A. Paleolithicum
B. Neolithicum
C. Mesolithicum
2. Aan welke bouwstijl is de Amsterdamse school het meest verwant?
A. Rationalisme
B. Expressionisme
C. Functionalisme
3. Waardoor wordt het Postmodernisme gekenmerkt?
A. Verzet tegen het modernisme
B. Het verbeteren van het modernisme
C. Het oplossen van conflicterende gebouwen met de omgeving
4. Welke architect was de meest consequente representant van de Hightechstijl?
A. Kisho Kurokowa
B. Zaha Hadid
C. Norman Foster
5. Welke bouwstijl kenmerkt zich door het gebruik van beton en plastische vormen?
A. Constructivisme
B. Eclecticisme
C. Brutalisme
6. Welke gedachtegang hoort bij de Renaissance?
A. Aandacht voor het individu
B. Spiritualiteit, mystiek
C. Liefde en vriendschap
7. Wat zijn kenmerken van de art nouveau?
A. Asymmetrie en vrije vormen
B. Symmetrie en strakke vormen
C. Het gebruik van historische stijlen
8. Waarom is de barok stijl in het noorden van Nederland minder “uitbundig”?
A. Er was te weinig geld om zulke rijke versierselen te maken
B. Door de aard van het calvinistische volk
C. Er waren geen bouwmeesters die deze ambacht beheersten
9. Waarom noemde de architect Hans Kuipers zichzelf een “hoer”?
A. Hij bedoelde hiermee dat zijn bureau verschillende stijlen kon ontwerpen
B. Hij werd steeds op verschillende opdrachten gezet door het architectenbureau
C. Hij liet zich steeds door anderen inhuren
10. Wat is de maatschappelijke reden van het verminderen van de macht van de architect, en het
vermeerderen van de macht van de opdrachtgever?
A. Individualisering
B. Sociale verandering
C. Samenstelling bevolking