Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 : Sociaal werk ....................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2: Mensenrechten .................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 3 : Morele perspectief ............................................................................................................ 7
Hoofdstuk 4: Sociaal werk in een superdiverse samenleving ................................................................ 10
Hoofdstuk 5: Intersectioneel denken..................................................................................................... 12
Hoofdstuk 6: Diversiteitscirkel ............................................................................................................... 14
Hoofdstuk 7: Leren van het verleden..................................................................................................... 15
Hoofdstuk 8: Vier historische kwesties .................................................................................................. 18
Filosofie vragen ...................................................................................................................................... 22
Wat je moet leren: ................................................................................................................................. 25
1
,Hoofdstuk 1 : Sociaal werk
De definitie van sociaal werk
‘Sociaal werk is een praktijkgericht beroep en een academische discipline die maatschappelijke
verandering, sociale cohesie en de emancipatie en zelfstandigheid van mensen bevordert. Principes
van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor
diversiteit staan centraal in het sociaal werk. Versterkt door theorieën van sociaal werk, sociale
wetenschappen, geesteswetenschappen en relevante lokale kennis, stimuleert het sociaal werk
mensen en instituties om uitdagingen in het leven aan te gaan en het welzijn van individu en
samenleving te verbeteren’.
Doelen
• Het bevorderen van maatschappelijke verandering en ontwikkeling.
• Het bevorderen van sociale cohesie.
• Het bevrijden van mensen uit onderdrukking en hen bemoedigen en ondersteunen om uit
vastgelopen situaties los te wrikken.
Fundamentele principes
• Sociale rechtvaardigheid
• Mensenrechten
• Collectieve verantwoordelijkheid
• Respect voor diversiteit
Kennis
• Theorieën over sociaal werk
• Kennis uit de sociale wetenschappen en geesteswetenschappen
• Lokale kennis uit de gemeenschappen waarin sociaal werk zich beweegt
Betekenissen van sociaal werk
• Sociaal werk staat voor een cluster van beroepen
• Sociaal werk staat voor een sector of domein: ‘zorg en welzijn’
• Sociaal werk staat voor een specifieke opleiding
• Sociaal werk staat voor kennisdomein ‘body of knowledge’ + ‘social theory’
Body of knowledge: een duidelijk te onderscheiden kennisgebied
Social theory: specifieke combinatie van theoretische disciplines of universitaire vakgebieden.
De kerntaken
• Ondersteunen en wegwijs maken
• Voor iemand zorgen
• Ontwikkelen en opvoeden
• Ingrijpen en optreden ( interventie )
• Gedrag beïnvloeden
• Verhoudingen beïnvloeden
• Signaleren en agenderen
2
, 3 hoofdterreinen
• Welzijn en samenleving
• In ’t jeugddomein -> zie opvoedmilieus
• Langdurige zorg
Opvoedmilieus
• Gezin
• School Stimulerend +
• Vrije tijd Beschermend
• Jeugdzorg
De verzorgingsstaat
De samenleving verandert steeds meer. De mens zou steeds meer op zichzelf aangewezen zijn.
( individualisering ) Jongeren belanden sneller in de hulpverlening, criminaliteit of vereenzamen.
Voorkomen worden door jezelf sociaal te handhaven, jezelf richting te geven, je kunnen aanpassen,
maar tegelijk een eigen identiteit te ontwikkelen. Sociaal werk is mensen in en met hun eigen
omgeving ondersteunen en mensen te leren beter met zichzelf en die omgeving om te gaan.
Participatiesamenleving = Van klassieke naar activerende verzorgingsstaat. ( inclusieve samenleving )
De verandering van de organisatie van solidariteit zorgde voor een aantal ongewenste neveneffecten.
• Sociale problemen werden aan ’t zicht onttrokken. ( stille armoede )
• Mensen stelden zich op als consumenten van de verzorgingsstaat. ( preventie )
• Angst voor free-rider gedrag.
Gevolgen
Lokalisering: De gemeente wordt aangewezen voor de verantwoordelijkheid over sociale- en
zorgproblemen.
Opkomst van preventie: Aanpak van problemen rond maatschappelijke veiligheid, welzijn en
leefbaarheid.
Versterking: burgerschap en civil society. Het streven van de overheid om burgers meer
verantwoordelijkheid te laten nemen.
Vermaatschappelijking van de zorg: De samenleving moet zich open stellen voor mensen met een
beperking. Anders raken ze vervreemd en afhankelijk van de maatschappelijke zorg.
Privatisering: Het proces waarbij het eigendom van bedrijven en diensten overgaan van overheid naar
de particuliere sector. Daarbij wordt publiek eigendom (zoals een staatsbedrijf) in particuliere handen
gebracht.
3