Sociale- en gedragswetenschappen
Gedragswetenschappen
1.1
Ontwikkelingspsychologie = tak binnen psychologie die zich bezighoud met
de wet. studie naar de patronen v. groei, verandering en stabiliteit die
voordoen v. conceptie tot dood
Ontwikkelen = veranderen v.d. tot dan aanwezige structuur. winst en
verlies v. vaardigheden en mogelijkheden = mogelijk
Theorie = geordend, samenhangend geheel dat een verschijnsel beschrijft,
verklaart en voorspelt
3 belangrijke doelen v. theorie:
o Beschrijven: Fenomeen/gedrag beschrijven
o Verklaren: Oorzaken vinden voor een bepaald
fenomeen/gedrag
o Voorspellen: Nadenken over gevolgen v. een
bepaald fenomeen/gedrag
Praktijk = theorie vormt basis; ze helpt psychologen om mensen te
begeleiden en te steunen in concrete situaties
Interindividuele verschillen = het gedrag/fenomeen is voor iedereen
anders
Ontwikkelingspsychologische theorieën = grote verscheidenheid; veel
focussen op ontwikkeling tijdens kindertijd en adolescentie
Wetenschappelijke bevestiging = theorie moet telkens opnieuw hier naar
opzoek gaan, theorie kan dus uitgedaagd worden door nieuwe gegevens
en wanneer dat nodig is worden aangepast
Claims v. psychologie zijn niet universeel = het gaat altijd opnieuw over
dezelfde type proefpersonen
Thomas Kuhn:
o fase 0 : pré wetenschap = fenomenen waar nemen en zelf
bestuderen maar geen theorie
o fase 1: normale wetenschap = onderzoekers vormen
overeenstemming, verzameling v. theorieën en ideeën
waarmee wet. discipline werkt paradigma
o fase 2: anomalie = waarnemingen komen niet overeen met
het paradigma
o fase 3: wetenschappelijke revolutie = wetenschappers zijn
het erover eens dat ze theorieën moeten aanpassen of
helemaal verlaten proces = paradigmaverschuiving
o vb. evolutietheorie Darwin; overgang geocentrisme
1.2
Vraag 1: verloopt ontwikkeling continu of discontinu?
Continue ontwikkeling = ontwikkeling verloopt rustig en geleidelijk aan;
kwantitatieve benadering v. ontwikkeling
, Discontinue ontwikkeling = ontwikkeling bestaat uit sprongen; nieuwe
gedragsmogelijkheden; kwalitatieve benadering v. ontwikkeling
Ontwikkeling verloopt volgens een combinatie v. continu en discontinu
ontwikkelen
Vraag 2: is er slechts 1 verloop van ontwikkeling of kunnen er meerdere
zijn?
Iedereen gaat door dezelfde stadia in dezelfde volgorde stadia =
universeel
unidimensioneel = weinig oog voor interactie met andere factoren
Ontwikkeling wordt bepaald door complex samenspel v. factoren
Ontwikkelingscontexten = unieke combinaties v. persoons-
omgevingskenmerken die tot verschillende trajecten v. ontwikkeling
kunnen leiden
Vraag 3: is ontwikkeling een kwestie v. nature of nurture?
Nature = erfelijkheid; nurture = omgeving
Stabiliteit = nature speelt grote rol, heeft een grote invloed
Plasticiteit = verandering is mogelijk het gebeurt door ervaring en invloed
v.d. omgeving
Enculturatie = de samenleving/sociale omgeving draagt cultuurkenmerken
over naar een individu vanaf de geboorte
Acculturatie = een groep neemt sociale kenmerken over v. een andere
groep
1.3
Ontwikkeling = een proces dat steeds verder gaat van conceptie tot dood,
en vorm krijgt door een complex netwerk v. biologische, psychologische en
sociale invloeden
Levensloopperspectief = er is aandacht voor de complexiteit v.
ontwikkeling en voor de interacties tussen verschillende factoren.
Ontwikkelingspsychologie = vaak vervangen door levensloopperspectief.
Ontwikkeling = levensproces, plastisch, ingebed in verschillende
contexten met bijhorende invloeden, multidimensioneel en
multidirectioneel
Plasticiteit = je kan veranderen en evolueren. Gemakkelijker op jonge
leeftijd
Toenemende rigiditeit = afnemende plasticiteit
Normatieve invloeden = gebeurtenissen die v. toepassing zijn voor een
groot aantal mensen en dus relatief voorspelbaar zijn
Gebeurtenissen i.v.m geschiedenis = gebeurtenissen die invloed hebben
op iedereen zijn ontwikkeling
Vb. pandemie, oorlog, etc.
Niet-normatieve invloeden = gebeurtenissen die slechts v. toepassing zijn
voor beperkt aantal mensen en dus bijgevolg niet voorspelbaar zijn
Gezondheid = een toestand v. volledig lichamelijk, geestelijk en
maatschappelijk welzijn en niet slechts afwezigheid v. ziekte of andere
lichamelijke gebreken
leeftijd Ontwikkelingsfase
Gedragswetenschappen
1.1
Ontwikkelingspsychologie = tak binnen psychologie die zich bezighoud met
de wet. studie naar de patronen v. groei, verandering en stabiliteit die
voordoen v. conceptie tot dood
Ontwikkelen = veranderen v.d. tot dan aanwezige structuur. winst en
verlies v. vaardigheden en mogelijkheden = mogelijk
Theorie = geordend, samenhangend geheel dat een verschijnsel beschrijft,
verklaart en voorspelt
3 belangrijke doelen v. theorie:
o Beschrijven: Fenomeen/gedrag beschrijven
o Verklaren: Oorzaken vinden voor een bepaald
fenomeen/gedrag
o Voorspellen: Nadenken over gevolgen v. een
bepaald fenomeen/gedrag
Praktijk = theorie vormt basis; ze helpt psychologen om mensen te
begeleiden en te steunen in concrete situaties
Interindividuele verschillen = het gedrag/fenomeen is voor iedereen
anders
Ontwikkelingspsychologische theorieën = grote verscheidenheid; veel
focussen op ontwikkeling tijdens kindertijd en adolescentie
Wetenschappelijke bevestiging = theorie moet telkens opnieuw hier naar
opzoek gaan, theorie kan dus uitgedaagd worden door nieuwe gegevens
en wanneer dat nodig is worden aangepast
Claims v. psychologie zijn niet universeel = het gaat altijd opnieuw over
dezelfde type proefpersonen
Thomas Kuhn:
o fase 0 : pré wetenschap = fenomenen waar nemen en zelf
bestuderen maar geen theorie
o fase 1: normale wetenschap = onderzoekers vormen
overeenstemming, verzameling v. theorieën en ideeën
waarmee wet. discipline werkt paradigma
o fase 2: anomalie = waarnemingen komen niet overeen met
het paradigma
o fase 3: wetenschappelijke revolutie = wetenschappers zijn
het erover eens dat ze theorieën moeten aanpassen of
helemaal verlaten proces = paradigmaverschuiving
o vb. evolutietheorie Darwin; overgang geocentrisme
1.2
Vraag 1: verloopt ontwikkeling continu of discontinu?
Continue ontwikkeling = ontwikkeling verloopt rustig en geleidelijk aan;
kwantitatieve benadering v. ontwikkeling
, Discontinue ontwikkeling = ontwikkeling bestaat uit sprongen; nieuwe
gedragsmogelijkheden; kwalitatieve benadering v. ontwikkeling
Ontwikkeling verloopt volgens een combinatie v. continu en discontinu
ontwikkelen
Vraag 2: is er slechts 1 verloop van ontwikkeling of kunnen er meerdere
zijn?
Iedereen gaat door dezelfde stadia in dezelfde volgorde stadia =
universeel
unidimensioneel = weinig oog voor interactie met andere factoren
Ontwikkeling wordt bepaald door complex samenspel v. factoren
Ontwikkelingscontexten = unieke combinaties v. persoons-
omgevingskenmerken die tot verschillende trajecten v. ontwikkeling
kunnen leiden
Vraag 3: is ontwikkeling een kwestie v. nature of nurture?
Nature = erfelijkheid; nurture = omgeving
Stabiliteit = nature speelt grote rol, heeft een grote invloed
Plasticiteit = verandering is mogelijk het gebeurt door ervaring en invloed
v.d. omgeving
Enculturatie = de samenleving/sociale omgeving draagt cultuurkenmerken
over naar een individu vanaf de geboorte
Acculturatie = een groep neemt sociale kenmerken over v. een andere
groep
1.3
Ontwikkeling = een proces dat steeds verder gaat van conceptie tot dood,
en vorm krijgt door een complex netwerk v. biologische, psychologische en
sociale invloeden
Levensloopperspectief = er is aandacht voor de complexiteit v.
ontwikkeling en voor de interacties tussen verschillende factoren.
Ontwikkelingspsychologie = vaak vervangen door levensloopperspectief.
Ontwikkeling = levensproces, plastisch, ingebed in verschillende
contexten met bijhorende invloeden, multidimensioneel en
multidirectioneel
Plasticiteit = je kan veranderen en evolueren. Gemakkelijker op jonge
leeftijd
Toenemende rigiditeit = afnemende plasticiteit
Normatieve invloeden = gebeurtenissen die v. toepassing zijn voor een
groot aantal mensen en dus relatief voorspelbaar zijn
Gebeurtenissen i.v.m geschiedenis = gebeurtenissen die invloed hebben
op iedereen zijn ontwikkeling
Vb. pandemie, oorlog, etc.
Niet-normatieve invloeden = gebeurtenissen die slechts v. toepassing zijn
voor beperkt aantal mensen en dus bijgevolg niet voorspelbaar zijn
Gezondheid = een toestand v. volledig lichamelijk, geestelijk en
maatschappelijk welzijn en niet slechts afwezigheid v. ziekte of andere
lichamelijke gebreken
leeftijd Ontwikkelingsfase