100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Theorievragen Criminologie

Puntuación
4.0
(1)
Vendido
6
Páginas
33
Subido en
16-01-2019
Escrito en
2018/2019

Theorievragen en antwoorden van het vak criminologie van de minor Criminologie & Strafrecht.

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Theorievragen criminologie
1. Inleiding in de Criminologie


1. Bespreek welke emoties criminaliteit kan oproepen. Op welke wijze kan hier door de
maatschappij op gereageerd worden?
Mededogen, angst, woede, verontwaardiging, medeleven, fascinatie. Als misdrijven niet te
dichtbij plaatsvinden, vormen ze juist geliefde lectuur. Dit komt door het aangename gevoel
dat men er zelf beter aan toe is dan het slachtoffer (= neerwaartse vergelijking). Er bestaat ook
een positieve kant van emoties. Ze kunnen sociaal opbouwend zijn: door gevoelens van
morele verontwaardiging te delen, bevestigt men het normbesef en wordt de samenhorigheid
vergroot.

2. Leg uit waarom het voor een criminoloog van essentieel belang is dat hij in zijn
oordeelsvorming streeft naar objectiviteit.
Een criminoloog is iemand die zich beroepshalve toelegt op de bestudering van misdaad en
straf, maar daarbij, net als de rechter, juist wanneer de emoties hoog oplopen, het hoofd koel
probeert te houden. Hij streeft naar een zo groot mogelijke mate van objectiviteit. Pas als alle
relevante feiten en argumenten grondig in zijn beschouwing zijn opgenomen, komt de
criminoloog toe aan zijn eigen, al dan niet emotioneel of politiek gekleurde, oordeel. Het doel
van de Criminologie is: door middel van wetenschappelijke kennis en inzichten een bijdrage
leveren aan een rationele en humanere aanpak van de criminaliteit. Gelet op de belangrijke
taak die criminologen hieraan leveren, is het van essentieel belang dat hij in zijn
oordeelsvorming streeft naar objectiviteit.

3. Leg uit wat wordt bedoeld met de relativiteit van het criminaliteitsbegrip.
De criminologie is de wetenschap die zich bezighoudt met bestudering van menselijke
gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld en van de wijze waarop de overheid
en de rest van de maatschappij daarop reageert.
Volgens deze definitie wordt het wetenschappelijk object (de criminaliteit) dus bepaald door
de inhoud van de strafwet. De focus van het strafrecht is echter voortdurend aan verandering
onderhevig. Criminaliteit is daarom geen vast begrip.
 Criminalisering: het proces dat tot gevolg heeft dat bepaalde gedragingen van het
etiket ‘crimineel’ worden voorzien d.m.v. strafbaarstelling, opsporing, vervolging en
berechting.
 Decriminalisering: het omgekeerde proces van criminalisering; het ‘schrappen’ van
een strafbaarstelling.
Kortom: het wetenschappelijk object van de criminoloog is tot op zekere hoogte zowel tijd-
als plaatsgebonden.

4. Criminologie is een multidisciplinaire wetenschap. Leg dit uit aan de hand van een
aantal voorbeelden.
Multidisciplinair: een activiteit wordt benaderd van uit meerdere deskundigheidsgebieden,
waarbij de resultaten naast elkaar worden gepresenteerd. Bij de verzameling van kennis
worden op grote schaal inzichten en methoden toegepast uit andere wetenschappen. Er is
binnen de criminologie sprake van een veelheid aan theoretische gezichtspunten van waaruit
misdaad wordt beschouwd. Zo kunnen tegenwoordig onder andere economische,
sociologische, (sociaal)psychologische en biosociale richtingen binnen de

, criminologiebeoefening worden onderscheiden. Omgekeerd leveren criminologen een bijdrage
aan toetsing van theorieën van andere disciplines op het gebied van misdaad en straf.

5. Geef in eigen woorden weer wat de ideeën/opvatting zijn over misdaad en straf van:
a. De klassieke school (einde 17e eeuw)
Jean-Jacques Rousseau: “wetten moet een maximaal geluk, voor een maximaal aantal
personen bewerkstelligen”. Volgens hem berust de rechtsmacht van de staat op een
maatschappelijk contract, dat burgers vrijwillig zijn aangegaan. Criminaliteit vormt een
inbreuk op het contract en moet alleen in de mate van de inbreuk op het contract worden
bestraft (= proportionaliteitsbeginsel). Wreed en overmatig zwaar straffen was in strijd met het
utilitarische principe: er zou daardoor minder geluk zijn. Straf was echter wel een noodzaak,
anders zou misdaad voor velen aantrekkelijk zijn. Strafzekerheid was dus belangrijk, maar
moest wel op maat zijn (=gelijkheidsbeginsel), op basis van duidelijke wetten
(=legaliteitsbeginsel) en niet willekeurig.
b. De positivistische school (19e eeuw)
In plaats van geesteswetenschappen werd het denken over misdaad sterk beïnvloed door de
natuurwetenschappen. Dit leidde tot een deterministisch mensbeeld: de vrijheid van handelen
van de mensen wordt sterk beperkt door mogelijkheden en omstandigheden. Menselijk gedrag
wordt bepaald door factoren waar men zelf weinig invloed op heeft. Deze stroming werd
‘positief’ genoemd, omdat men dacht dat menselijk gedrag met de methoden van de
natuurwetenschappen bestudeerd kon en moest worden. Het woord ‘positief’ wordt gebruik in
de zin van gericht op de bestudering van waarneembare feiten; in tegenstelling tot de ideeën
van de klassieke school. Het gevangenzetten van misdadigers moet zien op het behandelen en
voorkomen van herhaling. Het idee van gelijk straffen werd bestreden, omdat dit de
verschillen tussen de daders veronachtzaamt.
c. De Italiaanse antropologieschool (19e / 20e eeuw)
Antropologie is de studie van de mens. Deze stroming zocht de oorzaak van crimineel gedrag
in de mens zelf en was sterk beïnvloed door de medische wetenschap. Door systematische
observatie probeerde men medische factoren te vinden die crimineel gedrag veroorzaken.
Cesare Lombroso was gevangenisarts die uiterlijke kenmerken van zijn patiënten systematisch
ging meten met apparatuur. Dit noemde hij de positivistische methode.
Let op! De stroming is in de loop van de 20e eeuw in diskrediet geraakt. Aan de vage theorie
van ‘atavisme’ konden geen duidelijke hypothesen worden ontleend en werd door biologen
verworpen. De steekproeven waren bijvoorbeeld niet op een verantwoorde wijze tot stand
gekomen. De stroming is vooral in diskrediet gekomen door de latere ontwikkeling in nazi-
Duitsland.
d. De Franse milieuschool (19e eeuw)
De tweede stroming in de positivistische school is ontstaan door de ontwikkeling van
sociologie en statistiek. De Franse keizer Napoleon heeft veel aspecten van het modern
overheidsapparaat ingevoerd: politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht. Deze
instanties moesten registraties bijhouden die een bron vormden voor wetenschappelijk
onderzoek. Quetelet was de voorloper van de Franse milieuschool, die verbanden zocht tussen
menselijk gedrag en kenmerken van de samenleving. Vooral de Fransman Alexandre
Lacassagne verdedigde een sociaal determinisme waarmee hij zich sterk tegen Lambroso
verzette.
e. Socialistische criminologie (19e / 20e eeuw)
De strijd binnen de positivistische criminologie tussen de antropologieschool en de
milieuschool leidde tot studies die inzichten uit beide richtingen integreerden en oorzaken van
crimineel gedrag zochten in zowel biologische als sociologische factoren. De bekendste is de
‘criminele sociologie’ van Ferri. Zijn denkbeelden weken weinig af van de Italiaanse
antropologieschool. Het deel van de criminologie dat vooral oog had voor maatschappelijke

, omstandigheden, ontwikkelde zich van criminele sociologie tot socialistische criminologie. De
socialistische en communistische denkbeelden van Carl Marx waren populair en dat zorgde
ervoor dat er meer aandacht was voor economische (machts)verhoudingen binnen de
samenleving. Willem Bonger wees voor het eerst op het verschijnsel dat later ‘witte
boordencriminaliteit’ zou gaan heten.
f. De Utrechtse school (20e eeuw)
De Utrechtse school probeerde het leerstuk van de vrije wil te combineren met
deterministische theorieën en die in de strafrechtspraktijk toe te passen: door enerzijds de
dader verantwoordelijk te houden voor zijn gedrag, maar anderzijds ook oog te hebben voor
de omstandigheden die hem tot zijn daad hebben gebracht. Dit betekende dat een delinquent
als mens moest worden gerespecteerd: de wijze van bejegening zou van grote invloed zijn op
de kans op recidive. Het strafrecht werd gezien als uiterste middel, met een sterk accent op
behandeling en resocialisatie en minder op straffen als vergelding.
Ook ontstond de kritische criminologie (Hoefnagels en Hulsman). De kritische criminologie
staat in veel opzichten haaks op de positivistische criminologie. Niet de misdaad en de
oorzaken ervan staan centraal, maar de problematische kant vanen van de strafrechtspleging
als reactie op criminaliteit. Ook was de kritische criminoloog meer bezig met de normatieve,
maatschappijkritische analyses dan op het uitvoeren van empirisch onderzoek. Het bestuderen
van de processen van decriminalisering noemen we ‘kritische criminologie’:
 Wie bepalen de inhoud van de strafwet?
 Welke belangen spelen hierbij een rol?
 Waarom zijn sommige gedragingen in het ene land wel strafbaar en in het andere
niet?
g. Amerikaanse criminologie.
Vanaf de jaren 20 en 30 werd vooral de Amerikaanse criminologie erg invloedrijk. Zij richtte
zich op vraagstukken die voortvloeiden uit de snelle ontwikkeling.
1) De studies van de Chicago school naar de criminaliteit in bepaalde buurten in grote steden.
De verklaring hiervoor werd gezocht in de maatschappelijke omgeving. Het ging om oudere
buurten met vervallen en goedkope huizen waar de armsten van de stand woonden.
2) Socioloog Merton: de toegenomen misdaad komt voort uit de tegenstelling tussen ideologie
van de American dream (vrijheid en gelijkheid) en de werkelijkheid van geringe kansen voor
migranten en zwarten.

, 2. Beschrijvende criminologie
De beschrijvende criminologie behelst de statistische verdeling van criminaliteit in tijd en ruimte. Met
behulp van cijfers wordt geprobeerd om een antwoord te krijgen op de veel gestelde vraag hoe het is
gesteld met het niveau van de criminaliteit in een bepaald land of in een bepaalde stad. Ligt het
niveau hoger of lager dan elders? Is er sprake van een toename of afname van de criminaliteit? Welke
bevolkingsgroepen lopen kans om slachtoffer te worden? Tot de onderwerpen van beschrijvende
criminologie behoren ook de beelden die de bevolking heeft van de criminaliteit en de oordelen die
men over de politie en de strafrechtspleging koestert.

1. Welke gegevens zijn er terug te vinden in de CBS-statistieken?
Politiecijfers, gerechtelijke statistieken, misdaadstatistieken. Let op! Het aantal
veroordelingen staat ver af van de werkelijk gepleegde misdrijven. In de ideale wereld worden
alle misdrijven bij de politie bekend en krijgen daders hun verdiende straf. De meeste
misdrijven komen echter nooit ter kennis van de politie of worden nooit opgehelderd. Slechts
een klein aantal van de daders wordt ook daadwerkelijk veroordeeld. Deze statistieken geven
belangrijke informatie, maar als graadmeter voor criminaliteit zijn ze onbruikbaar.

2. Wat wordt verstaan onder haalwerk? Wat is de invloed van deze cijfers op de CBS-
statistieken?
Tot het haalwerk behoren misdrijven die de politie zelf constateert door controles uit te
voeren, zoals verkeersmisdrijven en drugs- en milieumisdrijven. De politie registreert lang
niet alle gevallen van rijden onder invloed. Welk deel wordt geregistreerd heeft de politie voor
een groot deel zelf in de hand. Als de politie meer controles uitvoert, neemt het aantal
geregistreerde delicten toe. De cijfers zeggen dan slechts iets over de inspanning van de
politie.

3. Wat wordt verstaan onder brengwerk? Wat is de invloed van deze cijfers op de CBS-
statistieken?
De meeste misdrijven behoren tot het zogenoemde brengwerk, dat wil zeggen dat mensen
aangifte doen bij de politie. Lang niet alle delicten worden bij de politie gemeld. Burgers zijn
– op enkele uitzonderingen na – niet verplicht aangifte te doen bij de politie. Ook deze cijfers
zijn dus afhankelijk van de aangiftebereidheid.
Redenen om geen aangifte te doen:
 Kwestie niet ernstig (weinig of gering letsel);
 Schaamte;
 Angst voor wraak;
 Men verwacht niet serieus genomen te worden;
 Men verwacht dat de politie geen speurwerk doet;
 Men verwacht dat de dader niet wordt gepakt;
 Bedrijven willen hun goede naam niet aantasten.

4. Wat wordt verstaan onder het registratie-effect t.a.v. de politiestatistiek?
Indien het deel van de criminaliteit dat door de politie geregistreerd wordt in een vaste
verhouding zou staan tot de werkelijke omvang, zou de politiestatistiek toch als graadmeter
kunnen dienen. Door de politiecijfers met een vaste factor te vermenigvuldigen, zou men
kunnen vaststellen hoeveel delicten er in totaal zijn gepleegd. Het deel van de criminaliteit dat
door de politie wordt geregistreerd is echter allerminst constant. De politie kan de aangegeven
delicten ook niet of foutief registreren, door:
 Tijdgebrek;
 De politie ziet het niet als haar taak om met dit probleem bezig te houden;
 Verkeerde classificatie;
 Veranderingen/verbeteringen in automatisering;
 Beleidsverandering;

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
16 de enero de 2019
Número de páginas
33
Escrito en
2018/2019
Tipo
Resumen

Temas

$7.90
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
4 año hace

4.0

1 reseñas

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Nicoletjex University College Tilburg
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
262
Miembro desde
10 año
Número de seguidores
174
Documentos
0
Última venta
3 semanas hace

3.5

57 reseñas

5
12
4
19
3
13
2
9
1
4

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes