Particulier
SAMENVATTING
2025-2026
,Pagina 1 van 84
,Inhoudsopgave
1. Vakgebied verzekeringen 6
2. De verzekeringsmarkt en de distributiekanalen 7
3. De verzekeringsovereenkomst 10
4. Diverse verzekeringsbegrippen 12
5. Schadebehandeling 16
6. Gedragscodes, richtlijnen en convenanten 19
7. De behoefte aan verzekeringen 21
8. Risicobeheer 23
9. Woonverzekeringen 24
10. Reisverzekeringen 31
11. Annuleringsverzekering 32
12. Recreatieverzekeringen 33
13. Wettelijke bepalingen en begrippen verkeersverzekeringen 33
14. Motorrijtuigenverzekeringen 38
15. Motorrijtuigen gerelateerde verzekeringen 43
16. Pleziervaartuigen 45
17. Aansprakelijkheid en de wet 49
18. Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren 51
19. Rechtsbijstandsverzekering 54
20. Zorgverzekeringen 58
21. Ongevallenverzekeringen 66
22. Casusvragen beantwoorden op het examen 70
23. Rekenvaardigheden 71
24. Adviesvaardigheden 75
25. Het adviestraject 77
26. Omgaan met dilemma’s 80
27. Klantbelang centraal 82
Pagina 2 van 84
, 1.Vakgebied verzekeringen
Verzekering is de bescherming tegen de financiële gevolgen van risico’s. Een verzekering of assurantie is een
overeenkomst tussen een verzekeringsmaatschappij en een verzekeringnemer. Met een verzekering probeert de
verzekeringnemer een risico af te dekken dat hij zelf niet kan of wil dragen. Je draagt het risico dus over als klant.
Betrokken partijen bij een verzekering
De volgende partijen zijn betrokken bij een verzekering:
- Verzekeringnemer: de contractpartij die de verzekering afsluit. Meestal is dit ook de premiebetaler.
- Verzekerde: Bij schadeverzekeringen is het degene die recht heeft op een schadevergoeding. Bij
sommenverzekeringen is het degene op wiens leven of gezondheid de verzekering is afgesloten.
- Begunstigde: de persoon die de uitkering ontvangt. Bij schadeverzekeringen zijn begunstigde,
verzekeringnemer en verzekerde vaak dezelfde persoon.
- Verzekeraar: de maatschappij die het risico overneemt tegen premiebetaling en een vergoeding geeft als de
schade zich voordoet.
Wat deze partijen mogen en niet mogen is wettelijk vastgelegd. De particuliere consument wordt door deze wetgeving
behoorlijk beschermd.
Productvormen op hoofdlijnen
Er zijn 3 hoofdgroepen:
Schadeverzekeringen: strekken tot vergoeding van vermogensschade, die verzekerde kan lijden (art 7:944 BW). De
verzekerde heeft een deel van zijn vermogen in de verzekerde zaak gestoken. Wanneer de verzekerde zaak verloren
gaat, gaat daarmee een deel van het vermogen van de verzekerde verloren. De schadeverzekering vergoedt dat
vermogensverlies. Voorbeelden zijn; woonhuisverzekering, AVP, WA-verzekering voor de auto, zorgverzekering en
reisverzekering.
Sommenverzekering: heeft als kenmerk dat ze niet de geleden schade vergoeden, maar een vooraf afgesproken bedrag
bijvoorbeeld bij een levensverzekering (art. 7:975 BW). Artikel 7:964 van BW zegt: Sommenverzekering is een
verzekering waarbij het onverschillig is of en in hoeverre met de uitkering een schade wordt vergoed. Zij is slechts
toegelaten bij persoonsverzekering en bij verzekeringen welke daartoe bij algemenen maatregel van bestuur, zo nodig
binnen daarbij vast te stellen grenzen, zijn aangewezen. Deze type verzekeringen zijn alleen toegelaten bij
personenverzekeringen en bij verzekeringen die daartoe bij algemene maatregel van bestuur (Amvb) zijn aangewezen.
Indemniteitsbeginsel is niet van toepassing.
Personenverzekering: is een verzekering die het leven of de gezondheid van de mens betreft (art. 7:925 lid 2 BW). Een
persoonsverzekering kan een schadeverzekering zijn (bijvoorbeeld de zorgverzekering), maar ook een
sommenverzekering zijn (zoals een arbeidsongeschiktheids-, ongevallen-, of een levensverzekering).
Pagina 3 van 84
, 2.De verzekeringsmarkt en de distributiekanalen
Er zijn een aantal distributiekanalen binnen de verzekeringsbranche. Verzekeringen worden afgesloten door
bemiddeling van een tussenpersoon, een gevolmachtigde of een loondienstagent. Daarnaast worden verzekeringen
rechtstreeks aangeboden door verzekeringsmaatschappijen. In de laatste situatie spreken we van ‘direct writing’.
Adviseurs of bemiddelaars helpen de consument bij het maken van een keuze voor de meest geschikte verzekering.
Voor zijn inspanningen ontvangt de adviseur of bemiddelaar een vergoeding. Bij veel verzekeringsvormen is dat
provisie van de verzekeraar waarbij de verzekering is afgesloten. Bij andere verzekeringsvormen komt die vergoeding
op een andere manier tot stand. Verzekeraars die aangesloten zijn bij het Verbond van Verzekeraars, zijn verplicht om
een productwijzer op hun website beschikbaar te stellen, als zij verzekeringen via internet aanbieden. De
productwijzers zijn opgesteld om consumenten in eenvoudig Nederlands algemene, objectieve informatie over een
bepaald soort verzekering te geven in de oriëntatiefase. De productwijzers zijn gemaakt voor schadeverzekeringen en
levensverzekeringen.
Diverse soorten bemiddelaars
Sinds de ingangsdatum van de Wft zijn nieuwe benamingen ontstaan voor de bemiddelaars in financiële producten. De
hoofdindeling is naar product (verzekeringen, consumptief krediet, hypotheken en beleggingen) en daarna volgt een
indeling naar het soort bemiddelaar.
Binnen de groep van ongebonden (onafhankelijk) bemiddelaars wordt nog onderscheid gemaakt naar de manier van
adviseren: objectieve en selectieve analyse. Bij een objectieve analyse vergelijkt de bemiddelaar een groot aantal
financiële producten De bemiddelaar geeft ook aan waarom hij er uiteindelijk voor heeft gekozen om het
desbetreffende product te adviseren. Dit heet ook wel de ‘goodadviceverplichting’ van de onafhankelijke bemiddelaar.
Selectieve analyse houdt in dat de onafhankelijke bemiddelaar werkt met een beperkt aantal aanbieders. Hij heeft dus
een selectie gemaakt van aanbieders voor wie hij bemiddelt. Hij geeft bij de klant aan welke andere producten van
welke aanbieders een rol hebben gespeeld bij deze vergelijking.
Onder productieverplichtingen worden ‘afdwingbare verplichtingen’ verstaan. Het gaat daarbij dan om verplichtingen
om een bepaalde hoeveelheid productie bij een verzekeraar onder te brengen, ook al staat deze verplichting niet als
zodanig op schrift.
Een gevolmachtigde agent is een persoon die uit naam van en voor rekening en risico van een verzekeraar het
verzekeringsvak uitoefent. In een volmachtovereenkomst - een overeenkomst tussen de gevolmachtigde en de
verzekeraar - staan de bevoegdheden van de gevolmachtigde en de daarbij behorende beloning omschreven.
Bevoegdheden zijn bv. opmaken van polissen en afwikkelen van schades.
Een ander distributiekanaal loopt via de ‘direct writers’. Hierbij is rechtstreeks contact tussen de aanvrager/
contractant/verzekerde en de binnendienstmedewerkers van die direct write’. Doordat er geen gebruik wordt gemaakt
van een assurantietussenpersoon, betekent dit dat de direct writer over het algemeen een lagere premiestelling kan
aanbieden. Execution only maakt het mogelijk om een verzekerings- of bancair product af te sluiten zonder advies van
een financieel adviseur.
Er is vrijstelling voor bedrijven die verzekeringen verkopen als bijproduct. Bijvoorbeeld fiets- en reisverzekeringen. Het
is een ‘andere activiteit als hoofdactiviteit’.
De taken van de diverse bemiddelaars
Een van de taken van de bemiddelaar is het inwinnen van alle informatie die nodig is om te komen tot een goede
inventarisatie van de wensen en behoeften van de klant. Daarbij hoort o.a.:
- Het invullen van een klantrisicoprofiel
Pagina 4 van 84
, - Het verzorgen van de offerte(n)
- Het geven van de juiste voorlichting
- Het verstrekken of beschikbaar stellen van een productwijzer of verzekeringskaart
- Ondersteunen bij invullen van diverse aanvraagformulieren
- Ondersteunen bij voortgang en totstandkoming van de definitieve overeenkomst
Sinds 2018 moeten Europese verzekeraars voor schadeverzekeringen een insurance product information document
(IPID) aanbieden. Het IPID is de vervanger van de Nederlandse verzekeringskaart, die in Nederland al sinds 1 januari
2017 verplicht was. In het Nederlands wordt het IPID nog steeds verzekeringskaart genoemd, maar die is sinds 2018
opgesteld conform Europese regelgeving. Het IPID is een gestandaardiseerd informatiedocument over het
verzekeringsproduct. Het document wordt opgesteld door de aanbieder of ontwikkelaar van het verzekeringsproduct,
wat vaak neerkomt op de verzekeraar. Het doel van het IPID is dat cliënten kosteloos, op toegankelijke wijze de
belangrijkste productkenmerken lezen en verzekeringen kunnen vergelijken. Het geeft een samenvatting van de
verzekering op het gebied van de:
- Verzekeringsdekking
- Wijze en duur van betaling van premies
- Belangrijkste uitsluitingen en verplichtingen die voorkomen uit de overeenkomst
- Looptijd en wijze van beëindiging van de overeenkomst
Het IPID moet, voorafgaand aan het afsluiten van de verzekering, kosteloos worden verstrekt aan de consument. Ook
partijen waarvoor bemiddeling in verzekeringen géén hoofdactiviteit is en die geen vergunningsplicht hebben, moeten
het IPID verstrekken aan de klant. IPID geldt ook voor zorgverzekering.
Tijdens de looptijd van een financieel product zijn er taken voor de adviseur. Bij schadeverzekeringen is dat het
begeleiden van onder andere schadeafhandelingen en uitkeringen. Ook het doorvoeren van wijzigingen in de dekking
bij gewijzigde omstandigheden en het oversluiten van verzekeringen naar andere aanbieders als daar aanleiding voor
is, valt onder de taken. Bij de beëindiging van een financieel product kan een rol zijn weggelegd voor de financieel
adviseur, zoals tijdig opzeggen conform polisvoorwaarden, het verstrekken van alle bescheiden waar de klant recht op
heeft en het attenderen op het eindigen van polisdekkingen.
Soorten polissen
Maatschappijpolissen zijn polissen die per verzekeringsmaatschappij van premie en inhoud verschillen.
Makelaarspolissen zijn speciale polissen die tussenpersonen, de makelaars, gebruiken om een
verzekeringsovereenkomst in vast te leggen. Het is daarbij natuurlijk van belang dat er een verzekeringsmaatschappij is
die de gevraagde verzekering aan de hand van de door de makelaar opgestelde polis (gedeeltelijk) wil aanvaarden.
Beurspolissen zijn polissen waarvan meerdere verzekeraars, ieder voor een deel, het risico dragen. De beurspolissen
worden door verzekeraars en makelaars in assurantiën ontwikkeld en de voorwaarden worden ingeschreven bij een
notaris of rechtbank. Vooral in het bedrijfsleven, waar grote risico’s zijn af te dekken, worden dit soort polissen
gebruikt. Door gebruik te maken van beurspolissen kunnen deze grote risico’s worden gespreid over meerdere
verzekeraars (risicospreiding).
Insurance Distribution Directive (IDD)
Vanaf 1 oktober 2018 moeten marktpartijen voldoen aan de nieuwe Europese richtlijn verzekeringsdistributie (IDD).
De IDD is op 1 juli 2018 volledig geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Dat betekent dat alle partijen op de
Nederlandse assurantiemarkt sinds 1 oktober 2018 aan de IDD-normen moeten voldoen. Het doel is het gelijk maken
van speelveld voor marktpartijen, verbeteren bescherming consument en bevorderen Europese markt. De oude
richtlijn was gericht op bemiddelaars de nieuwe op alle partijen die betrokken zijn bij de totstandkoming. In de Wft
was een vrijstelling opgenomen voor nevenverzekeringstussenpersonen die verzekeringen aanbieden als aanvulling op
de verkoop van een goed of dienst. Deze vrijstelling vervalt en is vervangen door een nieuwe regeling die is
opgenomen in de bij de Wft behorende aparte vrijstellingsregeling: de vrijstellingsregeling Wft. Er is ook een
vrijstelling voor bepaalde groepen zoals hagelschade, paarden en vee, glas en reisbureaus. De IDD bevat normen over
de volgende onderwerpen:
- Vrijstellingen en vergunningsplicht (vakbekwaamheidseisen en beroepsaansprakelijkheidsverz)
- Transparantie (helder over beloningen enz)
- IPID (duidelijke verzekeringskaart)
- Productontwikkeling (samenwerking producent en verkoper)
- Koppelverkoop (verbod op plicht tot koppelverkoop)
- Beleggingsverzekeringen (valt niet in de reikwijdte van adviseur)
Pagina 5 van 84
, - Bemiddelen en advies (behoefte in kaart brengen)
Toezicht, klachten en geschillen
De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de verzekeraars en pensioenfondsen in Nederland. Wil een verzekeraar in
Nederland het verzekeringsbedrijf uitoefenen, dan moet de verzekeraar beschikken over een vergunning. Ter
bescherming van de belangen van de consument is tevens bepaald dat een verzekeraar uitsluitend
levensverzekeringen of uitsluitend schadeverzekeringen mag voeren. Veel verzekeringsmaatschappijen zijn juridisch
dan ook gesplitst in een leven- en een schademaatschappij.
De AFM is de gedragstoezichthouder op de financiële markten in Nederland. De belangrijkste taak van de AFM is het
toezicht houden op de financiële dienstverlening. Financieel dienstverleners moeten handelen in het belang van hun
klant. Zij moeten juiste, begrijpelijke en niet-misleidende informatie geven aan de klant.
De DNB en de AFM zijn algemene toezichthouders. In dit verband noemen we ook de sectorspecifieke toezichthouder
NZa (Nederlandse Zorgautoriteit).
Het Verbond van Verzekeraars is een belangenvereniging van particuliere verzekeraars in Nederland. De leden van het
verbond vertegenwoordigen samen meer dan 95 procent van de verzekeringsmarkt. Het verbond is geen
toezichthouder, maar is wel een groot voorstander van zelfregulering omdat dit het zelfreinigende vermogen van de
sector stimuleert. Vastgelegd in de Gedragscode Verzekeraars. Tevens zijn verbondsleden verplicht aangesloten bij het
Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening) en de Tuchtraad Financiële Dienstverlening (Assurantiën) in het
leven geroepen. De Tuchtraad toetst het gedrag van verzekeraars (onder andere) aan de zelfregulering. Het kifid
hanteert de volgende procedure:
- Intake: is klacht behandelbaar.
- Juridische toets: Opvragen extra documtenten. Bepalen gang naar Ombudsman of Geschillencommissie.
- Bemiddelen: de Ombudsman. Indien geen resultaat door naar Geschillencommissie.
- Geschillencommissie: eventueel met hoorzitting. Dan onderzoeksfase (4-6wkn). Dan volgt bindend of
niet-bindend advies. Alleen bij bindend advies kan gang naar Commissie van Beroep.
- Commissie van Beroep: financieel belang minimaal 25k. kosten hoger beroep 500e. Vindt plaats binnen 6wkn
na uitspraak Geschillencommissie.
Voor zorgverzekeringen kent men de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). De procedure is
vrijwel gelijk maar er is echter geen hoger beroep mogelijk.
In het fraudeprotocol (Protocol Verzekeraars & Criminaliteit) is vastgelegd hoe met verzekeringsfraude wordt
omgegaan. Het protocol heeft betrekking op alle verzekeringsvormen en op fraude door iedere betrokkene bij de
verzekeringsovereenkomst. Verzekeraars hebben bij de beoordeling van nieuwe aanvragen de mogelijkheid gebruik te
maken van het FISHsysteem (Fraude en Informatiesysteem Holland). Dit systeem biedt toegang tot diverse databanken
waaruit informatie verkregen kan worden over het schadeverleden en betalingsgedrag van een
aspirant-verzekeringnemer als daartoe aanleiding bestaat. Als bij beoordeling van een nieuwe offerte/aanvraag uit
FISH blijkt dat bepaalde gegevens niet of niet geheel naar waarheid zijn opgegeven, zal de desbetreffende aanvraag
geweigerd worden.
Pagina 6 van 84
, 3.De verzekeringsovereenkomst
De verzekeringsovereenkomst is opgebouwd uit verschillende aspecten. Hieronder een overzicht met tips voor in de
praktijk:
Premieopbouw:
- Risicodekking
- Provisie
- Winst
- Bedrijfskosten
- Overige kosten
- Assurantiebelasting
- Stroppenpot.
Zorg dat je weet wat er wordt bedoeld met deze onderdelen.
Zorg dat je weet wanneer er géén provisie wordt berekend.
Zorg dat je weet voor welke verzekeringen er géén assurantiebelasting wordt berekend.
Premiebetalingsplicht:
1. Betalen binnen de respijttermijn, meestal 30 dagen.
2. Eerste premie niet betaald?
1. Ontbinden
2. Opschorten.
3. Vervolgpremie niet of niet tijdig betaald?
1. Aanmaning ná premievervaldatum
2. Nog 14 dagen de tijd
3. Daarna pas opschorten of beëindigen.
4. Bij tussentijdse aanpassing moet soms premie worden bijbetaald (suppletiepremie) of krijgt men premie
terug (restitutiepremie).
5. Onder voorwaarden mag achterstallige premie worden verrekend met een schade-uitkering.
Polis en voorwaarden
Polis is het bewijs van bestaan en inhoud van verzekeringsovereenkomst.
De polisvoorwaarden zijn wederzijdse rechten en plichten, zoals bijvoorbeeld de omvang van de dekking.
Opzeggen
- Einde van de contractperiode met opzegtermijn van 2 maanden door verzekeraar of verzekeringnemer
- Sommige verzekeringen zijn onopzegbaar voor verzekeraar
- Tussentijdse opzegging door verzekeringnemer kan onder voorwaarden
- Opzegging zorgverzekering per 1 januari van elk jaar. Soms is tussentijds opzeggen mogelijk.
Gedragscode geïnformeerde verlenging en contractstermijnen particuliere schade- en inkomensverzekeringen
- Contractstermijn is standaard één jaar
- Opzegtermijn verzekeringnemer maximaal één maand
- Meerjarig contract d.m.v. een ‘dubbele’ handtekening.
Aanvraag
Vereiste:
- Wilsovereenstemming
- Bepaalbare zaak
- Geoorloofde zaak
- Handelingsbekwaam
Soms wordt een offerte uitgebracht. De aanvrager vult het aanvraagformulier in en ondertekent dit. Daarmee geeft hij
aan de verzekering af te willen sluiten.
Voorlopige dekking
- Verzekerd totdat de aanvraag definitief is geaccepteerd of alsnog door de verzekeraar of aanvrager wordt
afgewezen.
- Geen garantie dat de verzekeraar de verzekering uiteindelijk accepteert.
- Bevoegdheid van de tussenpersoon is afhankelijk van de afspraken met de verzekeraar.
Pagina 7 van 84
,Acceptatie
De verzekeraar beoordeelt het risico voordat hij definitief accepteert. Soms geldt acceptatieplicht
(basiszorgverzekering). Acceptatiekeuzes:
- Onder normale voorwaarden
- Onder beperkende voorwaarden en uitsluitingen
- Een (hoger) eigen risico invoeren
- Een hogere premie vragen
- Niet accepteren.
Pagina 8 van 84
, 4.Diverse verzekeringsbegrippen
In dit hoofdstuk worden de volgende begrippen behandeld:
- Indemniteitsbeginsel
- Eigen aard en Eigen gebrek
- Opzet en roekeloosheid
- Mededelingsplicht
- Samenloop van verzekeringen
Indemniteitsbeginsel
In artikel 7:960 BW wordt het indemniteitsbeginsel (schadevergoedingsbeginsel) beschreven. Een schadeverzekering
vergoedt de werkelijk geleden schade en niet meer dan dat. Een verzekering mag niet de strekking hebben de
verzekerde na de schade in een duidelijk voordeligere (financiële) positie te brengen dan voor de schade. Met andere
woorden: men mag door de schadevergoeding financieel niet beter worden dan men was voor de schade. Artikel
7:960 BW is dwingend recht, hier mag niet van worden afgeweken. Een uitzondering hierop is als de waarde door een
deskundige (een deskundigentaxatie) is vastgelegd. Er wordt dus gewerkt met een dagwaarde. Soms wordt hiervan
afgeweken indien een nieuwsaarderegeling is overeengekomen. Dat is volgens juridsprudentie wel gtoegestaan.
De dagwaarde is waarde voor het evenement minus de waarde na het evenement
Eigen aard en eigen gebrek
Volgens artikel 7:951 BW hoeft de verzekeraar geen schade aan een verzekerde zaak te vergoeden als die is
veroorzaakt door de aard of een eigen gebrek van die zaak. Het gaat in dit artikel om regelend recht, hier mag vanaf
worden geweken.
Een eigen gebrek is een eigenschap van een zaak, die een dergelijke zaak niet behoort te hebben. Je kunt hierbij
denken aan een slechte samenstelling van cement, waardoor het begint te brokkelen en geen of een slecht
hechtende werking heeft.
Wanneer we spreken over de aard van een zaak, dan gaat het om een eigenschap van die zaak die normaal voor die
zaak is. Hierbij kun je denken aan het bederven van vlees of groente en fruit en metaalmoeheid of slijtage, maar
ook aan het roesten van ijzeren voorwerpen.
De verzekeraar moet dit gebrek kunnen aantonen met een causaal verband. Eigen gebrek kan wel woorden
meeverzekerd en wordt dan opgenomen in de verzekeringsovereenkomst (vzk ovk). De verzekeraar wijkt dan af van
het regelend recht. Dat wordt renunciatie genoemd. Volledige renunciatie is wanneer zowel eigen gebrek als
gevolgschade is gedekt. Gedeeltelijke renunciatie komt voor wanneer alleen gevolgschade is gedekt.
Opzet en roekeloosheid
De verzekeraar vergoedt geen schade aan de verzekerde die de schade met opzet of door roekeloosheid heeft
veroorzaakt (art 7. 952 BW).
Onder roekeloosheid wordt grove schuld verstaan. Bij bewuste roekeloosheid realiseert de dader zich dat er grote kans
is op schade. Bij onbewuste roekeloosheid realiseert de dader zich dat onvoldoende. Er zijn drie gradaties van opzet:
- Opzet als oogmerk: bijvoorbeeld opzettelijk een winkelruit vernielen
- Opzet als zekerheidsbewustzijn: bijvoorbeeld iemand door een winkelruit gooien
- Voorwaardelijke opzet: Bijvoorbeeld winkelruit gebruiken als goal. Er is geen zekerheid dat de winkelruit
sneuvelt en er is geen oogmerk.
Artikel over roekeloosheid is regelend recht. Dus Verzekeraar moet aangeven in polisvoorwaarden welke gradaties uit
worden gesloten. Opzet en roekeloosheid zijn meestal uitgesloten maar lichte en normale schuld zijn meestal
inbegrepen. Bewustzijn van roekeloosheid is moeilijk aan te tonen voor de verzekeraar.
- Lichte schuld: hiervan is sprake als het gaat om een nauwelijks verwijtbare handeling;
- Normale schuld: bij deze vorm van schuld kan de verzekerde wel een verwijt worden gemaakt, maar dat
verwijt is niet al te ernstig;
Pagina 9 van 84