PROJECTMANAGEMENT
INHOUDSOPGAVE
Projectmanagement ............................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 1 - De kracht van projectmatig werken .............................................................................. 2
Hoofstuk 2 - De structuur van een project .......................................................................................... 3
Hoofdstuk 3 - Komen tot concrete projectopdracht ............................................................................ 4
hoofdstuk 4 - Plan van aanpak schrijven ............................................................................................ 5
hoofdstuk 5 - Kwaliteit ........................................................................................................................ 7
Hoofdstuk 6 - Faseren van een project .............................................................................................. 8
Hoofdstuk 7 –Opzetten van projectorganisaties en- communicatie ................................................... 9
hoofdstuk 8 - Reële planning maken ................................................................................................ 10
Hoofdstuk 9 – Uitvoeren van risicoanalyse ...................................................................................... 12
Hoofdstuk 10 – De kick-off ............................................................................................................... 13
Hoofdstuk 11 – Het aansturen, uitvoeren en bewaken van een project ........................................... 14
hoofdstuk 12 - Effectief overleggen .................................................................................................. 16
hoofdstuk 13 - Afronden vaneen project........................................................................................... 17
hoofdstuk 14 - Borgen van een project............................................................................................. 17
hoofdstuk 15 - PRICE2, AGILE SCRUM, LEAN, PMC, IPMA .......................................................... 18
Belangrijke punten ............................................................................................................................ 20
1
, Hoofdstuk 1 - De kracht van projectmatig werken
Drie manieren van werken:
Resultaat bij aanvang onzeker
- Improvisatie:
o AD HOC
o Procesaanpak
o Onzeker
o Vaag
o Nieuw
Resultaat van tevoren bekend
- Routine:
o Procedure aanpak
o Zeker
o Duidelijk
o Bekend
Plannen om doel en resultaat duidelijk te maken:
- Projectmatig:
o Mix van zekerheid en onzekerheid
Zes kenmerken van een project
1. Specifiek doel: Er moet daar een gebouw staan, 6 verdiepingen en 3 meter breed.
2. Uniek of nieuw resultaat: Er is hier nooit een pand gebouwd, dit is nieuw.
3. Begin- en eind- tijd: Je begint project op datum A en eindigt op B, je moet daar niet
van afwijken
4. Opdrachtgever: Je hebt 1 opdrachtgever
5. Tijdelijke samenwerking van mensen met verschillende expertise: Je gaat opzoek
naar de beste architect, bouwbedrijf etc etc.
6. Mate van onzekerheid: Je gaat proberen om een plan te maken, maar ondanks dat is
het nog steeds onzeker.
De oorzaken van een project
Probleem of behoefte -> Projectmatig werken -> Opgelost probleem of ingevulde behoefte
De relatie tussen doelgericht, resultaatgericht en efficiënt
- Doelgericht
o Focus op het WAAROM van een project, alleen dat doen wat bijdraagt aan
het doel
- Resultaatgericht
o Focus op het WAT van een project, niet wat we doen, maar wat we leveren
- Efficiënt
o Focus op het HOE, zo veel mogelijk doen in zo weinig mogelijk tijd en met zo
weinig mogelijk middelen
2
INHOUDSOPGAVE
Projectmanagement ............................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 1 - De kracht van projectmatig werken .............................................................................. 2
Hoofstuk 2 - De structuur van een project .......................................................................................... 3
Hoofdstuk 3 - Komen tot concrete projectopdracht ............................................................................ 4
hoofdstuk 4 - Plan van aanpak schrijven ............................................................................................ 5
hoofdstuk 5 - Kwaliteit ........................................................................................................................ 7
Hoofdstuk 6 - Faseren van een project .............................................................................................. 8
Hoofdstuk 7 –Opzetten van projectorganisaties en- communicatie ................................................... 9
hoofdstuk 8 - Reële planning maken ................................................................................................ 10
Hoofdstuk 9 – Uitvoeren van risicoanalyse ...................................................................................... 12
Hoofdstuk 10 – De kick-off ............................................................................................................... 13
Hoofdstuk 11 – Het aansturen, uitvoeren en bewaken van een project ........................................... 14
hoofdstuk 12 - Effectief overleggen .................................................................................................. 16
hoofdstuk 13 - Afronden vaneen project........................................................................................... 17
hoofdstuk 14 - Borgen van een project............................................................................................. 17
hoofdstuk 15 - PRICE2, AGILE SCRUM, LEAN, PMC, IPMA .......................................................... 18
Belangrijke punten ............................................................................................................................ 20
1
, Hoofdstuk 1 - De kracht van projectmatig werken
Drie manieren van werken:
Resultaat bij aanvang onzeker
- Improvisatie:
o AD HOC
o Procesaanpak
o Onzeker
o Vaag
o Nieuw
Resultaat van tevoren bekend
- Routine:
o Procedure aanpak
o Zeker
o Duidelijk
o Bekend
Plannen om doel en resultaat duidelijk te maken:
- Projectmatig:
o Mix van zekerheid en onzekerheid
Zes kenmerken van een project
1. Specifiek doel: Er moet daar een gebouw staan, 6 verdiepingen en 3 meter breed.
2. Uniek of nieuw resultaat: Er is hier nooit een pand gebouwd, dit is nieuw.
3. Begin- en eind- tijd: Je begint project op datum A en eindigt op B, je moet daar niet
van afwijken
4. Opdrachtgever: Je hebt 1 opdrachtgever
5. Tijdelijke samenwerking van mensen met verschillende expertise: Je gaat opzoek
naar de beste architect, bouwbedrijf etc etc.
6. Mate van onzekerheid: Je gaat proberen om een plan te maken, maar ondanks dat is
het nog steeds onzeker.
De oorzaken van een project
Probleem of behoefte -> Projectmatig werken -> Opgelost probleem of ingevulde behoefte
De relatie tussen doelgericht, resultaatgericht en efficiënt
- Doelgericht
o Focus op het WAAROM van een project, alleen dat doen wat bijdraagt aan
het doel
- Resultaatgericht
o Focus op het WAT van een project, niet wat we doen, maar wat we leveren
- Efficiënt
o Focus op het HOE, zo veel mogelijk doen in zo weinig mogelijk tijd en met zo
weinig mogelijk middelen
2