Hoofdstuk 3: Inhibitie en activatie van de enzymatische reactie
Inleiding
Enzym inhibitoren = moleculen die interfereren met enzymatische katalyse en zo enzymatische
reacties vertragen of stoppen
Types inhibitoren:
Irreversibele inhibitoren: dissocieert zeer traag van het enzym en is covalent gebonden
Reversibele inhibitoren: dissocieert snel van het enzym
Competitieve inhibitoren: bindt op dezelfde plaats als substraat
Niet-competitieve inhibitoren: bindt op andere plaats als substraat
Uncompetitive inhibitoren: bindt enkel op ES complex zelf
Reversibele inhibitoren: competitieve inhibitor
Kenmerken:
Bindt op de plaats van substraat
Lijkt op het substraat
Elk ligand kan het andere verplaatsen als zijn concentratie voldoende hoog is
Vorming ES is afhankelijk van [S] en [I]: inhibitor kan niet binden als S oneindig groot is
Effect op Km
Geen effect op Vmax: Vmax kan nog altijd bereikt worden bij verhoging van S
Vmax [S]
V=
Km = [E][S]/[ES] K m ' =Km(1+
[I ]
[I ] )
[ S ] + Km(1+ ) K3
K3
Michaelis-Menten: Zowel met als zonder inhibitor wordt dezelfde Vmax bereikt
Line-Weaver Burk: Km’ stijgt als je meer inhibitor toevoegt -> rico = Km/K3, Km’ wordt groter
dan Km dus meer substraat nodig om ½ Vmax te bereiken
Effect op enzymkinetiek:
Enzym bindt substraat of inhibitor, niet beide (ESI)!
K3 = [E][I]/[EI]
Zie formules cursus en hierboven
, Totale hoeveelheid enzym: [E0] = [E]+[ES]+[EI]
Voorbeelden:
1) Competitieve inhibitor die noch substraat noch product is: Malonaat inhibeert succinaat
dehydrogenase dat reactie katalyseert:
Malonaat en succinaat lijken erg op elkaar -> gaan in competitie voor dezelfde bindingsplaats
op actief centrum van succinaat dehydrogenase door 2 carboxylgroepen die betrokken zijn in
substraatbinding -> malonaat bindt reversibel aan actief centrum van enzym, maar wordt zelf
niet omgevormd door enzym
2) Competitieve inhibitor die zelf ook substraat is: hexokinase transferase dat fosfaat
overdraagt van ATP naar glucose om glucose-6-fosfaat te vormen
Hexokinase kan ook fructose en mannose gebruiken als substraten
3) Competitieve inhibitor die het product is (productinhibitie): hexokinase glucose-6-fosfaat
dat wordt gevormd als competitieve inhibitor kan werken door in competitie te gaan met
glucose voor binding aan het actief centrum van hexokinase
Reversibele inhibitoren: niet-competitieve inhibitor
Kenmerken:
Inhibitor bindt op plaats welke verschilt van substraatbindingsplaats, maar die de
substraatbindingsplaats wel verandert waardoor de productvorming niet kan doorgaan
Kan zowel op E als op ES binden
Geen effect van het verhogen van S omwille van gebrek aan competitie voor binding aan E
Geen effect op Km (substraatbinding wordt niet gehinderd)
Effect op Vmax: katalyse wordt geïnhibeerd
Vmax
V ' max [S] V ' max=
V= [I]
K 1+[S] 1+
K3
Michaelis-Menten: evenveel concentratie nodig om ½ Vmax te
bekomen
Line-Weaver Burk: 1/Vmax,app stijgt lineair met stijgende [I]
Inleiding
Enzym inhibitoren = moleculen die interfereren met enzymatische katalyse en zo enzymatische
reacties vertragen of stoppen
Types inhibitoren:
Irreversibele inhibitoren: dissocieert zeer traag van het enzym en is covalent gebonden
Reversibele inhibitoren: dissocieert snel van het enzym
Competitieve inhibitoren: bindt op dezelfde plaats als substraat
Niet-competitieve inhibitoren: bindt op andere plaats als substraat
Uncompetitive inhibitoren: bindt enkel op ES complex zelf
Reversibele inhibitoren: competitieve inhibitor
Kenmerken:
Bindt op de plaats van substraat
Lijkt op het substraat
Elk ligand kan het andere verplaatsen als zijn concentratie voldoende hoog is
Vorming ES is afhankelijk van [S] en [I]: inhibitor kan niet binden als S oneindig groot is
Effect op Km
Geen effect op Vmax: Vmax kan nog altijd bereikt worden bij verhoging van S
Vmax [S]
V=
Km = [E][S]/[ES] K m ' =Km(1+
[I ]
[I ] )
[ S ] + Km(1+ ) K3
K3
Michaelis-Menten: Zowel met als zonder inhibitor wordt dezelfde Vmax bereikt
Line-Weaver Burk: Km’ stijgt als je meer inhibitor toevoegt -> rico = Km/K3, Km’ wordt groter
dan Km dus meer substraat nodig om ½ Vmax te bereiken
Effect op enzymkinetiek:
Enzym bindt substraat of inhibitor, niet beide (ESI)!
K3 = [E][I]/[EI]
Zie formules cursus en hierboven
, Totale hoeveelheid enzym: [E0] = [E]+[ES]+[EI]
Voorbeelden:
1) Competitieve inhibitor die noch substraat noch product is: Malonaat inhibeert succinaat
dehydrogenase dat reactie katalyseert:
Malonaat en succinaat lijken erg op elkaar -> gaan in competitie voor dezelfde bindingsplaats
op actief centrum van succinaat dehydrogenase door 2 carboxylgroepen die betrokken zijn in
substraatbinding -> malonaat bindt reversibel aan actief centrum van enzym, maar wordt zelf
niet omgevormd door enzym
2) Competitieve inhibitor die zelf ook substraat is: hexokinase transferase dat fosfaat
overdraagt van ATP naar glucose om glucose-6-fosfaat te vormen
Hexokinase kan ook fructose en mannose gebruiken als substraten
3) Competitieve inhibitor die het product is (productinhibitie): hexokinase glucose-6-fosfaat
dat wordt gevormd als competitieve inhibitor kan werken door in competitie te gaan met
glucose voor binding aan het actief centrum van hexokinase
Reversibele inhibitoren: niet-competitieve inhibitor
Kenmerken:
Inhibitor bindt op plaats welke verschilt van substraatbindingsplaats, maar die de
substraatbindingsplaats wel verandert waardoor de productvorming niet kan doorgaan
Kan zowel op E als op ES binden
Geen effect van het verhogen van S omwille van gebrek aan competitie voor binding aan E
Geen effect op Km (substraatbinding wordt niet gehinderd)
Effect op Vmax: katalyse wordt geïnhibeerd
Vmax
V ' max [S] V ' max=
V= [I]
K 1+[S] 1+
K3
Michaelis-Menten: evenveel concentratie nodig om ½ Vmax te
bekomen
Line-Weaver Burk: 1/Vmax,app stijgt lineair met stijgende [I]