwt
o Groot belang sympathische bezenuwing
§ Regulatie bloedvloei en dus melkproductie
§ Gladde spiercellen in tepel
§ Geen bezenuwing in klierweefsel!
§ Gestresseerd dier: minder melkproductie!
o Parasymatische vezels niet aanwezig in klierweefsel!
2
19.1 Algemene aspecten
• Mammalia of zoogdieren: specialisatie om vrucht te voeden
o Prenataal: placenta?
o Postnataal: melk?
• Andere functies van lacteren/zogen
o Moeder-jong binding
o Overdracht passieve immuniteit
§ Colostrum verhaal: rechtsreeks van moeder door darm barrière in bloed kalf
§ Lokale passieve immuniteit: Ig A geproduceerd in uierklier RBC
• langer vrijgesteld in melk: zolang kalf zoogt Ig A binnen
o Stimuleren ontwikkeling jong
• Melk: belangrijke voedingsbron voor mens
o Koeienmelk, geitenmelk, buffelmelk,…
• Melkklier
o Deel van de epidermis
o Aangelegd op einde van de embryonale periode
o Organisatie in alveoli, lobuli en lobulen
§ Groei is hormonaal gereguleerd (prolactine en oxytocine!)
§ Groot belang van bloedvoorziening
o Lacteren vereist veel energie: 60-80% van totale energie voor 1 reproductiecyclus
§ Interactie tussen melkklieren en reproductie! Bv lactatie anoestrus
19.2 De anatomie van de melkklier
• De anatomie en positie op lichaam verschilt sterk
o Koe: inguinale locatie, 4 tepels met klier per tepel
o Geit: inguinale locatie, 2 tepels met klier per tepel
o Kat: thoraco-abdominale locatie, 8 tepels met 3-7 klieren per tepel
§ = Melklijsten!
o Hond: thoraco- abdominale locatie, 10-12 tepels met 7-20 klieren per tepel
o Paard: inguinale locaties, 2 tepels met 2 klieren per tepel
o Varken: thoraco-abdominale locatie, 12-14 tepels met 2 klieren per tepel
o Mens: thoracale locatie, 2 tepels met 10-25 klieren per tepel
§ Vele fijne tepelkanalen: kan makkelijkere verstoppen
o Uierontsteking
§ Koe: lokaal behandelen: spuittip in tepelgat
§ Paard: 2 tepelkanalen in tepel: moeilijk spuit in steken
§ Vrouw: onmogelijk lokaal behandelen: enkel oraal behandelbaar!
• Klierweefsel heeft epitheliale oorsprong
o Melk alveoli 0.1-0.3mm in doorsnede = 0.1 ml melk, gegroepeerd in trosjes
§ Rond alveole en kleinste afvoergangen: myo-epitheliale cellen
§ Per 150 – 200 alveoli 1 lobulus
• Meerdere lobuli vormen lobus
• Omgevend BW met collageen en elastine
o Ook secretoir epitheel in kleinste afvoergangen
1
, • Afvoerkanalen komen samen in uiercisterne
o Tepel met tepelcisterne
§ Geplooid epitheel dat kanaal goed afsluit
§ Keratineplug in het slotgat bij niet lacterende uier
• Bacteriostatische plug: bacteriën tegenhouden
§ Circulaire gladde spierlaag
§ Bij koe slechts klein deel melk in tepelcisternen bijgehouden
• Grootste deel zit in klierweefsel (bij geit net meer in tepel)
19.2.1 Koeienuier
• Belangrijkste melkgever na jarenlange selectie
o Kan veel melk opslaan, wel kleine uiercisternen (0.1-0.5L)
§ Tepelcisterne + tepelkanaal + rosette van Fürstenberg
• R: ring van venen: venzeuze plexus
o Belangrijk tepelamputatie hieronder!
o 1 klier per kwartier
o Middelste en laterale ophangband
o Voorste kwartier kleiner dan achterkwartier
o Morfologie uier verschilt volgens leeftijd, vullingstoestand en lactatie stadium
§ Belang selectie, melktechniek: doorzakking vermijden!
• Bloedvoorziening
o Arteries via inguinaal kanaal (caudale en craniale tak)
§ Sterk gebogen om uitrekking mogelijk te maken
o Veneuze retour: uiervene!!
§ Zelfde weg terug (inguinaal naar vena cava caudalis)
§ Subcutaan via melkader naar craniale vena cava cranialis (1/3 van het bloed)
o Tijdens toplactatie
§ 750 liter bloed door uier stromen per liter geproduceerde melk
• 20% van Cardiac output is bestemd voor de uier
§ Uier extraheert tot 50% van de aanwezige O2 in arterieel bloed
§ Uier neemt tot 35-50% van de bloedglucose op (Glut 1/3 transporter!)
• Verbruikt deze om melk te kunnen maken EN steekt energie in melk
• Lymfedrainage
o Tot 2 liter lymfe per liter melk
o Supramammaire lymfeknopen te voelen bij ontsteking
• Bezenuwing
o Groot belang sensorische zenuwen
§ Vooral tepel sterk bezenuwt
o Groot belang sympathische bezenuwing
§ Regulatie bloedvloei en dus melkproductie
§ Gladde spiercellen in tepel
§ Geen bezenuwing in klierweefsel!
§ Gestresseerd dier: minder melkproductie!
o Parasymatische vezels niet aanwezig in klierweefsel!
2