Moeilijk Deeltoets 1, Periode 3.
2 aspecten omtrent de definitie van organisatiekunde:
1. Descriptief aspect-> beschrijving van het gedrag van organisaties, met motieven en gevolgen
2. Prescriptief Aspect-> dit is een advies over te volgen handelwijze en organisatie-inrichtingen
Interdisciplinariteit-> Multidisciplinair->
Het Scientific Management (van: Taylor. F)->
• een systematische samenhangende bedrijfskundige benadering voor de wijze waarop de productie
georganiseerd zou moeten worden
• een bedrijfsleider moet zich niet gedragen als slavendrijver maar moet te werk gaan met een
bredere visie in de organisatie die bestaat uit, coördineren, toezicht uitoefenen en het controleren
van resultaten
• 6 Hoofdpunten uit zijn theorie:
1. Een wetenschappelijke analyse van de werkzaamheden en het uitvoeren van bewegingsstudies.
- Kan leiden tot Standaardisatie en normalisatie
2. Een vergaande taakverdeling en training van de arbeiders.
- Hierdoor krijgt arbeider routine en worden hogere productienormen behaald
3. Hechte en vriendschappelijke samenwerking tussen leiding en arbeiders.
4. Bedrijfsleider moet werkmethodes analyseren en zoeken en productievoorwaardes scheppen.
5. De juiste man op de juiste plaats door zorgvuldige selectie.
6. Invoeren prestatiebeloning.
– met als doel zorgen voor lagere productiekosten
Het General Management theorie (van: Fayol. H) ->
• een samenhangend stelsel van opvattingen over de wijze waarop organisaties in hun geheel
bestuurd zouden moeten worden.
• Hierin werden 6-verschillende managementgebieden onderscheidde:
1. Technisch 4. Zelf beschermend (de veiligheid van mensen en eigendom)
2. Commercieel 5. Boekhouding
3. Financieel 6. Besturing
• Nummer 6. Besturing, is het belangrijkste onderdeel en word dan ook onderverdeelt in 5 taken:
1. Plannen en vooruitzien-> Opstellen actieplan voor de toekomst
2. Organiseren-> opbouw van de organisatie met mensen en middelen.
3. Bevel voeren-> Ervoor zorgen dat mensen aan het werk blijven.
4. Coördineren-> Onderling afstemmen van de activiteiten.
5. Controleren-> Toezien dat de resultaten overeenkomen met het plan
De Human Relations-Beweging (van: Mayo. E)->
• een beweging die ervan uit gaat dat gelukkige, tevreden mensen veelal een maximale
arbeidsprestatie leveren
, Piramide van Maslow->
Strategisch Management-> het zorgdragen voor een juiste afstemming op de omgeving alsmede het
permanent op peil houden en ontwikkelen van bekwaamheden, die nodig zijn om eventueel
noodzakelijke wijzigingen in de strategie te verwezenlijken.
Klassiek strategisch management-> hierbij gaat het om dat de organisatie zich richt op de omgeving.
Dit kan aan de hand van de volgende 3 stappen:
1. Situatieanalyse (SWOT-Analyse)-> ○ De definitie van de huidige visie, doelstelling en strategie
○ Intern onderzoek
○ Extern onderzoek
2. Strategievorming -> 3 Fases: /1. Vastellen toekomstbeeld
/2. Ontwikkelen verschillende strategieën
/3. Evalueren en kiezen strategie
3. Planning en Implementatie
- 7S-Model McKinsey:
- organisatiedoelstellingen geven de relatie aan van de organisatie met haar omgeving en haar
werknemers. Doelstellingen hebben betrekking op-> - Belangevenwicht - imago
- winstgevendheid - kwaliteit
- gedragsregels - effectiviteit & efficiency
-Strategische Business Units (SBU)-> Zelfstandige ondernemingen binnen een concern
(moederbedrijf)