Kennisclips statistiek
Kennisclip 1
Centrale tendentie = hoe ziet een typische observatie eruit?
Spreiding = in hoeverre bestaan er verschillen tussen de verschillende observaties
Vorm = in hoeverre voldoet de steekproef aan de kenmerken van de normaalverdeling
Steekproef van 10 personen lengte uitgedrukt in meters
Hoe zou je de centrale tendentie van deze groep karakteriseren?
1. Modus meest voorkomende score (waarde) van een bepaald kenmerk (variabele)
in de steekproef.
2. Mediaan de middelste score (waarde) van een bepaald kenmerk (variabele) in de
steekproef
3. Gemiddelde de som van alle individuele waarden, gedeeld door het aantal
Meetniveau
Nominaal kleur, nationaliteit
- Alleen modus
- Alleen frequentie te meten (hoe vaak komt de waarde voor op de steekproef)
Ordinaal Likert schaal (1: sterk oneens, 2: oneens, 3: eens, 4: sterk eens)
- Modus
- Mediaan
- Zowel frequentie als bereik (verschil tussen hoogste en laagste waarde)
Interval-ratio lengte in centimeters, inkomen in euro’s
- Modus
- Mediaan
- Gemiddelde
- Frequentie, bereik en variantie en standaarddeviatie
, Kennisclip 2
Hoe kan je spreiding berekenen?
- Frequentie: hoe vaak komen scores voor in de steekproef?
- Bereik: hoogste score min de laagste score
- Variantie: Hoe groter de waarde van variantie, hoe meer variabiliteit rondom het
gemiddelde bestaat in de steekproef
Variantie en standaarddeviatie =
De mate van variabiliteit rond het gemiddelde van een bepaalde variabele
1. Wat is het gemiddelde?
Standaarddeviatie = de wortel van variantie
Formule lijkt vrijwel hetzelfde, echter wordt de wortel erbij genomen
Wordt ook wel standaardafwijking genoemd
, Kennisclip 3
Kenmerken van de normaalverdeling
- Gemiddelde = mediaan = modus
- Bell-shape of ‘klokvorm’ (perfecte vorm)
- Uni modal (1 piek)
- Symmetrisch (niet ‘scheef’, unskewed)
- Oneindigheid
Positieve scheefheid:
Extreme hoge waarden trekken het gemiddelde omhoog (naar rechts)
Negatieve scheefheid:
Extreme lage waarden trekken het gemiddelde omlaag (naar links)
, Kennisclip 4
Wat als score waarin we geïnteresseerd zijn niet precies op een hele standaardafwijking
boven/beneden het gemiddelde valt?
Omreken van ruwe scores naar ‘gestandaardiseerde’ waarden: Z-scores
Een Z-score drukt een waarde uit in eenheden van de standaarddeviatie
IQ score van 130 met een standaardafwijking van 20
93,3% van alle mensen heeft een slechtere score (50% + 43,3%)
6,7% heeft een betere score
Dus de score is in de top 6,7%
Kennisclip 1
Centrale tendentie = hoe ziet een typische observatie eruit?
Spreiding = in hoeverre bestaan er verschillen tussen de verschillende observaties
Vorm = in hoeverre voldoet de steekproef aan de kenmerken van de normaalverdeling
Steekproef van 10 personen lengte uitgedrukt in meters
Hoe zou je de centrale tendentie van deze groep karakteriseren?
1. Modus meest voorkomende score (waarde) van een bepaald kenmerk (variabele)
in de steekproef.
2. Mediaan de middelste score (waarde) van een bepaald kenmerk (variabele) in de
steekproef
3. Gemiddelde de som van alle individuele waarden, gedeeld door het aantal
Meetniveau
Nominaal kleur, nationaliteit
- Alleen modus
- Alleen frequentie te meten (hoe vaak komt de waarde voor op de steekproef)
Ordinaal Likert schaal (1: sterk oneens, 2: oneens, 3: eens, 4: sterk eens)
- Modus
- Mediaan
- Zowel frequentie als bereik (verschil tussen hoogste en laagste waarde)
Interval-ratio lengte in centimeters, inkomen in euro’s
- Modus
- Mediaan
- Gemiddelde
- Frequentie, bereik en variantie en standaarddeviatie
, Kennisclip 2
Hoe kan je spreiding berekenen?
- Frequentie: hoe vaak komen scores voor in de steekproef?
- Bereik: hoogste score min de laagste score
- Variantie: Hoe groter de waarde van variantie, hoe meer variabiliteit rondom het
gemiddelde bestaat in de steekproef
Variantie en standaarddeviatie =
De mate van variabiliteit rond het gemiddelde van een bepaalde variabele
1. Wat is het gemiddelde?
Standaarddeviatie = de wortel van variantie
Formule lijkt vrijwel hetzelfde, echter wordt de wortel erbij genomen
Wordt ook wel standaardafwijking genoemd
, Kennisclip 3
Kenmerken van de normaalverdeling
- Gemiddelde = mediaan = modus
- Bell-shape of ‘klokvorm’ (perfecte vorm)
- Uni modal (1 piek)
- Symmetrisch (niet ‘scheef’, unskewed)
- Oneindigheid
Positieve scheefheid:
Extreme hoge waarden trekken het gemiddelde omhoog (naar rechts)
Negatieve scheefheid:
Extreme lage waarden trekken het gemiddelde omlaag (naar links)
, Kennisclip 4
Wat als score waarin we geïnteresseerd zijn niet precies op een hele standaardafwijking
boven/beneden het gemiddelde valt?
Omreken van ruwe scores naar ‘gestandaardiseerde’ waarden: Z-scores
Een Z-score drukt een waarde uit in eenheden van de standaarddeviatie
IQ score van 130 met een standaardafwijking van 20
93,3% van alle mensen heeft een slechtere score (50% + 43,3%)
6,7% heeft een betere score
Dus de score is in de top 6,7%