Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

Volledige Samenvatting Strategische Marketing (Master Bedrijfskunde)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

Volledige samenvatting Strategische Marketing (Master Bedrijfskunde) gedoceerd door Prof. Kim Willems. 34 pagina's en omvat alle te kennen leerstof voor het examen. Academiejaar .

Content preview

Hoofdstuk 1: wat is SMM?
Intro
- Marketing = inwilligen van behoeften v.d. klant d.m.v. het juiste product, op de juiste plaats en
aan de juiste prijs te verkopen (+ dit ook te communiceren) = 4 P’s
o Product, Plaats, Prijs & Promotie
o Waarde toe-eigenen (duurzaam competitief voordeel creëren)  Cf. Ford
o = nodig voor producten & diensten
o Is niet gelijk aan sales  klant zodanig goed kennen dat goed niet “verkocht” moet
worden (verkoopt zichzelf)
- Strategie = beslissingen waarbij resources & capabilities worden ingezet voor het uitbuiten van
opportuniteiten en te anticiperen op bedreigingen (= externe analyse)
o Operationele vs. strategische marketing (KT vs. LT)
o Hebben we de middelen om onze strategie uit te voeren? (= interne analyse)
- SWOT:
o Externe analyse = (1) klanten-, (2) concurrentie-, (3) markt- en (4) omgevingsanalyse
o Interne analyse = interne (1) sterktes en (2) zwaktes (resources & capabilities)
- Strategische marketing = proces van strategische beslissingsneming om klantenbehoeften in te
willigen (beter dan concurrenten) en ondernemingsdoelen te bereiken binnen de beperkingen
o (1) SWOT  (2) STRATEGIE  (3) MARKETINGMIX
- Financiële voordelen dankzij marketing:
o (1) Klantenaquisitie = aanwerven van klanten (duur)
o (2) Klantenbinding = aanhouden duurzame relatie met klant (veel goedkoper)
o  Dus strategische marketing is heel relevant in tijden van crisis (CF genereren)

5 Managementtaken die het vak ons bijbrengt
(belangrijk)
1. Strategische analyse

- (1) verwerven van informatie, (2) filteren van die informatie en (3) converteren in bruikbare
inzichten

2. Innoveren

- 4 essentiële stappen/ fasen
o (1) Klimaat creëren dat innovatie ondersteunt (binnen organisatie) (organisational
challenge)
o (2) Brand-portfolio challenge (bezitten v.d. innovatie)
o (3) Type innovatie:
 Incrementele innovatie = innovatie van bestaand product (vb. iPhone 6  6s)
 Radicale/transformationeel innovatie = nieuw product
o (4) Uitvoeren  product in de markt zetten (uitvoeren v.d. innovatie) (executional
challenge)
- “Marketing Myobia” = niet verder kijken dan je neus lang is  ondernemingen die niet naar de
initiële behoefte kijken v.d. klant

, o Vb. Henri Ford  mensen wilden sneller paard (bestaande opties); hij creëerde auto (out-
of-the box denken om behoefte in te willigen)
o Vb. “Better Mousetrap Fallacy”

3. Multiple businesses (= decentraliseren)

- Opsplitsing op verschillende manieren (a.d.h.v. productcategorie, locatie…)
- Voordelen: verdeling verantwoordelijkheid + dichter bij de klant (snelle respons en goed inzicht
in de markt)
- Nadelen: verlies synergiën + verminderde efficiëntie (taken worden dubbel gedaan)

4. Creëren duurzame voordelen (Sustainable Competitive Advantage/ SCA)

- (1) Waarde creatie + (2) waarneembaar + (3) duurzaam (= niet kopieerbaar)
- Intrinsieke waarde vs. extrinsieke waarde
o Functionaliteiten/ objectieve criteria = makkelijk te kopiëren (vb. prijs, kleur, features)
o Waarde moet in de perceptie zitten (vb. BMW = klasse) en is niet kopieerbaar

5. Ontwikkelen groeipistes

- Steeds naar de toekomst kijken en anticiperen

Business en business strategie
- Business = bedrijfsunit met een manager die een verkoops- en winstverantwoordelijkheid heeft
o Gaat d.m.v. de strategie producten/ diensten in de markt zetten
o Definiëring a.d.h.v. productielijn, productcategorie, kanalen of segmenten
- 2 componenten/ vragen in strategie: (1) Where to compete? En (2) How to compete?

1. Where to compete:

- (1) wie bedienen en wie niet?
- (2) wat bieden we aan en wat niet?
- (3) wie zijn onze concurrenten en wie niet?
- (4) in welke mate creëren we waarde zelf (Make) of besteden we het uit (Buy)? (vert. integratie)
o  Abell-diagram: (1) what? (2) who? (3) how?
- = Resulteert in strategie  maar is niet oneindig in tijd
o Steeds vraag stellen of er iets moet veranderen
o Veranderingen a.d.h.v. Ansoff-matrix: (markt vs. product)
 Marktpenetratie (uitbuiten bestaande markt) (bestaand product + bestaande markt)
 Marktontwikkeling (bestaand product + nieuwe markt)
 Productontwikkeling (nieuw product + bestaande markt)
 Diversificatie (nieuw product + nieuwe markt) = meest riskant

2. How to compete:

- (1) Customer Value Proposition = gepercipieerde waarde voor de klant
o = relevant & betekenisvol, gereflecteerd in positionering v.h. aanbod, differentieert het
aanbod v.d. concurrentie en is duurzaam over de tijd
o = Waarde creëren + zichtbaar zijn + duurzaam zijn (niet kopieerbaar)
- (2) Assets & competencies
o Essentieel voor het bekomen van duurzaam concurrentieel voordeel

, o Vb. Fast-fashion = nood aan de faciliteiten om dit te kunnen doen
o Strategische competentie = wat men “kan”  wat doen we uitzonderlijk goed?
o Strategische asset = wat men “heeft”  wat hebben we dat concurrentie niet heeft?
- (3) Functionele strategieën en programma’s:
o “Hoe kunnen we voorgestelde waarde aan klant leveren?”  4 P’s!
- 4 sleutelelementen van strategie die leiden tot duurzaam competitief voordeel (SCA)
o (1) product-market investment decision (where to compete)
o (2) functional area strategies (how to compete)
o (3) customer value proposition (how to compete)
o (4) resources & capabilities (how to compete)

Strategisch marketingmanagementproces (SMM)
- SMM = systeem voor het creëren, veranderen en behouden van een business strategie en het
creëren van strategische visies
- Strategische visie = projectie van toekomstige strategie(ën). Deze zorgt voor richting en
doelstelling (purpose) van de “interim” strategieën en activiteiten
- 1. Externe analyse: (1) klant-, (2) concurrent-, (3) markt- en (4) omgevingsanalyse
- 2. Interne analyse: (1) prestatieanalyse en (2) determinanten van strategische opties
- 3. Strategie identificatie, selectie & implementatie = kiezen tussen meerdere strategische opties
o Identificeren v.d. opties; keuze maken & implementeren v.d. keuze
o  Ultiem doel: duurzaam competitief voordeel bekomen!
o  + Strategie implementeren die financieel resultaat oplevert!
- Strategie = constant proces (constant herzien)  vb. Ansoff-matrix gebruiken


Hoofdstuk 2: customer analysis
(extern)
Situering
- Customer + competitor analyse  building blocks voor marktanalyse
- Doel: bepalen wat klanten willen (identificeren v.d. behoeftes)

Externe analyse: introductie
- = proces van scannen en evalueren v.d. externe omgeving v.d. organisatie
o Trends, opportuniteiten, bedreigingen, strategische onzekerheden…
- Doel: betere beslissingen nemen m.b.t. (1) investeringsbeslissing (“where to compete”) en (2)
beter selecteren van strategische opties (“how to compete”)
- Waarom?: interageren met en reageren op de omgeving (anticiperen)

Strategische onzekerheden (hiervan hangen strategische beslissingen af)

- = ongekende elementen die een effect hebben op de uitkomst van strategische beslissingen
o Vb. investeren in dure machine  hangt ervan af of deze technologie rap vervangen wordt
o Doel externe analyse = blootleggen van deze onzekerheden!
- Rangschikking onzekerheden op basis van:

, o (1) impact = mate waarin strat. onzekerheden impact zullen hebben op bestaande en
toekomstige businesses + belang van betrokken businesses + aantal businesses
 Kan direct zijn: voorstellen strategisch beslissingsmogelijkheden
 Kan indirect zijn: identificeren en analyseren (second level strat. uncertainties)
o (2) dringendheid = waarschijnlijkheid v.h. voorkomen van de onzekerheid
 + Tijdspanne waarin ze kan voorkomen + beschikbare t.o.v. benodigde reactietijd




Klantenanalyse
- Segmentatie = totale markt onderverdelen in subgroepen  creëren homogene subgroepen
o Op basis van (1) product- of (2) klantkarakteristieken
o Bepalen of men over competenties, assets & sterktes beschikt om behoeften te
bevredigen
o Doel: met schaarse resources (efficiëntie) de marketingmix zo opmaken dat deze aan
specifieke noden van verschillende consumentengroepen voldoet (effectiviteit)
- Alle klanten willen bevredigen = risico op “stuck in the middle”
- Klant is heel vaak niet de consument (vb. moeder koopt speelgoed)
- Push- (producent duwt CS op gang) vs. pull-marketing (klant trekt CS op gang)
- Redenering achter segmentatie:
o Klanten kopen rapper/meer indien specifieke behoeften worden bevredigd
o Elke klant heeft behoeftes (B2B én B2C)  onderneming met hoogste “perceived value”
wint klanten
o Een bedrijf kan niet alle behoeften bevredigen of alle klanten in de markt bedienen 
bepaalde behoeften sluiten beter aan bij skills, aanbod… v.d. onderneming

STP-principe

- (S) Marktsegmentatie (homogene subgroepen bepalen) = segmentering
o Strategische marktsegmentatie = strategie ligt in lijn met algemene business- en
marketingstrategie
- (T) Target market (op welke segmenten richten we ons?) = targeting
- (P) Brand positioning (concept creëren dat zal aanslaan in de targetmarkt) = positionering
o = implementeren marketingstrategie om tegemoet te komen aan gekozen segment
o Welke positie willen we bereiken?
o A.d.h.v. 4 P’s
- Ongedifferentieerde marketing = meerdere segmenten met zelfde marketingstrategie bedienen
- Gedifferentieerde marketing = specifieke strategie en aanbod voor specifiek segment
o Ieder segment wordt op andere manier benaderd
- Focus op nichestrategie = op maat gemaakt aanbod in de markt zeten voor zeer specifiek
segment (vaak met premium price)
- gereduceerde/gesegmenteerde marktomgeving faciliteert het bekomen van dominante posities

Segmenteringsvariabelen (gelinkt aan koopgedrag van klanten)

Document information

Study
Uploaded on
April 4, 2019
Number of pages
36
Written in
2018/2019
Type
Summary
$10.03

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
vubbuv
3.8
(54)
Sold
297
Followers
224
Items
6
Last sold
2 year ago

Reviews from verified buyers

6 year ago

Short SV in dots. Convenient because the box consists of a lot of powerpoints. I bought this document because I wanted to buy an overview




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions