E-module basisprincipes brandbestrijding..............................................................2
E-module buitenverkenning.................................................................................... 5
E-module offensieve buiteninzet............................................................................ 8
E-module communicatie & verbindingen..............................................................12
E-module binnenverkenning................................................................................. 14
E-module instortingsgevaar.................................................................................. 17
E-module: defensieve buiteninzet........................................................................18
E-module werken op hoogte................................................................................. 22
E-module defensieve binnen inzet........................................................................25
E-module brandveiligheidsvoorzieningen.............................................................30
E-module offensieve binnen inzet........................................................................33
E-module bijzondere brandfenomeen...................................................................36
E-module slachtofferredding en bevrijding...........................................................41
E-module omgaan met traumatische ervaringen.................................................42
E-module waar is het gevaar................................................................................ 43
E-module specifieke branden............................................................................... 45
E-module nazorg.................................................................................................. 49
1
,E-module basisprincipes brandbestrijding
Brandweerdoctrine: beschrijft hoe de brandweer veilig en effectief kan optreden.
Kwadrantenmodel: 4 mogelijkheden -> bevelvoerder bepaalt op basis van
verkenning:
1. Defensief buiten
2. Offensief buiten
3. Defensief binnen
4. Offensief binnen
Video kijken:
Oud Nieuw
Nieuw Oud
5 basisprincipes brandbestrijding.
1. Neem meer tijd
2. Doe een buitenverkenning met als doel de brandruimte van buiten te
vinden.
3. Beantwoord 3 vragen:
a. Waar is de brand?
b. Is de brand vanaf buiten bereikbaar?
c. Is er voldoende koelend vermogen?
4. Voer een veilige inzet uit
5. Schat het potentieel brandvermogen en neem voldoende koelend
vermogen mee.
Denk altijd van buiten naar binnen.
2
,1) Neem de tijd
Eerst verkennen en dan een effectieve inzettactiek kiezen. Is uiteindelijk
effectiever dan gelijk te handelen.
2) Doe een buitenverkenning.
Doel:
Brandruimte vinden
Brand (van buiten) te blussen of onder controle te krijgen
Tijdens verkenning gebruik je branddriehoek.
o Zuurstof: hoeveel openingen zijn er.
o Brandstof waar zie ik vuur en zie ik rook
o Temperatuur. Waar is de warmste plek (gebruik
warmtebeeldcamera)
3) Beantwoord de 3 vragen
a. Waar is de brand?
b. Is de brand vanaf buiten bereikbaar?
c. Is er voldoende koelend vermogen? (wordt later uitgelegd)
Kun je alle vragen met ja beantwoorden, dan van buiten blussen
(offensieve buiteninzet)
Zit er een nee bij dan wordt het gebouw in eerste instantie opgegeven,
dan kiest de bevelvoerder vaak voor defensieve buiteninzet.
Opgeven gebouw voorkomen:
Veilige manier vragen met ja te beantwoorden door bijvoorbeeld.
o Binnen erkenning
o Opschalen in koelend vermogen
Vraag 3C is er voldoende koelend vermogen?
1. 1 bankstelsel=2,5 MW
2. 1 bed=4 MW
3. 1 auto= 8 MW
4. 1 woonkamer= 10 MW
Vuistregels:
1 hogedrukstraal -> 125 liter per minuut -> 2,5 MW koelend vermogen
1 lagedrukstraal -> 450 liter per minuut -> 10 MW koelend vermogen
Opening 1 m2 kan 2,5 MW van het potentieel brandvermogen mee
branden.
Bevelvoerder schat het brandvermogen in, jij verzamelt informatie.
3
, Kenmerkenschema:
Jij verzamelt info volgens het kenmerkenschema
1. Brandkenmerken
a. Kijk naar branddriekhoek
b. 3 zijde aanwezig dan is er brand (zuurstof, temperatuur, brandstof)
i. Brandstof: zie je aan Rook (R)
ii. Zuurstof zie je door openingen en soms stroming (S)
iii. Temperatuur zie je door temp. signalen en
warmtebeeldcamera (T)
iv. Als alle zijdes aanwezig zijn zie je vlammen.
2. Gebouwkenmerken
i. Kijk naar gebruiksfunctie -> bepaalt preventie voorzieningen
ii. Materialen: brandbaarheid
iii. Constructie: stevigheid
3. Menskenmerken
i. Zijn mensen bekend met het gebouw
ii. Zelfredzaamheid van de mensen
4. Omgevingskenmerken
i. Ligging van het gebouw
ii. Weer:
1. Extreme kou: slangen en bluswater kan bevriezen.
2. Extreme hitte: je kan minder lang ingezet worden.
3. Wind: kan brand aanjagen en vuur verplaatsen
iii. 4 vragen:
1. Wat is de bereikbaarheid van het object
2. Hoe snel kan de brandweer ter plaatse zijn
3. Wat is de afstand van het object tot de bebouwing
4. Zijn er bluswatervoorzieningen aanwezig.
5. Interventiekenmerken
i. Je eigen eenheid
ii. De BHV’ers
iii. Slagkracht meerdere eenheden.
1,2,3 (brand-gebouw-mensen kenmeren) maakt het incident
4,5 (omgeving- en interventiekenmerken) bepaalt of de inzet succesvol
wordt.
4