Paragraaf 1
Armoede en sociale zekerheid
In de 19e eeuw
- Veel werkloosheid en Armoede in Nederland.
Tot de 20e eeuw
- Overheid zorgde niet voor sociale zekerheid.
- Geen uitkeringen.
Overheid
Bestuur van het land.
Sociale zekerheid
Alle wetten voor mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen.
Armenzorg
Hulp kwam van:
- Familie of buren.
- Armenzorg; door de kerken, door de particulieren
of door stedelijke besturen gegeven hulp aan
armen.
Armenzorg was geen recht maar een gunst! (vonden ze)
Particulieren
Individuele burgers.
19e eeuwse ideeën over armoede
In de 1e helft van de 19e eeuw dachten mensen:
- Armoede is eigen schuld.
- Liefdadigheid maakt lui.
Liefdadigheid
Andere die het slecht hebben iets geven.
19e eeuwse oplossingen voor armoede.
Deze ideeën over armoede leidden tot de volgende oplossing:
- Armen opvoeden
- Armen aan het werk zetten.
=> oprichting van landbouwkolonies en
verenigingen die armen thuis bezochten,
tewerkstelling in werkhuizen.
, De Maatschappij van Weldadigheid werd in 1818 opgericht om mensen
aan het werk te zetten en op te voeden.
Gezondheid en ziekte
In de 19e eeuw gingen veel jongen mensen dood door:
- Gebrek aan schoon drinkwater.
- Vuile leefomgeving en slechte huizen.
- Ongezonde voeding.
- Te weinig medische kennis.
o Er brak regelmatig een epidemie uit.
Epidemie
Een besmettelijke ziekte verspreidt zich snel.
Paragraaf 2
De misstanden in fabrieken
In de fabrieken waren de
omstandigheden slecht:
- Lange werkdagen.
- Lage lonen.
- Werktempo bepaald door machines.
- Eentonig werk.
- Geen veiligheidsvoorschriften.
De sociale kwestie
Industrialisatie -> verstedelijking -> woningnood -> slechte leef-
en woonomstandigheden voor veel mensen.
Veel mensen vonden dat er een oplossing moest komen voor de sociale
kwestie.
Verstedelijking
Het proces waarbij mensen van het platteland trekken naar de
stad.
Sociale kwestie
het probleem van de armoede en de slechte werk- en
woonomstandigheden van de arbeiders.
Oplossing van de liberalen