12.1 Algemene definiëring van ‘omzet’
Voor verschillende medewerkers kan omzet anders gezien worden.
1. HR Manager: kijkt vanuit de beschikbaarheid van personeel en deze zo optimaal
mogelijk inzetten.
- berekening: Omzet = #FTE * AP
- FTE = aantal fulltime personeel
- AP = arbeidsproductiviteit
2. Logistiek manager: deze manager kijkt naar de omzet op basis van de omzetsnelheid
van de gemiddelde voorraad.
- berekening: Omzet = OS * GV
- OS = omzetsnelheid
- GV = gemiddelde voorraad
3. Fabrikant: voor een fabrikant is de omzet uit te drukken in het aantal verkochte
artikelen.
- berekening: Omzet = P * V
- P = prijs
- V = volume
4. Inkoop: voor een inkoper is het belangrijk om de te kijken wat het marktaandeel is
wat hij of zij kan veroveren.
n
- berekening: ∑ ( MA∗MO )
¿i=1
- MA = marktaandeel
- MO = marktomvang
- i = deelmarkten / deelassortimenten / categorieën
5. Marketeer/verkoop: hierbij wordt gekeken naar het aantal klanten die per vestiging
iets kopen en hoeveel.
n
- berekening: ∑ ( K∗BB )
i=1
- K = aantal kopende klanten
- BB = gemiddelde bestedingsbedrag (per bon)
- i = aantal vestigingen
Omdat een bonbedrag per klant ook kan verschillen, is hieronder nog een andere
n
berekening: ∑ ( K∗APK∗GAP )
i=1
- K = aantal kopende klanten
- APK = aantal artikelen per klant
- GAP = gemiddelde artikelprijs