Scheikunde NOVA
VWO 4 Hoofdstuk 2 Bindingstypen
Paragraaf 2.1 Metaalbinding
Microniveau = beschrijving van alles dat je waarneemt
Macroniveau = beschrijving of verklaring m.b.v. deeltjes
Metaal atomen, geen moleculen
Met de microstructuur van materiaal worden algemene eigenschappen (bvb
geleidbaarheid) van metalen op macroniveau verklaard.
Metaalatoom heeft 1, 2 of 3 atomen in de buitenste schil (valentie-elektronen). Deze worden
minder sterk door de kern aangetrokken.
- in vaste fase: atoomresten gerangschikt in een kristalrooster (= metaalrooster)
microniveau metalen
positief geladen atoomresten en vrij bewegende negatieve elektronen
- trekken elkaar sterk aan
- onderling stevige binding: metaalbinding
macroniveau metalen
- hard en sterk materiaal
- hoog smeltpunt
- vast bij kamertemperatuur
- geleid stroom + warmte
- elektrische geleidbaarheid = vrij bewegende elektronen
bewegen naar positieve pol en geleiden zo stroom
elektronen kunnen energie van warmtebron door het hele
materiaal verspreiden
- vervormbaar = er wordt druk uitgeoefend op het metaal
rij atomen verschuift één of meer plaatsen op. Deze
bewerking tast de sterkte niet aan
Edelheid
- corrosie = aantasting metaal door stoffen uit de lucht
- roest = corrosie van ijzer. Eenmaal begonnen wordt het snel verder aangetast
Aangetaste metalen heten onedele metalen: een laagje metaaloxide ontstaat waardoor de
corrosie stopt. Het oxidelaagje sluit het onderliggende metaal geheel af van de lucht en het
metaal wordt zo beschermd door verdere corrosie (bvb aluminium, zink, tin, chroom)
- zeer onedele metalen = metalen die zo heftig met water reageren dat je
vuurverschijnselen ziet (bvb natrium, kalium)
- edelmetalen = worden niet aangetast door stoffen in de lucht (bvb platina, goud, zilver)
Legering (alliage) = mengsel van vaste stof + metaal
- kan een metaal harder + minder buigzaam maken
Erts = gesteente met een economisch winbaar gehalte
, Paragraaf 2.2 Molecuul- en atoombinding
Niet-metalen = gasvormig, vloeibaar, vast, kleurrijk, reactief, mobiel
moleculaire stoffen = stoffen met moleculen opgebouwd uit niet-metalen
- kamertemperatuur zowel vast, vloeistof als gas
Vanderwaalsbinding = binding die moleculen in vaste en vloeibare fase bij elkaar houdt
- vuistregel: zware en langgerekte moleculen hebben sterkere Vanderwaalsbindingen dan
lichte en vertakte moleculen
Fase-overgangen
In de vaste fase zijn moleculen opgestapeld in een molecuulrooster: ze trillen zachtjes op
hun plek. Hoe harder ze trillen, hoe hoger de temperatuur
- temperatuur stijgt afstand tussen moleculen groter vanderwaalsbinding zwakker
In vloeibare fase bewegen moleculen langs elkaar heen en blijven elkaar wel aantrekken
- hoe sterkere vanderwaalsbinding, hoe hoger kookpunt/smeltpunt
Atoombinding
atoombinding = gemeenschappelijk elektronenpaar dat 2 positieve atoomresten aan elkaar
bindt
- heel sterk vergeleken met vanderwaalsbinding
Molecuulformule = H2O
Structuurformule = 1 streepje = 1 elektronenpaar = 2 elektronen
Covalentie = aantal bindingen die een atoom kan vormen (tabel parate kennis)
Naamgeving
systematische naam = naam van aanwezige atomen
- bvb: P2O5: difosforpentaoxide
- Binas 66B: naamgeving
O oxide
S sulfide
F fluoride
Cl chloride
Br bromide
I jodide
H hydride
OH hydroxide
triviale naam = dagelijkste naam
Binas 66A: triviale namen
Atoomrooster
in een atoomrooster: de binding is heel sterk. Stoffen hebben dan ook een hoog smelt- en
kookpunt
VWO 4 Hoofdstuk 2 Bindingstypen
Paragraaf 2.1 Metaalbinding
Microniveau = beschrijving van alles dat je waarneemt
Macroniveau = beschrijving of verklaring m.b.v. deeltjes
Metaal atomen, geen moleculen
Met de microstructuur van materiaal worden algemene eigenschappen (bvb
geleidbaarheid) van metalen op macroniveau verklaard.
Metaalatoom heeft 1, 2 of 3 atomen in de buitenste schil (valentie-elektronen). Deze worden
minder sterk door de kern aangetrokken.
- in vaste fase: atoomresten gerangschikt in een kristalrooster (= metaalrooster)
microniveau metalen
positief geladen atoomresten en vrij bewegende negatieve elektronen
- trekken elkaar sterk aan
- onderling stevige binding: metaalbinding
macroniveau metalen
- hard en sterk materiaal
- hoog smeltpunt
- vast bij kamertemperatuur
- geleid stroom + warmte
- elektrische geleidbaarheid = vrij bewegende elektronen
bewegen naar positieve pol en geleiden zo stroom
elektronen kunnen energie van warmtebron door het hele
materiaal verspreiden
- vervormbaar = er wordt druk uitgeoefend op het metaal
rij atomen verschuift één of meer plaatsen op. Deze
bewerking tast de sterkte niet aan
Edelheid
- corrosie = aantasting metaal door stoffen uit de lucht
- roest = corrosie van ijzer. Eenmaal begonnen wordt het snel verder aangetast
Aangetaste metalen heten onedele metalen: een laagje metaaloxide ontstaat waardoor de
corrosie stopt. Het oxidelaagje sluit het onderliggende metaal geheel af van de lucht en het
metaal wordt zo beschermd door verdere corrosie (bvb aluminium, zink, tin, chroom)
- zeer onedele metalen = metalen die zo heftig met water reageren dat je
vuurverschijnselen ziet (bvb natrium, kalium)
- edelmetalen = worden niet aangetast door stoffen in de lucht (bvb platina, goud, zilver)
Legering (alliage) = mengsel van vaste stof + metaal
- kan een metaal harder + minder buigzaam maken
Erts = gesteente met een economisch winbaar gehalte
, Paragraaf 2.2 Molecuul- en atoombinding
Niet-metalen = gasvormig, vloeibaar, vast, kleurrijk, reactief, mobiel
moleculaire stoffen = stoffen met moleculen opgebouwd uit niet-metalen
- kamertemperatuur zowel vast, vloeistof als gas
Vanderwaalsbinding = binding die moleculen in vaste en vloeibare fase bij elkaar houdt
- vuistregel: zware en langgerekte moleculen hebben sterkere Vanderwaalsbindingen dan
lichte en vertakte moleculen
Fase-overgangen
In de vaste fase zijn moleculen opgestapeld in een molecuulrooster: ze trillen zachtjes op
hun plek. Hoe harder ze trillen, hoe hoger de temperatuur
- temperatuur stijgt afstand tussen moleculen groter vanderwaalsbinding zwakker
In vloeibare fase bewegen moleculen langs elkaar heen en blijven elkaar wel aantrekken
- hoe sterkere vanderwaalsbinding, hoe hoger kookpunt/smeltpunt
Atoombinding
atoombinding = gemeenschappelijk elektronenpaar dat 2 positieve atoomresten aan elkaar
bindt
- heel sterk vergeleken met vanderwaalsbinding
Molecuulformule = H2O
Structuurformule = 1 streepje = 1 elektronenpaar = 2 elektronen
Covalentie = aantal bindingen die een atoom kan vormen (tabel parate kennis)
Naamgeving
systematische naam = naam van aanwezige atomen
- bvb: P2O5: difosforpentaoxide
- Binas 66B: naamgeving
O oxide
S sulfide
F fluoride
Cl chloride
Br bromide
I jodide
H hydride
OH hydroxide
triviale naam = dagelijkste naam
Binas 66A: triviale namen
Atoomrooster
in een atoomrooster: de binding is heel sterk. Stoffen hebben dan ook een hoog smelt- en
kookpunt