H6 > Energie en beweging
6.1 > Energieomzettingen
Energieomzettingen
Bij elke energieomzetting is er:
- Een apparaat dat energie omzet.
- Een energiesoort die het apparaat gebruikt.
- Een energiesoort die het apparaat voortbrengt.
Gebruikte energie = de energie die het apparaat gebruikt.
/ toegevoegde energie
Nuttige energie = de energie die het apparaat voortbrengt.
Energie-stroomdiagram = een schematische weergave van een energieomzetting.
Ongewenste energie = er ontstaat minder nuttige energie dan gebruikte energie
Energiebalans = de breedte van de pijlen rechts is samen gelijk aan de breedte van
de pijl links.
Er gaat geen energie verloren; er gaat evenveel energie in als dat er
energie uitgaat.
Chemische energie
In voedingsstoffen en brandstoffen is chemische energie opgeslagen. Je lichaam of
verbrandingsmotor maakt deze energie vrij door een exotherme chemische reactie.
Veerenergie
In een gespannen veer is veerenergie opgeslagen. Als de veer ontspant, oefent hij
veerkracht uit en verricht hij arbeid. Hij zet de veerenergie dan om in een andere
vorm van energie.
Bewegingsenergie
Bewegende voorwerpen hebben kinetische energie. Deze energie hangt af van de
massa en de snelheid van het voorwerp.
, Natuurkunde samenvatting H6
Zwaarte energie
Een voorwerp dat zich op een bepaalde hoogte bevindt en omlaag kan bewegen,
heeft zwaarte-energie. Deze energie hangt af van de massa en de hoogte van het
voorwerp.
Wat is energie?
Als iets energie bezit, kan het arbeid verrichten. Door arbeid te verrichten zet je
energie om in een andere soort.
Arbeid en energie druk je in dezelfde eenheid uit: 1 J = 1 Nm
Energie opwekken
Windenergie en zonne-energie zijn geen energiesoorten, maar manieren om energie
op te wekken.
Bij energieopwekking zet je een moeilijk bruikbare energiesoort om in een makkelijk
bruikbare energiesoort.
Altijd geldt de energiebalans: Er ontstaat geen extra energie!