Godsdienst 1.2
Leerdoelen van Hoofdstuk 1: Focus op de school: werken in het katholiek
onderwijs
1. Kunnen omschrijven wat het basisdocument voor het godsdienstonderwijs in de
kleuterklas inhoudt.
o Het basisdocument voor het godsdienstonderwijs in de kleuterklas omvat de
visie en richtlijnen voor het integreren van religieus onderwijs binnen de totale
opvoeding van kleuters. Dit document is opgesteld door een commissie en
goedgekeurd door de Vlaamse bisschoppen. Het richt zich op de
levensbeschouwelijke groei van kinderen binnen hun leef- en belevingswereld.
2. De kernideeën uit de visietekst van de Vlaamse bisschoppen kunnen omschrijven.
o De visietekst van de Vlaamse bisschoppen legt de basis voor het leerplan
rooms-katholieke godsdienst in Vlaanderen. Het benadrukt het belang van
godsdienstonderwijs als onderdeel van de totale opvoeding van kinderen, met
aandacht voor hun christelijke groei en communicatievaardigheden.
3. Kunnen omschrijven wat geloofsopvoeding inhoudt.
o Geloofsopvoeding verwijst naar de processen en methoden die worden
gebruikt om kinderen te introduceren in en vertrouwd te maken met de
religieuze en spirituele aspecten van het leven. Dit omvat zowel
kennisoverdracht als de ontwikkeling van persoonlijke geloofsbeleving en
ethische waarden.
4. Kunnen omschrijven wat een mandaat is en de gevolgen hiervan bespreken.
o Een mandaat in de context van katholiek onderwijs verwijst naar de officiële
toestemming of opdracht die een leraar krijgt om godsdienstonderwijs te
geven. Dit mandaat heeft implicaties voor de inhoud en methoden van het
onderwijs, evenals voor de identiteit en missie van de school.
5. Kunnen weergeven wat bedoeld wordt met de katholieke identiteit van een school
aan de hand van de identiteitsladder van Piet Raes en de gevolgen van het
onderscheid tussen “know how” en “know why” kunnen schetsen voor het
denken over katholieke identiteit.
o De katholieke identiteit van een school wordt verduidelijkt door de
identiteitsladder van Piet Raes, die verschillende niveaus van katholieke
aanwezigheid en invloed in de schoolomgeving beschrijft. Het onderscheid
tussen “know how” (praktische vaardigheden en methoden) en “know why”
(achterliggende waarden en overtuigingen) is cruciaal voor het begrijpen en
implementeren van deze identiteit binnen de schoolcontext.
6. De krachtlijnen van de Bijbelse bron van de katholieke identiteit kunnen
weergeven.
o De Bijbelse bron van de katholieke identiteit benadrukt de fundamenten van
het christelijk geloof zoals gepresenteerd in de Bijbel. Dit omvat kernwaarden
zoals liefde, rechtvaardigheid, vergeving en gemeenschap, die de basis vormen
voor het godsdienstonderwijs en de bredere opvoedkundige missie van
katholieke scholen.
, Leerdoelen van Hoofdstuk 2: Zichtbare "tekenen" van godsdienst en
religiositeit in de kleuterklas: rituelen en symbolen
1. Het belang van rituelen kunnen omschrijven
o Rituelen zijn essentieel in de kleuterklas omdat ze structuur en veiligheid bieden. Ze
helpen kinderen om hun dag te organiseren en bieden herkenbare momenten die
bijdragen aan een gevoel van stabiliteit en comfort. Rituelen helpen ook bij de
geloofsontwikkeling van kinderen door hen vertrouwd te maken met godsdienstige
praktijken en symbolen.
2. De elementen of fasen van het morgenritueel kunnen opsommen en bespreken
o Het morgenritueel bestaat vaak uit verschillende fasen zoals elkaar goedemorgen
wensen, het bekijken van kalenders, en het vieren van verjaardagen. Deze rituelen zijn
bedoeld om de dag gestructureerd te beginnen en dragen bij aan een positief en veilig
klasgevoel.
3. Doelen kunnen formuleren voor het geheel van het morgenritueel en voor het
onderdeel godsdienst (spel en gebed)
o De doelen van het morgenritueel zijn het bieden van structuur, het bevorderen van een
positieve houding, en het creëren van een gevoel van gemeenschap. Voor het
godsdienstige onderdeel zijn de doelen: kinderen inleiden in de praktijk van het
geloof, hen leren bidden, en hen de kans geven om iets van Gods en Jezus'
aanwezigheid te ervaren.
4. De drie voorwaarden voor het opnemen van een spel in het morgenritueel kunnen
omschrijven
1. Het spel moet aansluiten bij de leef- en belevingswereld van de kinderen.
2. Het spel moet actief deelnemen aan het ritueel bevorderen.
3. Het spel moet bijdragen aan de geloofsontwikkeling en niet vervallen in puur
amusement.
5. De mogelijke spelen kunnen bespreken
o Mogelijke spelen in het morgenritueel kunnen variëren van eenvoudige
kringgesprekken tot interactieve verhalen en symbolische activiteiten die kinderen
betrekken bij het ritueel en hun religieuze beleving versterken.
6. De fasen in het bidden tijdens het morgenritueel kunnen aangeven en bespreken
o De fasen in het bidden tijdens het morgenritueel omvatten meestal het gezamenlijk stil
worden, een openingsgebed, het voorlezen van een Bijbelverhaal, het bespreken van
het verhaal, een gebed waarin de kinderen iets kunnen bijdragen, en een afsluitend
gebed. Deze fasen helpen kinderen om een ritme en een structuur in hun gebedsleven
te vinden.
Leerdoelen van Hoofdstuk 1: Focus op de school: werken in het katholiek
onderwijs
1. Kunnen omschrijven wat het basisdocument voor het godsdienstonderwijs in de
kleuterklas inhoudt.
o Het basisdocument voor het godsdienstonderwijs in de kleuterklas omvat de
visie en richtlijnen voor het integreren van religieus onderwijs binnen de totale
opvoeding van kleuters. Dit document is opgesteld door een commissie en
goedgekeurd door de Vlaamse bisschoppen. Het richt zich op de
levensbeschouwelijke groei van kinderen binnen hun leef- en belevingswereld.
2. De kernideeën uit de visietekst van de Vlaamse bisschoppen kunnen omschrijven.
o De visietekst van de Vlaamse bisschoppen legt de basis voor het leerplan
rooms-katholieke godsdienst in Vlaanderen. Het benadrukt het belang van
godsdienstonderwijs als onderdeel van de totale opvoeding van kinderen, met
aandacht voor hun christelijke groei en communicatievaardigheden.
3. Kunnen omschrijven wat geloofsopvoeding inhoudt.
o Geloofsopvoeding verwijst naar de processen en methoden die worden
gebruikt om kinderen te introduceren in en vertrouwd te maken met de
religieuze en spirituele aspecten van het leven. Dit omvat zowel
kennisoverdracht als de ontwikkeling van persoonlijke geloofsbeleving en
ethische waarden.
4. Kunnen omschrijven wat een mandaat is en de gevolgen hiervan bespreken.
o Een mandaat in de context van katholiek onderwijs verwijst naar de officiële
toestemming of opdracht die een leraar krijgt om godsdienstonderwijs te
geven. Dit mandaat heeft implicaties voor de inhoud en methoden van het
onderwijs, evenals voor de identiteit en missie van de school.
5. Kunnen weergeven wat bedoeld wordt met de katholieke identiteit van een school
aan de hand van de identiteitsladder van Piet Raes en de gevolgen van het
onderscheid tussen “know how” en “know why” kunnen schetsen voor het
denken over katholieke identiteit.
o De katholieke identiteit van een school wordt verduidelijkt door de
identiteitsladder van Piet Raes, die verschillende niveaus van katholieke
aanwezigheid en invloed in de schoolomgeving beschrijft. Het onderscheid
tussen “know how” (praktische vaardigheden en methoden) en “know why”
(achterliggende waarden en overtuigingen) is cruciaal voor het begrijpen en
implementeren van deze identiteit binnen de schoolcontext.
6. De krachtlijnen van de Bijbelse bron van de katholieke identiteit kunnen
weergeven.
o De Bijbelse bron van de katholieke identiteit benadrukt de fundamenten van
het christelijk geloof zoals gepresenteerd in de Bijbel. Dit omvat kernwaarden
zoals liefde, rechtvaardigheid, vergeving en gemeenschap, die de basis vormen
voor het godsdienstonderwijs en de bredere opvoedkundige missie van
katholieke scholen.
, Leerdoelen van Hoofdstuk 2: Zichtbare "tekenen" van godsdienst en
religiositeit in de kleuterklas: rituelen en symbolen
1. Het belang van rituelen kunnen omschrijven
o Rituelen zijn essentieel in de kleuterklas omdat ze structuur en veiligheid bieden. Ze
helpen kinderen om hun dag te organiseren en bieden herkenbare momenten die
bijdragen aan een gevoel van stabiliteit en comfort. Rituelen helpen ook bij de
geloofsontwikkeling van kinderen door hen vertrouwd te maken met godsdienstige
praktijken en symbolen.
2. De elementen of fasen van het morgenritueel kunnen opsommen en bespreken
o Het morgenritueel bestaat vaak uit verschillende fasen zoals elkaar goedemorgen
wensen, het bekijken van kalenders, en het vieren van verjaardagen. Deze rituelen zijn
bedoeld om de dag gestructureerd te beginnen en dragen bij aan een positief en veilig
klasgevoel.
3. Doelen kunnen formuleren voor het geheel van het morgenritueel en voor het
onderdeel godsdienst (spel en gebed)
o De doelen van het morgenritueel zijn het bieden van structuur, het bevorderen van een
positieve houding, en het creëren van een gevoel van gemeenschap. Voor het
godsdienstige onderdeel zijn de doelen: kinderen inleiden in de praktijk van het
geloof, hen leren bidden, en hen de kans geven om iets van Gods en Jezus'
aanwezigheid te ervaren.
4. De drie voorwaarden voor het opnemen van een spel in het morgenritueel kunnen
omschrijven
1. Het spel moet aansluiten bij de leef- en belevingswereld van de kinderen.
2. Het spel moet actief deelnemen aan het ritueel bevorderen.
3. Het spel moet bijdragen aan de geloofsontwikkeling en niet vervallen in puur
amusement.
5. De mogelijke spelen kunnen bespreken
o Mogelijke spelen in het morgenritueel kunnen variëren van eenvoudige
kringgesprekken tot interactieve verhalen en symbolische activiteiten die kinderen
betrekken bij het ritueel en hun religieuze beleving versterken.
6. De fasen in het bidden tijdens het morgenritueel kunnen aangeven en bespreken
o De fasen in het bidden tijdens het morgenritueel omvatten meestal het gezamenlijk stil
worden, een openingsgebed, het voorlezen van een Bijbelverhaal, het bespreken van
het verhaal, een gebed waarin de kinderen iets kunnen bijdragen, en een afsluitend
gebed. Deze fasen helpen kinderen om een ritme en een structuur in hun gebedsleven
te vinden.